Geblinddoekte jaren; Vier gijzelaars in Libanon

Den of Lions. Memoirs of Seven Years TERRY ANDERSON 356 blz., geïll., Crown Publishers Inc. 1993, ƒ 56,75

An Evil Cradling BRIAN KEENAN 296 blz., Hutchinson 1993, ƒ 60,05

Some Other Rainbow JOHN MCCARTHY & JILL MORRELL 524 blz., geïll., Bantam Press 1993, ƒ 51,90

Taken on Trust TERRY WAITE 370 blz., geïll., Hodder & Stoughton 1993, ƒ 53,80

Zuid-Beiroet. Reusachtige afbeeldingen van de overleden Iraanse geestelijk leider imam Khomeiny geven aan dat hier het domein is van de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah, Gods eigen partij. In tegenstelling tot het eveneens islamitische maar wereldser West-Beiroet zijn de meeste vrouwen hier van top tot teen in zwart gehuld. Gebaarde jonge mannen hangen rond op straat, of rijden schijnbaar doelloos rond in Mercedessen. Op bijeenkomsten en demonstraties van Hezbollah laten zij hun andere gezicht zien. Dan scanderen zij hun haat tegen Israel en het Westen en hun vaste wil te strijden voor de overwinning van hun geloof, desnoods tot in de dood. Allahu Akbar, God is groot!

Maar geloven zij nog in wat zij belijden? Want hoe dreigend hun leuzen op papier ook lijken, in werkelijkheid hangt tegenwoordig een padvinderssfeer op Hezbollah-bijeenkomsten. In de Hezbollah-kantoren wordt de bezoeker eerst naar de toestand van het Nederlandse voetbal gevraagd voor de goddeloze invloed van de CIA op de media aan de orde wordt gesteld.

Nog maar enkele jaren geleden waagden buitenlanders zich nauwelijks meer in Libanon, laat staan in Zuid-Beiroet of dat andere sinistere Hezbollah-bolwerk, Baalbek in de Beka'a-vallei. In een klimaat van wetteloosheid als gevolg van de burgeroorlog prolifereerden gewapende botsingen en aanslagen, voortvloeiend uit politieke tegenstellingen en gewone criminaliteit. Maar dreigender, onberekenbaarder was het gevaar van ontvoering: al die jonge mannen in hun Mercedessen konden op zoek zijn naar nòg een Westerse gijzelaar om hun eisen aan de wereld kracht bij te zetten of voor geld door te verhandelen.

Iedere buitenlander kon eindigen in de ondergrondse gevangenissen hier of in de Beka'a, in afgelegen villa's of leegstaande appartementen die als detentie-oord dienden. De laatst vrijgelaten gijzelaars, Brian Keenan, Terry Anderson, John McCarthy en Terry Waite hebben de toestand daar beeldend getekend in hun onlangs uitgekomen autobiografieën en hun beschrijving tart elke verbeelding: duistere holen vol kakkerlakken en ander ongedierte, waar geketende Westerlingen waren overgeleverd aan de grillen van schizofrene godsdienstfanaten.

Onzekerheid

Tienduizenden mensen zijn in de loop van de Libanese burgeroorlog (1975-91) ontvoerd, vooral om de betrokken tegenpartij te dwingen haar gijzelaars vrij te laten. Van hen zijn 17.000 nooit teruggekeerd. Het staat wel vast dat zij allemaal zijn vermoord, al zullen veel van hun nabestaanden nooit zekerheid krijgen. Zolang hun in kelders en op vuilnisbelten verborgen beenderen niet zijn gevonden, leven zij formeel door en kunnen hun vrouwen niet hertrouwen en hun bezittingen niet worden verkocht.

Die ontvoeringen zijn aan de wereld voorbijgegaan; alleen die van de enkele tientallen buitenlanders die sinds 1984 op straat in Beiroet zijn gekidnapt en vaak jarenlang gevangen werden gehouden, spraken tot de verbeelding. Diplomaten, zakenlieden, journalisten, docenten, hulpwerkers, al jarenlang in Libanon of net gearriveerd, verdwenen spoorloos. Soms werd een verklaring bij een internationaal persbureau in Beiroet bezorgd waarin een 'Organisatie van Verdrukten op Aarde' of een 'Organisatie van Revolutionaire Gerechtigheid' zich als ontvoerder bekendmaakte. Maar ook in dat geval werden verwanten van het slachtoffer vaak maanden of zelfs jaren in onzekerheid gehouden over diens lot.

Sommige gijzelaars werden snel vrijgelaten, anderen stierven in gevangenschap als gevolg van een verwaarloosde ziekte, slechte behandeling of pure marteling: de Amerikaanse diplomaat William Buckley, CIA-chef voor Libanon, stierf verzwakt door de foltering waaraan zijn ontvoerders hem maandenlang onderwierpen om hem aan het praten te krijgen over zijn werk. Verscheidene gijzelaars werden zonder meer vermoord, zoals de Britse docenten Leigh Douglas en Philip Padfield, in april 1986 uit wraak voor de met Britse steun uitgevoerde Amerikaanse luchtaanval op doelen in Libië.

De grote naam achter een belangrijk deel van de gijzelingen was Jihad Islami, Islamitische Heilige Oorlog, waarachter een Hezbollah-factie zich verschool. Deze ontvoerders hadden als voornaamste oogmerk de vrijlating te bewerkstelligen van 17 Iraakse en Libanese shi'ieten, onder wie verwanten, die in Koeweitse gevangenissen vastzaten wegens een reeks aanslagen in het emiraat. Andere Hezbollah-facties opereerden onder andere namen en probeerden op deze manier andere familiezaken te regelen.

Warme band

Maar de ontvoerders waren geen eigen baas. In een luguber en vaak onoverzichtelijk schaakspel deden ook de regeringen van Syrië en Iran, en de verschillende om de macht vechtende facties in Teheran, hun zetten. Terwijl deze alle elke betrokkenheid bij de gijzelingen afwezen en vroom dergelijke terreurdaden tegen onschuldigen veroordeelden - natuurlijk waren de gegijzelde diplomaten en zakenlieden in hun ogen geen onschuldigen -, stelden zij een prijs op hun medewerking aan een oplossing van de gijzelingszaken: dat was hun losgeld. En het Westen betaalde.

Het tijdperk van de gijzelingen haalde zo de wereldpolitiek. De Amerikaanse regering kocht gijzelaars los met wapenleveranties aan Iran in het Irangate-schandaal. De Franse autoriteiten leverden Iran ook wat wapens en beeindigden de activiteit van de Iraanse oppositiebeweging Mujahedeen-Khalq op Franse bodem. De Duitse autoriteiten beloofden strafvermindering voor twee gevangen Libanese terroristen - familie van de ontvoerende factie - en de gedachte dringt zich op dat de huidige warme band tussen de veiligheidsdiensten van beide landen ermee te maken heeft. Alleen de Britse regering deed onder premier Thatcher principieel niets en kreeg pas gijzelaars vrij toen Iran en Syrië van het hele probleem af wilden in verband met de radicaal gewijzigde politieke toestand in de regio na de crisis in het Golfgebied.

Bewakers en gijzelaars waren pionnen in dit spel, met de laatsten helemaal onderin de machtspiramide, niet meer dan handelswaar. De Libische leider Gaddafi liet de Britten Padfield en Douglas kopen om te vermoorden. De Amerikaanse journalist Terry Anderson schrijft in zijn Den of Lions zeker te weten te zijn verhandeld.

Maar ook voor de eigen regeringen waren de gijzelaars handel. De toenmalige Franse premier Chirac was eind 1986 zeer teleurgesteld toen hij niet de 'kostbare' diplomaten Fontaine en Carton kreeg thuisbezorgd, maar de minder waardevolle 80-jarige zakenman Camille Sontag en de schimmige Marcel Coudari, wiens ontvoering, negen maanden tevoren, onopgemerkt was gebleven. Zo was bekend dat Anderson en de Brit Terry Waite zeer dure gijzelaars waren, die als allerlaatsten voor vrijlating in aanmerking zouden komen.

Hoe de gijzelaars eraan toe waren, was minder bekend. De eerste jaren was daarvoor ook relatief weinig belangstelling, een situatie waarin pas verandering kwam door felle campagnes van hun verwanten en vrienden, vooral van de zijde van de zuster van Terry Anderson en de vriendin van de Britse journalist John McCarthy, en door de ontvoering van Waite, de speciale afgezant voor gijzelingszaken van de anglicaanse aartsbisschop Robert Runcie. Maar ook deze onvermoeibare campagnevoerders tastten in het duister over de omstandigheden waaronder de gijzelaars werden vastgehouden - McCarthy's vriendin Jill Morrell wist de eerste jaren niet eens met zekerheid of McCarthy nog in leven was. En hoe vaak is Terry Waite niet door 'welingelichte bronnen' in Beiroet dood verklaard?

Gekte

Na de publikatie van de boeken van de Ier Brian Keenan (1992) en dit jaar McCarthy (samen met Jill Morrell), Waite en Anderson (met bijdragen van zijn toenmalige vriendin en huidige echtgenote Madeleine Bassil) blijft niet veel meer verborgen over de omstandigheden van hun gevangenschap. Al deze vier hebben perioden van hun detentie met elkaar gedeeld en die vastgelegd in een soms quadrafonische en daardoor des te indringender weergave van de gebeurtenissen. De lezer voelt zich van tijd tot tijd voyeur: hij maakt inbreuk op de privacy van een groep mannen die in een letterlijk en figuurlijk uitzichtloze situatie - als ze niet in kelders waren opgeborgen, waren eventuele ramen altijd met ijzeren platen geblindeerd, zoals ze zelf altijd hun blinddoek moesten voordoen zodra een bewaker naderde - worstelen met zichzelf en de altijd dreigende gekte. Schreven deze auteurs om gelezen te worden of om met hun gevangenschap af te rekenen?

Brian Keenan, de uit een protestants arbeidersmilieu in Belfast afkomstige dichter en docent aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet, voelde zich in zijn aanvankelijke isolement in de greep komen van 'muziek die er niet was, maar die ik hoorde''. In zijn wanhoop steekt hij alle kaarsen aan die hij heeft verzameld, maar nog steeds wil de muziek niet verstommen. Dan staat hij op en gaat dansen. 'Ik danste elke dans die ik kende en dansen die mij onbekend waren. Ik danste en danste tot de muziek mij moest bijhouden, ik was een dansende derwisj. Ik was deze muziek meester en ik danste en danste (...) Een kleine cel, een tiental kaarsstompjes en een krankzinnige die naakt danste.''

Ook McCarthy heeft dergelijke momenten. 'Ik word gek ... ik word werkelijk, werkelijk gek ... wat moet ik doen?'' 'Praat tegen me, vertel me iets, vertel me wat ik moet doen,'' smeekt hij Keenan. McCarthy, een typische vertegenwoordiger van de middle class, die voor alles staat wat de Ier eigenlijk verafschuwt, en Keenan zijn vrienden vanaf het moment waarop ze samen worden opgesloten, en samen vechten ze om uiteindelijk zo ongeschonden mogelijk dit gekkenhuis uit te komen.

Het is niet verwonderlijk dat alle gijzelaars die in deze boeken figureren van tijd tot tijd moeten vechten voor hun geestelijke gezondheid - eerder is het een wonder dat met de meesten alles nog redelijk goed lijkt te zijn afgelopen. Thomas Sutherland, een Amerikaanse landbouwkundige die in 1985 werd ontvoerd en zes jaar zou vastzitten, en die op verdenking van CIA-activiteit door de bewakers extra hard werd aangepakt, wilde zelfmoord plegen door een plastic zak over zijn hoofd te trekken tot hij zou zijn gestikt. Frank Reed, een andere Amerikaan die periodiek met Keenan, McCarthy en Anderson heeft vastgezeten, werd in zijn onderworpenheid mikpunt van de bewakers en trok zich terug uit de werkelijkheid. 'We voelden dat het onze plicht was te proberen Frank weer tot zichzelf te brengen,'' schrijft McCarthy. 'Niet uit altruïsme. Het is ontmoedigend te leven met zo'n voorbeeld van wat met ons allen zou kunnen gebeuren.'' Altijd die angst.

Egocentrisme

Het is niet altijd pais en vree tussen de gijzelaars, vanzelfsprekend. De Amerikaan David Jacobsen, in 1986 vrijgelaten in het kader van Irangate, botst voortdurend met Anderson: twee grote ego's op een paar vierkante meter. Sutherland wekt van tijd tot tijd irritatie bij de anderen. En niemand kan eigenlijk Terry Waite hebben - ook de lezer niet. Zelfs zijn astma-aanvallen, veroorzaakt door zijn gevangenschap, irriteren, schrijft Anderson eerlijk.

Zoals Keenan in zijn compromisloze eerlijkheid veruit het mooiste boek heeft geschreven van de vier, zo is dat van Waite veruit het slechtste, zij het onthullend in zijn egocentrisme. Als enige van deze groep gijzelaars is hij jarenlang alleen opgesloten, maar zijn boek is meer een geïllustreerde catalogus van zijn ontmoetingen met beroemdheden in zijn vorige leven dan een verslag van die jaren. Hij is eigenwijs en heeft een dikke huid, anders had hij ook wel gemerkt dat hij in het Irangate-schandaal door de Amerikaanse kolonel North als dekmantel werd gebruikt. Nog steeds denkt hij dat zijn humanitaire inspanningen voor de gijzelaars een rol hebben gespeeld bij de vrijlating van de Amerikanen die in 1986 in feite met wapens waren vrijgekocht. Zijn latere celgenoten weten wel beter: hun gevangenschap is door Irangate alleen verlengd.

De jarenlange gevangenschap in permanente onzekerheid of de vrijheid morgen of misschien nooit zou komen, was voor iedereen verschrikkelijk: een zinloze verspilling van kostbare jaren, vastgeketend tussen kakkerlakken, zwermen muggen, muizen en ratten. Met slecht voedsel en plotselinge verplaatsingen naar andere gevangenissen in de kofferbak van personenauto's of in de dubbele bodem van vrachtwagens, die de reiziger soms nauwelijks overleefde. De verveling. De pesterijen en mishandelingen door de bewakers: 'Stel u voor, een man van 20 tot 30 jaar oud, maar met de rijpheid en intelligentie van een 13-jarige, met een geest die is ondergedompeld in fundamentalistische en Middeleeuwse argwaan.'' Maar toch waren er ook waanzinnig hilarische momenten, zoals de dansles van McCarthy aan een bewaker of de verjaarsfeesten die de gijzelaars werden aangeboden.

Keenan over McCarthy's verjaardag: 'Ik probeerde de situatie te visualiseren. Hier zaten vijf of zes mannen, handwapens in de broekband, de kalasjnikov tegen de muur gezet, dit voedsel te eten, te proberen normaal met ons te praten, terwijl we daar geblinddoekt zaten te knoeien met het eten dat we niet goed konden zien, pogend het fruit te schillen of de noten te pellen (...) Said, de officier, blafte een bevel, en het bizarre toneel werd aangevuld met een koor van Arabische stemmen die in valse harmonie zongen 'happy birthday, happy birthday, happy birthday, John, happy birthday John'.''

McCarthy beschrijft het vervolg. Hij houdt een toespraak: 'Ik zou graag oog in oog met jullie staan. Ik heb tot dusverre alleen jullie voeten gezien, maar het lijken me goede voeten, en ik hoop dat jullie goede mannen zijn en dat dit de enige verjaardag is waarop we niet goed naar elkaar kunnen kijken.'' Said vertaalt de toespraak, en de bewakers applaudisseren. 'Toen zei hij dat het hun allemaal erg speet dat ze ons hier vasthielden, maar dat we snel naar huis zouden gaan, en dat ze hoopten dat we niet erg slecht over hen zouden denken.'' Dat was 1986. Keenan kwam in augustus 1990 vrij, McCarthy een jaar later.