Europese Unie noemt alle talen gelijkwaardig

BRUSSEL, 11 DEC. De Europese Unie belooft plechtig nooit meer kleine talen te discrimineren. Op Nederlands-Belgisch initiatief heeft de top van regeringsleiders gisteren besloten dat alle negen talen die in de Europese Unie worden gesproken voortaan weer gelijkwaardig zijn.

Daarmee hopen de premiers Lubbers en Dehaene verdere schade aan de positie van het Nederlands in de Unie te voorkomen. Eerder deze week bereikten de ministers van buitenlandse zaken een compromis over het talenregime bij het Merkenbureau. Tegen de zin van Nederland en Vlaanderen was voor het Merkenbureau gekozen voor vijf officiële talen: Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans. Het Bureau wordt gevestigd in het Spaanse Alicante. De ministers spraken na felle protesten van Den Haag af dat aanvragen in het Nederlands toch zullen worden geaccepteerd. Maar Nederlandse of Vlaamse bedrijven moeten bij hun aanvraag echter nog een tweede, zogeheten 'procestaal' kiezen uit de vijf officiële talen van het merkenbureau. Dezelfde regeling geldt voor het Grieks, het Portugees en het Deens.

Premier Lubbers sprak gisteravond in Brussel van een 'ingenieus compromis'; het mocht echter geen 'ongewenst precedent' worden. Nederland was half oktober akkoord gegaan met het beperkte talenregime omdat zo Spaanse instemming voor de vestiging van Europol in Den Haag verkregen kon worden. Lubbers sprak van een “praktisch noodzakelijke concessie” die echter geen nieuw tijdperk in de Europese Unie mocht inluiden. “Alle talen van de Europese Unie zijn voortaan officiële talen”.

In het taalgevoelige België was de afgelopen weken een politieke rel gegroeid over de discriminatie van het Nederlands bij het Merkenbureau. Gisteren nam de Belgische volksvertegenwoordiging met steun van de oppositie en de Franstalige partijen een motie aan waarin Dehaene werd opgedragen voor bescherming van de kleinere taalgroepen te zorgen.

Lubbers noemde het besluit van de Europese Raad vooral van belang bij de uitbreiding van de Unie. Thans wordt onderhandeld met Finland, Zweden, Noorwegen en Oostenrijk over toetreding. Treden deze vier kandidaat-landen toe, dan krijgt de Unie er drie nieuwe officiële talen bij. Het heeft er dan twaalf. Nu zijn het er negen. In Ierland, België en Luxemburg wordt de taal van een buurland gesproken. In kandidaat-lidstaat Oostenrijk wordt al een Unie-taal gesproken, het Duits.

De Raad besloot gisteren dat de nieuwe lidstaten ieder één Commissaris zullen krijgen. Zweden en Oostenrijk zullen in de ministerraad ieder vier stemmen worden aangeboden. Finland en Noorwegen drie. Frankrijk, de Bondsrepubliek, het Verenigd Koninkrijk en Italië hebben er elk tien. Spanje heeft er acht. België, Griekenland, Nederland en Portugal brengen vijf stemmen uit. Denemarken en Ierland ieder drie en Luxemburg twee.

De Raad kon het gisteren niet eens worden over de nieuwe drempel voor een blokkerende minderheid. Er zijn nu 23 stemmen nodig om een besluit van de Raad tegen te houden. De zogenoemde 'gekwalificeerde meerderheid' ligt bij 54 van de 76 stemmen. Het Belgische voorzitterschap stelde voor om de nieuwe drempel bij 27 te leggen. De Britten en de Spanjaarden willen het echter bij 23 laten. Volgens premier Dehaene zou dat de toch al beperkte slagkracht van de Ministerraad dan nog verder achteruit gaan.

De Raad werd het wel eens over een andere volgorde van de halfjaarlijks roulerende voorzitterschappen bij uitbreiding. Om een optocht van kleine landen in de voorzittersstoel te voorkomen zullen de grote landen de kleine lidstaten systematisch afwisselen. Minister Kooijmans merkte in dat verband op dat Nederland in de nieuwe rolverdeling tot 'groot land' is bevorderd. Het volgende Nederlandse voorzitterschap in 1997 wordt namelijk voorafgegaan door Ierland en gevolgd door Luxemburg.