Einde aan zelfstandig bestaan van Vie d'Or na vermogenstekort

EINDHOVEN, 11 DEC. Levensverzekeraar Vie d'Or kan niet als zelfstandige onderneming blijven bestaan. Als de Veldhovense onderneming niet vóór maandag met een oplossing komt voor het enkele weken geleden ontdekte vermogenstekort, zal de Verzekeringskamer maandag bij de rechter een noodregeling aanvragen. Het gat tussen de verplichtingen en de reserves bedraagt per 1 september 80 miljoen gulden.

Dit heeft de door de Verzekeringskamer aangewezen bewindvoerder, de gepensioneerde Amev-directeur C.M. Boet RA, gisteren bekendgemaakt. Hij zei niet te verwachten dat Vie d'Or voor maandag met een oplossing komt. Onder de noodregeling die dan intreedt, draagt de Verzekeringskamer zorg voor de afwikkeling van de zaken van Vie d'Or.

Boet zal pogingen doen om de verzekeringsportefeuille elders onder te brengen. Daarbij zal, zo luidt de noodregeling, het belang van de polishouders voorop staan. Dan pas kan Boet aan de enkele tientallen personeelsleden denken. Mocht het onderbrengen niet lukken, dan volgt faillissement. Volgens Boet zal gezocht worden naar een degelijke verzekeraar die de portefeuille met 13.000 (koopsom)polissen wil overnemen.

Hij verwacht dat de toezeggingen aan polishouders niet geheel kunnen worden nagekomen, maar de portefeuille vertegenwoordigt bij overname veel waarde. Vorderingen op voormalig directeur Maes, toekomstige stortingen, herverzekeringscontracten en het cliëntenbestand zijn volgens schattingen meer dan 40 miljoen gulden waard, zodat de werkelijke schade zou worden gehalveerd. Bovendien zouden claims wegens wanbeleid nog wat opleveren, zodat de uiteindelijke schade voor de polishouders beperkt zou kunnen blijven.

De advocaten van de Vereniging Belangen Polishouders Vie d'Or, mr. L. Spigt en dr. B. Böhler van Loeff Claeys Verbeke, gingen nog een stap verder. Zij zeiden gisteren dat zij werken aan een constructie waarbij de polishouders geen schade zullen ondervinden. Een Europese maatschappij zou interesse getoond hebben in de portefeuille. Door een speciale constructie zouden de polishouders niets behoeven in te leveren.

Boet verklaarde desgevraagd geïnteresseerd te zijn in elke solide partij, maar hij kon zich niet voorstellen dat een partij zonder de stukken te kennen de polissen zou willen overnemen. Al eerder viel de naam van Amev. Over deze kandidaat zei Boet: “Als ik de markt op moest met Vie d'Or zou dat de laatste partij zijn die ik benader. Dat zou ik nooit kunnen uitleggen.”

Het tekort van 80 miljoen gulden bij Vie d'Or, dat per 1 september van dit jaar is berekend, is volgens Boet ontstaan door mismanagement. Als hoofdoorzaak noemt hij dat er produkten zijn gevoerd met een te geringe marge. Daar kwamen extreem hoge, vooruitbetaalde, provisies bij. “Bovendien zijn er royalties betaald voor produkten waarvan mij onduidelijk is wat ze voorstellen”, aldus Boet. Volgens hem gaan sommige tussenpersonen, die de bedoelde provisies incasseerden, niet vrijuit.

Boet wilde zich niet uitlaten over de vraag in hoeverre sprake is geweest van fraude door de voormalige directeur Maes. Justitie heeft voor een onderzoek de administratie in beslag genomen.

Boet verklaarde wel dat hij polissen heeft gezien met een zogenoemde side letter. Hierin stonden hogere rechten voor de polishouder, rechten die niet aan de toezichthouder - de Verzekeringskamer - werden gemeld.