Edwin Hubble: in dienst van de ruimte

Edwin Hubble. The discovery of the Big Bang Universe ALEXANDER S. SHAROV EN IGOR D. NOVIKOV 187 blz., Cambridge University Press 1993, ƒ 66,85

Astronomen zien hem bijna zonder uitzondering als de man die na Galilei en Copernicus het menselijk begrip van het heelal het meest ingrijpend heeft veranderd. Voor het grote publiek is hij een wetenschapper, wiens naam ironisch genoeg pas onlangs bekendheid kreeg door het échec van de naar hem genoemde ruimte-telescoop. De Hubble Space Telescope is de afgelopen dagen al enkele malen in de ruimte gerepareerd en afgewacht moet worden of hij zijn beoogde gezichtsvermogen zal verkrijgen.

Edwin Hubble deed in de jaren twintig en dertig van deze eeuw een aantal baanbrekende ontdekkingen, die zijn naam als astronoom voorgoed vestigden: hij toonde aan dat het heelal niet statisch is, maar dat alle sterren en sterrenstelsels zich met grote snelheid van elkaar af bewegen. Direct daarmee verbonden is de wet die zijn naam draagt en die het verband geeft tussen de uitdijingssnelheid en de afstand. Tenslotte liet Hubble zien dat er buiten het Melkwegstelsel, waarin de zon en de planeten zich bevinden, nog veel meer sterrenstelsels zijn op vaak enorme afstanden. Elk van die ontdekkingen apart, die alle het resultaat waren van uiterst nauwgezet observatiewerk, zouden hem al een vaste plaats hebben gegeven in de astronomische leerboeken.

Het heeft lang geduurd voor een serieuze biografie van Hubble het licht zag. Gek genoeg kwam deze uiteindelijk niet uit de Verenigde Staten, maar was zij het resultaat van het speurwerk van twee Russische sterrenkundigen, Alexander Sharov en Igor Novikov. Hun gezamenlijke levensbeschrijving, die alweer dateert van zo'n vier jaar geleden, is nu door de inspanningen van de Cambridge University Press in het Engels vertaald en uitgegeven.

In hun inleiding geven zij al aan hoe moeilijk het is geweest om de feiten van Hubbles leven boven tafel te krijgen. Hijzelf was van mening dat het leven van een wetenschapper uitsluitend bestond bij de gratie van zijn werk. Zijn echtgenote was duidelijk een andere mening toegedaan. Zij heeft hem sinds zijn dood in 1953, in woord en geschrift geïdealiseerd: zo beschreef zij haar overigens niet onknappe echtgenoot als: 'an Olympian, tall, strong and beautiful, with the shoulders of the Hermes of Praxiteles'.

De selectieve werkwijze van de liefhebbende weduwe bij het samenstellen en selecteren van documenten voor het Hubble-archief, was voor biografen en wetenschapshistorici een wezenlijk probleem. Sharov en Novikov hebben van dat archief dan ook niet eens gebruik gemaakt, maar hebben zich volledig gebaseerd op interviews met nog levende vrienden en bekenden en op (schriftelijk) materiaal uit andere bronnen. Zij schenken ook ruim aandacht aan de wetenschappelijke ontwikkelingen, die zij van een duidelijke uitleg voorzien. Ze zijn er goed in geslaagd de wetenschapper naar voren te halen, de mens is wat in de schaduw gebleven.

Atleet

Edwin Powell Hubble werd op 20 november 1889 in een Amerikaans middenklasse-gezin geboren. Zijn vader, die als verzekeringsagent een eigen firma had, zag een advocaat in hem en stuurde hem naar de beste privéschool in de buurt en later naar de prestigieuze Universiteit van Chicago. Daar blonk hij niet alleen uit in bijna alle vakken, de sterrenkunde incluis, maar toonde hij zich ook een fanatiek en zeer begaafd atleet, die vooral als basketballer triomfen vierde. Het was dan ook geen echte verrassing dat hij, kersverse 'Bachelor of Science', als enige van de staat Illinois in 1910 een Rhodes-beurs ontving, die hem in staat stelde drie jaar lang in Oxford rechten te studeren: vaders wil was toen nog wet. Daar ontstond zijn liefde voor de Engelse cultuur en maatschappij en werd hij van de ene dag op de andere 'very British, aping the language and manners of the Oxford upper crust'.

Vlak na zijn terugkeer naar de Verenigde Staten wordt hij officieel toegelaten als advocaat in Kentucky, waar zijn moeder na de dood van haar echtgenoot is gaan wonen. Uit geen enkel document blijkt echter dat Hubble ooit als zodanig werkzaam is geweest. Wel is hij korte tijd leraar Spaans en natuurkunde aan een middelbare school, maar ook dat bevalt niet. Dan besluit hij bijna van de ene dag op de andere terug te keren tot een oude liefde, de astronomie. Wat hem precies tot die plotselinge ommezwaai heeft gebracht zal wel altijd onduidelijk blijven, maar vastbesloten was hij wel: 'even if I were second-rate or third-rate, it was astronomy that mattered'. Ook daarna loopt zijn carrière niet echt van een leien dakje. Als in 1917 de Verenigde Staten betrokken raken in de Eerste Wereldoorlog, meldt Hubble zich direct als vrijwilliger, hoewel zijn proefschrift bijna klaar is en hij een aanbieding op zak heeft van het Mount Wilson Observatorium in Pasadena, Californië. Daar bevindt zich de krachtigste telescoop ter wereld en alleen de beste astronomen krijgen een uitnodiging om ermee te werken. Hubbles divisie behoeft echter niet in actie te komen, omdat de wapenstilstand gesloten wordt voor zij goed en wel aan het front is.

In 1919 keert hij dan eindelijk voorgoed terug en begint zijn onderzoek in Pasadena. Al na de eerste week, met niet eens zeer goede waarnemingsomstandigheden, is hij buiten zichzelf: 'If this is a sample of poor seeing conditions, I shall always be able to get usable photographs'. Hij vergist zich niet. In ruim tien jaar zal hij door een uiterst nauwgezette observatie en meting een aantal grote ontdekkingen doen. Weekbladen en kranten als de New York Times besteden aandacht aan zijn werk. Als eerste astronoom siert hij in 1948 de voorpagina van Time.

Opvallend is de rol die twee Nederlandse astronomen hebben gespeeld in Hubble's leven. Allereerst was daar Adriaan van Maanen, die ook op Mount Wilson werkzaam was en met wie Hubble in een bij tijd en wijle bittere controverse gewikkeld was over de rotatiesnelheden van sterrenstelsels. Ontzag voor zijn oudere collega, maar vooral het dringende verzoek van zijn superieuren dwong Hubble om jarenlang toe te zien hoe zijn resultaten het dreigden af te leggen tegen de (onjuiste) ideeën van zijn collega. Pas in 1929 bracht een artikel van Hubble in Astrophysical Journal alle critici, Van Maanen incluis, tot zwijgen. Een andere Nederlander, de bekende Leidse astronoom Willem de Sitter, had een positieve invloed op Hubbles loopbaan: hij zette hem op het spoor dat uiteindelijk leidde tot de naar hem genoemde wet. In een van de weinige nagelaten brieven van zijn hand spreekt Hubble hiervoor zijn diepe erkentelijkheid uit.

Eerbewijzen

De laatste vijfentwintig jaar van zijn leven worden gewijd aan astronomische waarnemingen en aan het in ontvangst nemen van eerbewijzen, al gaat de hoogste prijs aan zijn neus voorbij: pas in 1966 zal een astronoom voor het eerst de Nobelprijs voor fysica in ontvangst nemen. Er is weinig betrouwbare informatie over Hubbles latere persoonlijke leven en jammer genoeg komen ook Sharov en Novikov niet veel verder dan het opnoemen van een aantal bekende persoonlijkheden onder wie Walt Disney en Aldous Huxley, met wie Hubble op vriendschappelijke voet verkeerde. Niets over zijn gezinsleven of over zijn opvattingen, nauwelijks iets over zijn leven buiten de sterrenkunde. Of er nog interessant materiaal te vinden is, blijft de vraag, maar voor het schrijven van de definitieve Hubble-biografie is toch duidelijk meer nodig dan Sharov en Novikov hebben geleverd.