Dobbelen om de achternaam van het kind

Na twintig jaar voorbereiding ligt nu een voorstel tot wijziging van de wet op de naamgeving bij het kabinet. Een goede gelegenheid om te laten zien dat het de regering menens is met de gelijke behandeling van man en vrouw, meent de Maastrichtse hoogleraar G.R. de Groot.

ROTTERDAM, 11 DEC. “Mijn grootvader treedt voor de tweede keer in het huwelijk met een oudere vrouw. Volgens het nieuwe wetsontwerp zijn zij verplicht tijdens de huwelijksvoltrekking te verklaren wat de achternaam van hun eventuele kinderen zal worden.” Belachelijk en buitengewoon pijnlijk vindt G.R. de Groot, hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal recht aan de Rijksuniversiteit Limburg. Als de grootvader en zijn nieuwe vrouw geen naam opgeven, bepaalt de ambtenaar van de burgerlijke stand door middel van loting de achternaam van het kind - wat in dit geval nooit geboren zal worden.

Dit is een van de wijzigingen in de artikelen van het Burgerlijk Wetboek die gaan over de achternaam. In het huidige recht is het zo dat een kind altijd de naam krijgt van de vader als het binnen een huwelijk wordt geboren of als het volgens de wet wordt erkend. Een kind kan nu slechts na veel geregel - niet trouwen, niet erkennen, dus naar de notaris om enige zekerheden voor het kind en voor elkaar vast te leggen - de familienaam van de moeder dragen.

Binnenkort kunnen ouders kiezen welke achternaam zij hun kind meegeven. De keuze voor de naam wordt gedaan bij een zogeheten akte van naamskeuze op het moment van de huwelijksvoltrekking. Als de ouders dat niet vastleggen, of het daar niet eens over zijn, bepaalt de ambtenaar door middel van loting welke naam het kind krijgt. Bij ongehuwden wordt de keuze van de naam vastgelegd bij de 'akte van erkenning'.

De Groot vindt het wetsvoorstel niet ver genoeg gaan. “Het is op zijn zachtst gezegd vreemd om te stellen dat, indien er geen keuze gemaakt is, het kind door middel van loting een naam krijgt. Ik ben in zo'n geval geneigd te zeggen: Doe niet zo moeilijk, de naam van de moeder.” Het ministerie van justitie heeft in zijn ogen geen revolutionaire stappen durven nemen.

Het vastleggen van een achternaam bij de huwelijksvoltrekking is “nodeloos ingewikkeld” en bovendien moet het invoeren van nieuwe verschillen tussen gehuwde en ongehuwde ouders zoveel mogelijk worden voorkomen. Net als mr. W. Elzinga, met wie De Groot al jaren schrijft over het namenrecht en de emancipatie van de vrouw, pleit hij voor een gemakkelijker systeem. Bij de geboorte-aangifte of de erkenning wordt de keuze van de achternaam bekend gemaakt. Voor zover de moeder niet in staat is de aangifte te doen zal van haar een schriftelijke verklaring moeten worden overlegd, net als bij toestemming tot erkenning gebruikelijk is. Formulieren voor een dergelijke verklaring zouden gewoon bij het loket van de burgerlijke stand beschikbaar moeten zijn. Zijn de ouders het niet eens over de naam dan kan het kind op basis van de regel mater semper certa est het kind voorlopig op naam van de moeder worden ingeschreven. Deze oplossing is daarbij goedkoper omdat geen extra lokethandelingen nodig zijn om de naamskeuze bekend te maken.

Een vader kan nu tegen de wil van de moeder het kind erkennen door tussenkomst van de rechter. Vervolgens heeft hij evenveel recht als de moeder bij het bepalen van de achternaam van het kind. De ambtenaar gaat dan 'dobbelen' - want in een dergelijk geval wil de vrouw natuurlijk haar naam aan het kind geven - en zo kan het gebeuren dat de vrouw twee keer slecht af is.

“Ik zou als ambtenaar in zo'n geval als het enigszins kan sjoemelen”, zegt De Groot. De Emancipatieraad wil ook voorrang geven aan de naam van de moeder en gaat nog een stapje verder door de hoop uit te spreken dat de wet op deze manier niet aangenomen wordt. F. van Vliet van de Adviesraad van de regering voor het emancipatiebeleid, vindt ook dat er na twintig jaar overleg een verdergaande wet op tafel zou moeten liggen. “Iedere verandering is welkom maar maatschappelijk gezien is dit wetsvoorstel al weer achterhaald. Het wordt mogelijk om een achternaam te kiezen voor juridische ouders maar er wordt voorbijgegaan aan kinderen die geboren worden uit niet-juridische relaties. Als je een wet verandert moet zij ook passen in de huidige samenleving.”

In het nieuwe wetsontwerp wordt ook aan de man het recht toegekend de naam van zijn echtgenoot te voeren. Een vanuit het gelijkheidsperspectief noodzakelijke geste waarvan volgens De Groot en Elzinga in de praktijk vermoedelijk weinig gebruik gemaakt zal worden. “De naam moet namelijk vóór de eigen naam komen te staan en dat is voor veel mensen minder voor de hand liggend en soms zelfs pijnlijk omdat het aantal echtscheidingen en tweede en volgende huwelijken alleen maar toeneemt.”

Deze bezwaren gelden minder als de naam van de partner achter de eigen naam wordt gevoegd. Een man is waarschijnlijk eerder bereid de naam van zijn vrouw achter die van hemzelf te plakken dan andersom. Ook is het denkbaar dat de volgorde van de namen wordt vrijgelaten, wat beide echtgenoten de mogelijkheid biedt om een gelijkluidende combinatie van namen te dragen.

Wordt het voor mensen die zich bezighouden met familieverbanden en het traceren van namen voor bijvoorbeeld een stamboom dan niet onmogelijk om in deze brei van namen nog een lijn te ontdekken? N. Plomp, plaatsvervangend directeur van het Centraal bureau voor genealogie, zegt daar geen enkele moeite mee te hebben. “Als een naam maar geregistreerd wordt - dan kunnen wij het wel vinden.”

Op het Centraal bureau worden alle registers opgeslagen die met geboorte, huwelijk en dood te maken hebben. Ook als men bij de notaris iets vastlegt, komt dat uiteindelijk in de registers. Alleen duurt dat wat langer omdat die registers pas na tientallen jaren openbaar worden gemaakt. Het bureau beschikt onder meer over 15.000.000 familieadvertenties en 5.000.000 persoonskaarten van Nederlanders die overleden zijn na 1938.

Buitenlandse namen komen steeds meer in de registers voor. In de nieuwe wet wordt geen rekening gehouden met de familienaamoverdracht in andere Europese landen. Internationale huwelijken nemen toe en het zou raadzaam zijn een eenvormig naamrecht in Europa te hebben of dan in ieder geval een mogelijkheid te scheppen voor bijvoorbeeld Spaanse, Duitse of Zweedse eisen.

In Spanje heeft men als eerste geslachtsnaam die van de vader en als tweede geslachtsnaam die van de moeder. De eerste naam van beide ouders wordt doorgegeven aan de kinderen waardoor de vrouwelijke lijn vervalt. De vaste Commissie voor Justitie, die sinds 1984 belast is met een nieuw wetsontwerp voor de herziening van het naamrecht, wil een eindeloze reeks van namen echter voorkomen.

Het Duitse voorstel, dat net aangenomen is, was eerst voor loting van de geslachtsnaam maar omdat men dat in strijd vond met de menselijke waardigheid is nu beloten tot tussenkomst van de rechter in het geval de ouders niet kunnen kiezen. Winnaar zou volgens De Groot Zweden moeten zijn: een kind krijgt de naam van de moeder tenzij een gezamenlijke verklaring wordt afgegeven door de ouders dat het de naam van de vader moet zijn.