De kleine wetenschap (15)

Een nieuwe kwaal die in de westelijke wereld slachtoffers maakt heet Attention Deficit. In het gezondheidsklasje waar we broccoli met wortelsap krijgen werd een filmpje vertoond met een patiënt in de hoofdrol, een man van een jaar of veertig. Hij zag er goed uit, energiek bewegend, in een onopvallend maar duur pak, zijn haar keurig geknipt. Eerst stormde hij de lift uit, liep doelbewust door een kantoorgang, een kamer binnen en ging aan een bureau zitten dat kennelijk van hem was. Hij rommelde in papieren, greep met een ruk de telefoon, legde die weer neer, stond op, wisselde een paar woorden met een collega, beende haastig naar de deur, keerde terug naar zijn bureau, pakte opnieuw de telefoon, prikte met de wijsvinger van zijn linkerhand een nummer terwijl hij met zijn rechter weer in de papieren graaide, kon kennelijk niet bijtijds het gezochte document vinden en onderbrak de verbinding nog vóór de andere kant antwoord had gegeven.

Toen kwam de therapeut in beeld. Hij vroeg: 'Wat bent u aan het doen?''

De kantoorman keek hem geërgerd aan. 'Dat zie je toch wel man! Ik heb het druk!''

'Ja, dat zie ik'', zei de therapeut. 'Maar waarmee?''

'Met alles!''

De therapeut op het filmpje trok een kalmerend gezicht. 'Een mens kan het maar met één ding tegelijk druk hebben'', zei hij.

'Ik heb het toevallig druk met alles!'' zei de kantoorman. 'En nou met jou ook nog! Eruit!''

Dat was het einde van dit filmpje. 'We hebben hier een duidelijk voorbeeld van een lijder aan het Attention Deficit'', zei onze eigen therapeut. Meteen begonnen we aan de groepsdiscussie. Die werd al vlug zo verward dat ik ben weggegaan. Niemand heeft het gemerkt.

Het Attention Deficit zoals het in dit filmpje was vertoond, deze patiënt, dacht ik toen ik weer op straat liep, is de zappende mens in zijn actiefste verschijning. Als minder actieve zit hij in zijn stoel voor de televisie en met de afstandsbediening in zijn hand rent hij de hele avond langs de kanalen, kijkt naar alles, ziet niets en gaat duf en ontevreden naar bed. Dat is meteen ook de overeenkomst met de actieve. Die heeft niets gedaan en gaat in dezelfde toestand naar bed.

Een op het eerste gezicht soortgelijk maar in wezen heel ander geval is dat van de ezel die tussen zijn berg hooi en zijn bak met water verhongerde en verdorstte. Hij was het slachtoffer van een andere kwaal die nog een Franse naam heeft, het Embarras du choix. Als de ezel tussen het hooi en het water had gezapt was hij niet gestorven, hij had op z'n hoogst een gedrag van hap-slok hap-slok vertoond, was verzadigd geraakt en had zich weer voor de kar laten spannen. Het noodlottig tekort van de ezel was dat hij niet kon kiezen tussen twee lekkersten, en ten slotte, de twee noodzakelijksten. De lijder aan het Attention Deficit verliest ieder ogenblik weer zijn aandacht voor wat aan hem verschijnt omdat hij zich al iets heeft voorgesteld dat hem nog urgenter, leuker, mooier, spannender, minder verzuimbaar voorkomt, waardoor hij datgene wat hij onder handen of ogen heeft vergeet. Het Embarras du choix is op den duur dodelijk door de gelijkwaardigheid van aanbod; het Attention Deficit heeft hetzelfde resultaat door de veronderstelde escalatie in kwaliteit van het aanbod. Het Embarras geldt zelfs nog als er gekozen moet worden tussen alternatieven van de laagste kwaliteit; het Deficit ontstaat door het veronderstelde vooruitzicht op een steeds hogere kwaliteit.

Wie heeft in het laatste geval de schuld? Ik veronderstel: beide partijen. De kant van het aanbod doet de afnemer telkens weer geloven dat het om de hoek nog beter is en laatstgenoemde gelooft dat. Begerigheid en goedgelovigheid zijn de wortels van het Attention Deficit; en omdat een mens nu eenmaal sneller iets gelooft naarmate hij begeriger is, moeten we tot de conclusie komen dat van deze twee wortels begerigheid de belangrijkste is.

Wat is dan het begeren van de man op kantoor die we op het filmpje langs zijn bezigheden zagen zappen? Om dat te begrijpen moeten we beseffen dat hij werkt aan zijn zelfbeeld. Dat is weer opgebouwd uit drie elementen: 1. Het beeld zoals hij veronderstelt dat de direkte omgeving zich van hem zal vormen. 2. Het beeld dat hij op grondslag van die veronderstellingen van zichzelf heeft. 3. Het zelfbeeld dat hij zich ongeacht punt 1 en 2 het ideale vindt. De drie elementen verdichten zich tot het beeld van een rusteloos, op alle fronten oplettend en slagvaardig mens. We kunnen ons ook nog afvragen waarom hij juist dit zelfbeeld wil en niet bijvoorbeeld een congruentie met Diogenes of Oblomov, maar dat gaat te ver. Dit zelfbeeld hangt nu eenmaal samen met de norm van de cultuur. Die kunnen we ook wel willen veranderen, maar dan wordt in deze aflevering van de kleine wetenschap het paard achter de wagen gespannen.

Het tragische bij het Attention Deficit is dat het beeld voor de werkelijkheid wordt versleten. In werkelijkheid is hij een geagiteerde nutteloze, iedereen tot last, zichzelf het meest. Hij is door zijn zelfbeeld overweldigd en kan zich er niet meer aan ontworstelen. Nu het zover is, nu de kwaal zich van de patiënt heeft meester gemaakt zal het hem de grootste moeite kosten er weer vanaf te komen. Immers: alle vaardigheden, alle vermogens, alle faculteiten, ook die van de hersenen worden zwakker naarmate ze minder worden gebruikt. In dit geval atrofiëert het concentratievermogen ten gunste van het zapvermogen. In de hersenen ontstaat een chaotische situatie die niet één twee drie weer op orde kan worden gebracht.

Zoals bij alle kwalen geldt ook hier: voorkomen is beter dan genezen. In dit geval: wie zijn zelfbeeld onder controle heeft zal merken dat hij ook meester is over zijn zaplust, actief of passief. Op een muur, langs de spoorlijn, niet ver van het station Arnhem staat met grote letters gekalkt: VERNIETIGT UW ZELFBEELD. Dit is zowel het geheim van de preventie als het begin van de therapie.