Bubbling is de dans van de kont

Ooit zat ik op jazzballet. Een van de oefeningen waar de danslerares veel waarde aan hechtte was 'contract/release'. Daarbij moesten we op het door haar aangegeven moment het bekken beurtelings naar voren kantelen, voor een bolle rug, en naar achteren, voor een holle rug: “Contract...en..Relééáse!” Als ik toen had doorgezet, had ik nu misschien mee kunnen doen aan de nieuwste dansrage: het bubbelen.

De bubbelstijl is afkomstig van Jamaica en bereikte Nederland via de Antillen en Suriname. Volgens ingewijden wordt het hier al jaren gedaan, maar pas de laatste tijd is het alomtegenwoordig. In Amsterdam en Rotterdam zijn tegenwoordig ieder weekend bubbelfeesten. Bubbelshows worden geprogrammeerd als tussendoortje bij reggae-concerten en een paar weken geleden dansten drie bubbelaarsters in het televisieprogramma van Paul de Leeuw.

Bubbling is de dans van de kont. Die moet, met doorgezakte knieën, voortdurend trillend, golvend, schokkend en draaiend in beweging worden gehouden. Het bovenlichaam blijft statisch en de armen zijn geheven in een krachteloos gebaar. De bubbelaars voegen soms ook acrobatische elementen toe. Dan staan ze op het hoofd met de benen, aangedreven door het bekken, zwaaiend in de lucht.

Net als breakdancen ooit opkwam in samenhang met hip-hop, hoort ook het bubbelen bij een muziekgenre. De Jamaicaanse 'dancehall-style', ofwel 'raggamuffin', van zangers als Shabba Ranks, Buju Banton en Papa San, is razendsnelle rap begeleid door synthesizerblieps en scherpe drumcomputers. Maar wat in Jamaica 'raggamuffin' heet, noemt men in Suriname 'bubbelen'. Een onomatopee, want bij de echt snelle stemkunstenaars gaat het onderscheid tussen de woorden verloren en klinkt het resultaat als een babytaal: 'bobblebobblebobble'.

Dat ook de dansstijl hier bubbelen wordt genoemd klopt eigenlijk niet, zegt Lloyd, een feest-organisator uit Rotterdam. Het zou 'bogle' moeten heten, zoals ze het in Engeland noemen. Lloyd organiseert party's in Rotterdam voor een Antilliaans en Surinaams publiek. De feesten in grote zalen als Imperium en Royal Palace zijn voor een doelgroep vanaf zestien jaar. Voor de jongeren, vanaf twaalf jaar, worden bubbelfeesten georganiseerd in clubhuizen. Lloyd trekt vierhonderd tot vijftienhonderd mensen. Dat is vergeleken met de bezoekersaantallen van house-feesten niet zoveel, maar dat komt door de beperkte doelgroep van Surinaamse en Antilliaanse jongeren. Blanken komen haast niet op de feesten, zegt Lloyd: “Die gaan liever naar house-party's. Voor house hoef je niet te kunnen dansen, daarom is dat iets leuker voor blanken.”

Lloyd beaamt dat het op de feesten vooral meisjes zijn die hun kunsten vertonen. Maar dat is logisch, want: “De bewegingen zijn heel erotisch en dat hoort bij de vrouw.”

Op een vrijdagavond ga ik naar Club 216 op de Wallen in Amsterdam om er een bubblefeest mee te maken. Voor de deur staat een tien meter lange rij die door dranghekken in bedwang moet worden gehouden. Binnen is de grote dansvloer geheel gevuld met meisjes in zomerse kleding. Mijn vrienden en ik zijn als enigen lang, wit en tegen de dertig.

Eerst wordt er op traditionele reggae gedanst, wat een weinig opwindende deining veroorzaakt onder het publiek. Maar dan schakelt de discjockey over op 'bubbling-music'. Bij het intro wordt gejuicht en de meisjes nemen twee aan twee, de een met de kont in het kruis van de ander, positie in. Sommige paren zijn meisje-jongen, het meisje voor, de jongen achter. Terwijl haar achterwerk draait als een stamper in een vijzel, kijkt hij alsof de tijd moet worden gedood.

Twee meisjes creëren een vrije ruimte op de dansvloer door allerlei kunsten te vertonen. De een staat met haar benen wijd en de ander bubbelt er onder door. Dan gooit nummer een zich achterover als een brug en bubbelt nummer twee een beetje tussen haar benen. Er wordt ingespannen gekeken, want bij alles moet het achterwerk steeds blijven draaien.

Lachen en joelen doen de meisjes pas als er even later een mannelijke striptease-act wordt opgevoerd. Plotseling verandert hun houding, die tot dan toe leek uit te drukken dat de erotiek hun ook maar overkwam, in een van begerigheid. De zwarte striptease-danser heeft drie tangaslipjes over elkaar aan en onder de laatste een sok. Hij gaat op de vloer zitten en spuit melkachtige lotion uit een flacon, eerst over zichzelf en dan in de richting van de gillende menigte. Hij smeert zich in met de vloeistof, waarna hij zich als een aangeschoten stuk wild over de grond sleept richting de uitgang.

Als de vloer is gedweild gaat het bubbelen verder. De muziek is onnavolgbaar snel, maar dat is vooral de verdienste van de dj; hij draait de platen voor 33 toeren op 45 toeren per minuut. Dj Moortje, de gevierde dj die hier bezig is, heeft dit zelf geïntroduceerd, zegt hij. Voor het eerst probeerde hij het met een plaat van Shabba Ranks, Trailorload of girls, en dat sloeg zo aan dat hij er zijn handelsmerk van heeft gemaakt. If I was a rich man uit de musical Anatevca en Murder she wrote van Sly & Robbie worden op deze manier vermangeld tot lispelige cartoon-tunes.

Dj Moortje komt uit Curaçao. Daar op de Antillen was bubbelen allang een succes. Suriname volgde later en Dj Moortje heeft het vijf jaar geleden persoonlijk naar Nederland gebracht. “Toen ik hier met draaien begon, moest niemand er iets van hebben. Maar ik heb het doorgezet en de laatste drie jaar heb ik veel fans gekregen. Nu kan ik er goed van leven.”

Sigrid, een twintigjarige bubbelaarster uit Rotterdam, heeft met twee anderen het dansgroepje Perfection, “als bijverdienste”. Ze is hard bezig met een opleiding voor doktersassistente en doet dit “voor de lol”. Oefenen hoeven ze bijna niet, want zoals Sigrid zegt: “Zo dansen zit ons in het bloed.”

Het sensuele gedraai van de drie danseressen leidt niet tot opdringerig gedrag van jongens. Tenminste: “In Rotterdam kent men ons en ze weten dat we allemaal een vriend hebben. In Amsterdam zijn sommige mannen wel vervelend. Daarom hebben we ook altijd onze vriend bij ons.” Bij de wedstrijd die later op de avond wordt gehouden tussen dansgroepen uit Amsterdam en Rotterdam valt een gemeenschappelijk kenmerk op: de wildst schokkende bekkenbewegingen gaan steeds samen met de onverschilligst mogelijke gezichtsuitdrukkingen. Alsof het ondanks zichzelf gebeurt. Sigrids theorie dat het 'in het bloed' zou zitten lijkt ook bewezen te worden door twee meisjes op de dansvloer die niet ouder kunnen zijn dan een jaar of zeven. In hun spijkerbroekjes en met blinkend witte gymschoenen bubbelen ze er onverstoorbaar op los.