Column

Begraven

Gaan zoals je was heette de documentaire die donderdagavond door de IKON werd uitgezonden. Een aantal mensen dat nog maar een geringe tijd te leven had vertelde over de manier waarop zij begraven c.q. gecremeerd wilden worden. Leonie wilde in een rode kist en een zwerfkei met alleen haar naam op het graf, Reint wilde een mooie ouderwetse rouwkoets en als muziek een combinatie van Beethoven en De Kermisklanten. Ik vond het knap omdat ik een beetje weet wat televisie is. Ik zag de geluidsman met de microfoonhengel, de cameraman, de producente, de regisseur, de regie-assistente en nog wat anderen rond het bed van de doodzieke patiënt.

'Mag deze take nog één keer over? Ik heb niet genoeg licht. Wilt u iets meer ontspannen als u praat?'

Ik vond het programma mooi, maar zag ook een heel groot luxe verdriet.

Hier in het westen kunnen we tot op de seconde in de grootste politieke vrijheid doen, laten en vooral zeggen hoe we willen leven en ook het allerlaatste ritueel mee regisseren. In Sarajevo heb je er weinig die debatteren over de kleur van de kist, de auto of de koets, begraven of cremeren en in Somalië babbel je ook niet echt lang met de begrafenisondernemer over wel of geen plakje cake bij de koffie.

In Mostar worden de meesten gecremeerd door de vijand, terwijl ze liever een jaar of veertig later door hun eigen familie begraven hadden willen worden.

In Nederland wordt het laatste afscheid steeds persoonlijker. Een vriend van mij kan smakelijk vertellen over de meest folkloristische aidsbegrafenissen. De ene keer moet hij met een vuurpijl (symbool) zwaaien, de andere keer met een takje groen (ook symbool), weer een andere keer huppelt een abstracte danseres een macrobiotisch dansje om de kist en de keer daarop moet hij champagne drinken aan de groeve onder de uitroep: 'Dag Karel, dag jongen!'

Het is voor hem telkens weer een uiterst avontuurlijk uitje en zo gauw hij thuis is doet hij mij telefonisch verslag van de curieuze circus-acts die hij nu weer gezien heeft. En ik moet zeggen: smakelijke verhalen.

De ene crematie is nog bonter dan de andere en sommige mensen worden kleurrijker begraven dan ze ooit geleefd hebben. De meest grijze Opel Kadettjes nemen afscheid als een Bentley.

Tijdens het kijken naar het programma dwaalde ik af naar mijn eigen dood. Hoe wil ik het eigenlijk? Moet mijn as uitgestrooid worden boven het woeste Emmeloord? Wil ik gecremeerd worden in het exotische Lelystad? Of wil ik begraven worden in een duinpan vlakbij Bloemendaal omdat ik het daar een keer in de sneeuw met mijn vrouw heb gedaan? Ik weet het niet en eerlijk gezegd interesseert het me ook niet. Het enige wat ik heb gemaakt is een lijstje met mensen die niet mogen speechen. Want ik verdenk een paar vage kennissen dat ze van de gelegenheid gebruik zullen maken en ongevraagd achter de katheder kruipen om wat afgekloven clichés uit een of ander citatenboekje over me uit te strooien en die kans gun ik ze niet. Geen woord. Brahms, Rachmaninov, Saint Saëns en Elgar, maar verder geen lettergreep. Ik heb zelf al genoeg geluld. Vijf jaar geleden werd een vriend van mij gecremeerd en stond de personeelschef van de zaak waar hij gewerkt had zo lang te ouwehoeren dat op een gegeven moment de kist open ging, er een urn uitkwam die riep: “Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik ben al klaar.”