Autonomie schoolbesturen in gevaar

DEN HAAG, 13 DEC. De Tweede Kamer wil van minister Ritzen (onderwijs) weten of schoolbesturen niet teveel afhankelijk zijn geworden van de machtige zogeheten administratiekantoren.

Bij sommige fracties bestaat de vrees dat deze (verzuilde) kantoren met hun grote, professionele kennis van beheer en administratie van de scholen, meer profiteren van de autonomievergroting in het onderwijs dan de schoolbesturen zelf. Daardoor komt het streven naar vergroting van de vrijheid van bestuurders, ouders en leraren in het onderwijs in gevaar. De ene afhankelijkheid (van het ministerie) wordt ingeruild voor de andere (van de bureau's), aldus het Tweede Kamerlid D. de Cloe (PvdA).

Op aandringen van De Cloe heeft de Kamercommissie voor onderwijs van de Tweede Kamer daarom eergisteren minister Ritzen gevraagd om voor 1 april volgend jaar in een nota de positie van de kantoren in kaart te brengen. Aanleiding voor het verzoek vormen onder meer enkele artikelen in NRC Handelsblad, begin september, over machtsconcentratie in het katholiek onderwijs in Hilversum en omstreken. Volgens De Cloe speelt het probleem van de gegroeide macht van de administratiekantoren vooral in het katholiek onderwijs. Het centralisme is daar namelijk groter dan bij protestants-christelijke scholen.

De Cloe wijst erop dat ook bij het ministerie zelf vragen zijn gerezen over de kantoren waarvan de positie niet is vastgelegd in het onderwijsrecht. Zo meldt Uitleg, het mededelingenblad van het ministerie, in een van haar laatste nummers dat secretaris-generaal R. Meijerink heeft verklaard dat “minder sturing er niet toe mag leiden dat de scholen de toegenomen autonomie overboeken naar grotere bestuurlijke en administratieve eenheden.'