Anti-Duitse gevoelens in Griekenland; Grieken vinden zich in uitspraken van ondiplomatieke onderminister

ATHENE, 11 DEC. De meest populaire bewindsman in de vijftigkoppige ministersploeg van Andreas Papandreous is momenteel ongetwijfeld de 55-jarige Theodoros Pángalos, onderminister van buitenlandse zaken, belast met het Europese beleid. Vorige week sprak hij tijdens een lezing in Athene van een tegen Griekenland gericht “komplot” binnen de Europese Unie, noemde Duitsland - stellig met de figuur van Kohl voor ogen - “een reus met het lichaam van een monster en het brein van een kind” en beklaagde zich erover dat Turkije wordt toegestaan “met zijn bebloede laarzen te lopen over het Europese tapijt”.

Diplomatiek of niet, dit moest allemaal eens een keer worden gezegd, vinden Grieken die de laatste maanden kennis hebben genomen van zo veel spottende reacties in Europa op de verkiezingszege van Papandreou. Zelfs na de bezetting kon men de Grieken niet specifiek anti-Duits noemen, eerder anti-Engels en anti-Amerikaans. Pas de laatste tijd is dat sentiment in alle hevigheid opgekomen, onder invloed van de gebeurtenissen op de Balkan.

De meeste Grieken zien de ontbinding van Joegoslavië als een produkt van berekenende Duitse strategie. De componist Theodorakis, die zich in geen enkele politieke kwestie stil kan houden en ook wel wat openbare instemming kan gebruiken, noemde vorige week Duitsland “voor de volle 100 procent” schuldig aan de huidige slachtingen, en volgens de populistische krant Avriani, die uitkwam met de kop “Pángalos is een man”, zijn de Duitsers onder Kohl zelfs nog erger dan onder Hitler.

Volgens speculaties in de Griekse pers wordt nu, vooral vanuit Duitse kringen, aangedrongen op het ontslag van de bewindsman, mede echter op formele gronden. Een onderminister zou tijdens het komende Griekse EU-voorzitterschap - dat aan het Duitse voorafgaat - niet kunnen presideren over volbloed-ministers, hun het woord geven en ontnemen. Zijn 'baas', Karolos Papoulias (66), die qua optreden en temperament het tegendeel is van de briljante en extravagante Pángalos, zou dat dan voor zijn rekening moeten nemen, maar hij mist de noodzakelijke Europese ervaring.

Binnen Griekenland wordt ook aangedrongen op Pángalos' aftreden, en wel door leden van de oppositie. Dit gaat terug op weer een andere uitlating van de bewindsman. Reeds tweemaal heeft deze, in vraaggesprekken met Griekse journalisten, verzucht dat de kwestie van de naam van Macedonië “een verloren zaak” is, waaraan eigenlijk geen krachten meer moeten worden verspild. Hij bedoelde natuurlijk vooral dat de voorafgaande rechtse regering-Mitsotakis zoveel fouten had gemaakt dat de zaak niet meer viel te redden.

“Iemand die de perspectieven zo neerslachtig inziet, moet men niet op diplomatieke missies sturen”, aldus stemmen binnen de oppositie, en zowel Papandreou als Papoulias heeft zich van Pángalos' pessimisme gedistantieerd. Op een spotprent in een Atheens dagblad ziet men de Macedonische president Glirorof op bezoek gaan bij minister Pángalos. De Griek die hem aankondigt roept opgewonden: “De president heeft de door u voorgestelde naam zojuist goedgekeurd. De Verloren Zaak!”

Men zou tegen Pángalos ook nog kunnen inbrengen dat de combinatie van alle omstreden uitlatingen een wonderlijke tegenstrijdigheid oplevert. Als de naamkwestie toch een verloren zaak is, waarom moet je je dan nog druk maken - en nieuwe vijanden creëren - om een 'komplot' binnen de EU (waarmee werd gedoeld op een afspraak van Duitsland, Frankrijk en Italië om nog dit jaar diplomatieke betrekkingen met Skopje aan te gaan).

De kracht van Pángalos' theorie, beleden in de vraaggesprekken, was immers gelegen in de redenering: laat de anderen nu maar begaan, ze zijn door Mitsotakis te veel aangemoedigd. Onze eigen troef blijft dat Griekse erkenning voor Skopje verreweg de meest belangrijke is, omdat wij de grens kunnen afgrendelen en de haven Thessaloniki sluiten.

Ook Papandreou denkt in deze richting. “Binnen de niet-erkenning van een zich Macedonië noemende republiek zijn voor ons nog alle opties open, van een vriendschappelijke politiek zoals we die tientallen jaren ten opzichte van het evenmin de jure erkende Israel hebben gevoerd, tot en met het geven van waarschuwingen in de vorm van sluiten van grenzen en haven.” Militaire maatregelen sloot hij onlangs met zoveel woorden uit.

Bij de nadering van het Griekse EU-voorzitterschap en meteen al bij de topconferentie van gisteren en vandaag, als de kwestie ter sprake kan worden gebracht, zal Papandreou vermoedelijk proberen Pángalos' nijdig overgekomen teksten zo vreedzaam mogelijk te herschikken. Een wegsturen van Pángalos hoeft men van de Griekse premier op korte termijn niet te verwachten, maar op de langere duur is dat natuurlijk nooit zeker. Papandreou heeft in zijn lange leven al heel wat ministers opgeofferd.