Alles of Engels

In Europa spreken twintig miljoen mensen Nederlands, maar buiten Nederland en Vlaanderen is die taal vrijwel onbekend behalve her en der in Nederlandstalige enclaves overzee. Het Nederlands is binnen de Europese Unie een officiële taal, op gelijke voet met de nationale talen van de andere lidstaten (uitgezonderd het Iers en het Luxemburgs). Het Catalaans is kort geleden 'erkend als gemeenschapstaal' - een geheel vrijblijvende geste die nog een pijnlijk precedent zal blijken als andere taalminderheden zich komen melden.

Nu al moeten de parlementaire debatten, raadszittingen en andere belangrijke vergaderingen en bovendien alle beschikkingen en andere gewichtige documenten in alle negen talen van de Unie worden vertaald. Tijdens een zitting zijn dus 9x8=72 verschillende vertolkingen nodig. Wordt de Unie uitgebreid tot zestien leden, dan komen er nog drie talen bij en stijgt dat aantal tot 12 x 11= 132, wanneer ook nog Tsjechië, Hongarije en Polen toetreden, dan wordt het 15 x 14= 210 vertolkingen. De kosten van de vertaaldiensten van de Unie liggen nu al in de grootte-orde van een miljard gulden, een procent of twee van de totale begroting. Als daarmee de lieve vrede gediend is en een taalstrijd wordt vermeden, dan is het nog goedkoop gekocht.

De documenten zullen binnenkort door computers van de ene taal in de andere kunnen worden omgezet, zolang het om standaardzinnen gaat, en op wat langere termijn is te verwachten dat vertaalmachines het gesproken woord in de ene taal synchroon zullen kunnen uitspreken in de andere taal, als het maar tot vaste frases en clichés beperkt blijft.

Ondertussen worden de interne correspondentie, de ambtelijke gesprekken en het besloten overleg allang in het Frans en het Engels gevoerd, steeds minder in het Frans, steeds meer in het Engels. Duitsland dringt er sinds jaren discreet op aan dat in de Commissie ook Duits gesproken wordt en sinds '91 is dat standpunt openbaar.

De Gemeenschap heeft de discussie over de talenkwestie steeds behendig weten te ontlopen. De Fransen waren van meet af aan bevoordeeld en willen dat zo houden. De Engelsen kunnen erop vertrouwen dat het Engels steeds meer in zwang raakt, hoe minder ze daarop de aandacht vestigen hoe beter. Voor de Duitsers was het nog te vroeg om zich al te krachtig te manifesteren. De kleine talen moesten tevreden zijn dat zij tenminste formeel gelijkberechtigd waren.

Maar kort geleden eisten de Vlamingen dat ze binnen het Eurocorps in hun eigen taal gecommandeerd zouden worden. Die eis werd met een kleverig compromis gesust. Even later bleek dat het Europees merkenbureau alleen nog aanvragen voor merkbescherming zou accepteren in de vijf 'grote' talen: Engels, Frans, Duits, Spaans en Italiaans. Zoals meestal in taalzaken bleven de Noord-Nederlanders onbewogen en steigerden de Vlamingen. Terecht. Als de Unie toch veeltalig is, waarom zou het Nederlands er dan uitgerangeerd worden?

Er werd een vergelijk bereikt: de aanvragen mogen in alle talen van de Unie worden ingediend, maar wie tegen een afwijzing wil procederen moet dat toch in een van de vijf talen doen. In deze krant van 7 december wordt aan dat bericht veelbetekenend toegevoegd dat dit voor de Nederlanders niet veel uitmaakt, omdat ze toch al gewend zijn hun correspondentie in het Engels te voeren. Dat is zo, en niet alleen in Nederland.

Het Engels is nergens op het vasteland van Europa de moedertaal, maar overal is het de eerste tweede taal. Dat komt omdat het percentage Europese jongeren dat middelbaar onderwijs volgt spectaculair is gestegen. Die scholieren leren in overgrote meerderheid Engels (ook in Spanje en Italië). Op de meeste scholen zijn net als in Nederland de drie 'moderne talen' niet langer verplicht, de kinderen mogen kiezen en ze kiezen en masse voor Engels. Geef ze eens ongelijk.

Binnen de Unie spreken tachtig miljoen mensen Duits als moedertaal en zestig miljoen van huis uit Engels, maar door het talenonderwijs zijn er ruim tweehonderd miljoen Engelstaligen en ruim honderd miljoen die Duits spreken. De Europese taalkwestie is dus eigenlijk al beslist, door de Europeanen.

Daar denken de Eurocraten anders over. Zij durven uiteraard niet voor een enkele verkeerstaal te kiezen maar proberen het aantal talen te verminderen door het Nederlands net als andere, kleinere talen eruit te werken.

Dat is niet in het belang van de Nederlandstaligen. Natuurlijk moeten de Vlamingen en de Nederlanders zich niet neerleggen bij de tersluikse afschaffing van hun taal als officieel medium in Europa, en al helemaal niet als ondertussen een hele reeks andere talen in de circulatie blijft en de veeltaligheid voortduurt met alle complicaties van dien. Maar Nederland heeft er evenmin belang bij om zich hardnekkig in te graven in een stelling die absurd wordt als alle andere lidstaten overeenkomstige posities innemen: negen, twaalf, vijftien volledig gelijkberechtigde talen, dat is het pandemonium.

Europa, en ook Nederland, heeft veel meer voordeel bij de invoering van een enkele verkeerstaal en werktaal voor de Unie, en dan liefst een die de meeste Nederlanders al goed machtig zijn en die in Europa het meest verbreid is: het Engels. Dat Engels is ook elders in de wereld al de eerste verkeerstaal en wordt na het Chinees en het Hindi ook het meest gesproken. Van Engeland valt in de Unie geen overheersing meer te duchten en het Engels kan een goed tegenwicht bieden tegen de groeiende politieke en economische hegemonie van Duitsland nu dat land als cultuurmogendheid nog tamelijk zwak staat.

In de Europese taalkwestie kan Nederland nog het beste aankomen met een tweetrapsvoorstel: om te beginnen zijn alle officiële talen gelijkberechtigd, maar als dat niet vol te houden is dan moet daaruit ook de consequentie getrokken worden en dan moet echt gekozen worden voor één Europese taal, en wel het Engels. Dat is het taalbelang van Nederland en van de andere kleine en middelgrote taalgebieden in Europa.

Maar dreigt dan niet het Engels ook binnenslands de landstaal te verdringen? Wordt in Nederland dan niet het Nederlands door het Engels ondermijnd? En zou dat zo erg zijn?

Ja, dat zou vreselijk zijn. Maar het is heel onwaarschijnlijk. It can't happen here. Daarover een andere keer.