Waalwein, Jennifer en Marlijn

Harm de Jonge, De blauwe maansteen. Uitg. Van Goor, ƒ 24,90. Vanaf 11 jaar.

Zijn nieuwste boek De blauwe maansteen oogt evenals zijn vorige, De vogelrots, als een jongensboek van dertien in een dozijn, en de titels wijzen in dezelfde richting. Maar schrijver Harm de Jonge heeft zijn lezers meer te bieden dan veel van zijn collega's: het afgezaagde avonturenverhaal dat je achter die realistische omslagen verwacht blijkt helemaal niet afgezaagd. En bovendien is dat niet waar het in deze boeken allereerst om gaat. Het zijn niet louter vertellingen, de thema's die De Jonge aanboort zijn juist nogal zwaar en Des Levens. Zijn personages, meestal pubers, worden in een thriller-achtige intrige geconfronteerd met 'grote emoties' als trouw, verraad, jaloezie en schuld.

Er valt voor kinderen in de puberleeftijd inderdaad veel te herkennen in de boeken van De Jonge, zonder dat die rechtstreeks verwijzen naar de alledaagse werkelijkheid. Zo spelen zowel De vogelrots als De blauwe maansteen zich af in een soort niemandsland, een nogal onherbergzame mijnstreek waar een groep als De Vreemden aangeduide ertszoekers door de autochtone bevolking als de vijand wordt gezien. Tegen die merkwaardige achtergrond construeert De Jonge zorgvuldig zijn verhalen, of misschien kunnen we beter zeggen dat hij een door hemzelf opgeworpen mysterie ontrafelt.

In De blauwe maansteen gaat het om het schuldgevoel van hoofdpersoon Davie jegens zijn boezemvriend Barrie, die vermist wordt sinds ze samen op een berg werden overvallen door een kolkende moddermassa. Eenmaal weer veilig thuis wordt Davie gekweld door de vraag wat er precies gebeurde daar op de Sneeuwberg, vlak voor de modder vanuit een gat over hen heen spoot. De jongens waren in gezelschap van een meisje, Jennifer, op wie Davie hevig verliefd is, en de grote maansteen waar ze op dat moment naar liepen te zoeken zou voor haar bestemd zijn geweest. Is het allemaal de schuld van de natuur dat Barrie onvindbaar is of is Davie op de een of andere manier medeverantwoordelijk? Ergens zit een gat in Davies geheugen, en het schuldgevoel dat op hem drukt (en dat De Jonge zeer overtuigend weet over te brengen) kan hijzelf niet goed verklaren. Geleidelijk komen de herinneringen terug, het heeft allemaal veel met rivaliteit en jaloezie te maken.

De wonderlijke sfeer waarvan deze psychologische jeugdroman - want dat is De blauwe maansteen in de eerste plaats - doortrokken is wordt nog eens versterkt door de vele parallellen met die De Jonge trekt met de middeleeuwse Arthurromans. Achterin het boek wijst hij op een aantal overeenkomsten: puur fictieve namen als de Sneeuwberg en Marlijn - een geheimzinnige macht die z'n stempel drukt op het (bij)geloof van de twee jongens en hun dorpsgenoten - verwijzen naar de Snowdon in Wales en de tovenaar Merlijn. En het gaat nog veel verder: de jongens moeten we zien als twee ridders van de Ronde Tafel (niet voor niets is Davie z'n achternaam Waalwein), de maansteen die ze hopen te vinden is een natuurlijk een soort Graal en de jonkvrouw in het verhaal heet Jennifer, een eigentijdse variant op Guinevere. En in een van Davies herinneringen zeilt er, in navolging van het zwevende schaakbord van Koning Arthur, zelfs een schaakbord door Barries kamer.

Wat mij - naast de hier en daar nogal gezwollen stijl - irriteert aan het op zichzelf knap in elkaar gezette verhaal is dat De Jonge zo uitleggerig met al die parallellen en verwijzingen omspringt. In plaats van achterin het boek een en ander wat uitvoeriger toe te lichten propt hij alles op een heel onhandige manier in het verhaal zelf - soms zelfs in de dialogen. Zo vergelijken de jongens en Jennifer zichzelf en elkaar met de figuren op wie ze geïnspireerd zijn, en dat geeft het verhaal iets krampachtigs, alsof de schrijver als de dood is dat zijn lezers het allemaal niet doorhebben. Terwijl dat helemaal niet zo'n ramp zou zijn, want de kracht van zijn boek is nu juist dat het zich op verschillende niveaus laat lezen.