Vrijdag 10; Nieuw fonds, oude belangen

Deining en rumoer viel te verwachten na de bekendmaking van de commissies die het nieuwe Nederlandse Fonds voor de Film moeten gaan adviseren over de subsidiëring van filmprojecten. Alleen al de totstandkoming van dat nieuwe Fonds, met gelijktijdige opheffing van het Productiefonds (lange speelfilms) en het Filmfonds (low-budget-speelfilms, korte films, documentaires), was met het nodige misbaar gepaard gegaan. Een heuse pressiegroep 'uit het veld', die zich Filmers 93 noemde, had er op aangedrongen creatief filmtalent niet uit te sluiten van de adviescommissies, in tegenstelling tot de opvattingen die minister D'Ancona (WVC) in 1990 in een brief aan de Tweede Kamer formuleerde. Daarin waarschuwde zij tegen vermenging van belangen, mensen die zelf ook nog wel eens een subsidieaanvrage zouden kunnen indienen zouden buiten de advisering moeten worden gehouden.

Het viel allemaal reuze mee. De drie maal drie namen van de leden van de adviescommissies voor lange speelfilms, korte films en documentaires hebben vooralsnog geen storm van verontwaardiging doen ontstaan. Filmers 93 kan ook moeilijk bezwaar meer maken, nu bij voorbeeld filmmakers als Hans Hylkema en Hans Keller (documentaires) en Rien Hagen (korte films) de aanvragen mede gaan beoordelen. Slechts een naam doet hier en daar de wenkbrauwen fronsen: Rob Houwer.

Samen met Stefan Felsenthal (voorheen chef kunst van de NOS-televisie, nu werkzaam in een vergelijkbare functie bij de publieke omroep in Duitsland) en cutter Ot Louw moet de vooraanstaande producent Houwer gaan zeggen welke speelfilmprojecten wel en geen overheidssubsidie verdienen. Hoewel de inbreng van Houwer in Filmers 93 door een van zijn collega's 'helder' en 'een verademing' genoemd wordt, wordt hij niet bepaald in brede kring gezien als een 'éminence grise'.

Daarvoor zijn z'n eigen belangen ook te groot. Zelfs wanneer hij de beraadslagingen verlaat bij bespreking van een van zijn eigen projecten, dan zou toekenning van een fors bedrag aan een concurrent toch ook direct van invloed kunnen zijn op zijn eigen toekomst. Producent Matthijs van Heyningen voelt er weinig voor om zijn oude vijand en concurrent inzage te geven in de financiering van zijn volgende project, en daar kan ik me iets bij voorstellen. Houwer speelt zo'n centrale rol in de commerciële filmproduktie dat zijn benoeming de enige smet lijkt te worden op een bijna vlekkeloos volbrachte herstructureringsoperatie. Je laat Jan Timmer van Philips toch ook niet adviseren over de toekenning van overheidssubsidie aan zijn concurrenten?

Afgezien van een totale inhouding van subsidiegeld, beschikt de minister niet direct over middelen om de benoeming door het Filmfondsbestuur, onder voorzitterschap van Leo Spigt, te corrigeren, zo ze dat al zou willen. Maar Rob Houwer in de adviescommissie lijkt wel een heel extreem voorbeeld van wat D'Ancona nu juist wilde voorkomen.