Synthese van westerse en Afrikaanse dansvormen

Dans: Moving Into Dance Company met choreografieën van Sylvia Glasser en Vincent Mantsoe. Gezien: 8/12 Delft, Promeethuis. Verder: 12 en 19/12 Eindhoven, 14/12 Leeuwarden, 15/12 Tilburg, 18 en 19/12 Amsterdam. Quest For Rest. Choreografie, regie, decor: Roberto de Jonge, Maria Voortman; tekst: De Jonge; muziek: Alfred Schnittke; licht: Ruud Moojen. Gezien: 9/12 Rotterdam, Lantaren. Aldaar t/m 11/12, daarna tournee.

Moving Into Dance is een non-racial Zuidafrikaans gezelschap van semi-professionele dansers dat deze maand voor het eerst ons land bezoekt. De groep is vijftien jaar geleden opgericht door Sylvia Glasser, van oorsprong een klassieke danseres die Zuid-Afrika en Engeland werd opgeleid en later moderne dans in Amerika studeerde bij Martha Graham en Merce Cunningham. In haar choreografieën streeft Glasser naar een synthese tussen de westerse en Afrikaanse dansvormen.

Maar Moving Into Dance is tevens een school waar zo'n zeventig studenten, ook kansarme township-bewoners, een opleiding volgen in toneeldans, choreografie, dramatische expressie of voor dansdocent. Die maatschappelijke functie en het spontane, ontwapenende optreden van het uit elf man bestaande ensemble maken de kennismaking met Moving Into Dance sympathiek. Van Glasser worden drie choreografieën gebracht en één werk van haar leerling Vincent Mantsoe.

Mantsoe (22) is de verrassing van de avond, niet alleen als choreograaf maar ook als danser/performer. Gula Matari (De vogels) op muziek van Gabrielle Roth begint met een solo waarbij de bewegingen van zijn hoofd, armen en torso doen vergeten dat hier een man staat en niet een vogel. Met de andere dansers ontwikkelt zich een heldere, goed gestruktureerde choreografie. Het bewegingsidioom komt voort uit de etnische dans, met de verfijnde handbewegingen en heuprotaties, zonder daardoor te worden overheerst.

Glasser laat met Transformations, geïnspireerd op droomwereld van de Bosjesmannen en African Spring, met een slangendans of domba erin op muziek van Vivaldi, zien dat haar eigen zoektocht naar de samensmelting van etnische en westerse dans nog niet is beëindigd.

Het duo Maria Voortman en Roberto de Jonge zoekt ook naar nieuwe wegen in de dans door middel van een mengvorm. Zij gebruiken in hun choreografieën op een onorthodoxe manier de spitzentechniek. Zij ontkennen de zwaartekracht niet, maar laten juist het gevecht zien dat de dansers ermee leveren. Met blij masochisme stuiteren die op de teenspitsen, boren ze venijnig in de grond en trommelen er driftig mee op de vloer, zodat je als toeschouwer de neiging krijgt om 'au' te roepen. Slechts een enkele keer gaat het gekoesterde schoeisel uit.

Het nieuwe dansstuk Quest For Rest is het laatste deel van een drieluik. Het is minder mathematisch dan de Feverish Processions en heeft ingewikkelder bewegingspatronen dan Under a Cloud. Was er eerst sprake van rigide beheersing en nauwelijks bedwongen chaos, deze keer slaat de balans door naar de theatrale ontwikkeling.

Quest For Rest speelt zich af in een ruimte die eruit ziet als de binnenplaats van een klooster, waarin de vier bewonderenswaardige dansers - Julia McDonals, Sophie Janssens, Catarina Palma en Derek Porter - kunnen verschijnen en verdwijnen. Na een sereen begin verandert de sfeer en waant men zich in het Colosseum. Hier wordt in wisselende stemmingen gevochten met de materie, zichzelf en de ander.

De dansers zijn in Quest For Rest geen klonen meer van elkaar maar individuen. Zij stellen zich ironisch en afstandelijk op, maar ook vertwijfeld en angstig, als achtervolgd door slechte herinneringen. Deze turbulentie wordt in gang gezet en gehouden door de muziek van Alfred Schnittke. Die speelt in zijn 1e Symphonie met de muziekgeschiedenis en citeert rijkelijk Van Beethoven, Händel, de jazz en de fanfare. Het is een koortsachtig klankenmengsel, grillig en onvoorspelbaar. Een beetje minder Schnittke zou Quest for Rest goed doen.

Desondanks hebben Maria Voortman en Roberto de Jonge weer een nieuwe fase ingeluid in hun werk. Het kille ritueel heeft plaatsgemaakt voor een dramatische struktuur. Het bewegingsmateriaal is interessanter en vaak verrassend. Middenin valt even de spanning weg, maar dat herstelt zich weer. Deze voorstelling is een goede opmaat voor hun choreografie-opdracht bij Scapino Rotterdam.