Stuivertje wisselen in het EMS

AMSTERDAM, 10 DEC. De grafiek 'Indexcijfers wisselkoersen' laat zien dat de schommelingen van de belangrijkste valutakoersen in de afgelopen twee weken per saldo gering zijn geweest. Toch was er sprake van opmerkelijke ontwikkelingen, waarbij de opmars van de gulden ten opzichte van de D-mark wellicht het meest in het oog springt. Door de kracht van de gulden, ofwel door zwakte van mark, daalde de Duitse munt tot onder de 1,1200 gulden (spilkoers: 1,1267 gulden), de laagste koers sinds de laatste herschikking tussen beide munten in 1983. De huidige kracht van de gulden is voor een deel van structurele aard. Zo lijken de betere prestaties op het gebied van inflatie, groei en overheidsfinanciën alle bij te dragen tot het gunstige sentiment jegens de gulden. Anderzijds speelt ook een tijdelijke factor een rol. Het grote succes van de jongste tienjarige staatslening, waarop voor 11 miljard gulden is ingeschreven, leidt nu tot een extra vraag naar guldens. Als de storting op deze lening volgende maand plaatsvindt, mag een lichte verzwakking van de gulden niet worden uitgesloten. Het sentiment van de gulden blijft desondanks onverdeeld gunstig; nog altijd liggen de Nederlandse rentetarieven lager dan de Duitse.

Ook de Belgische frank, de Franse franc en de Deense kroon profiteerden van de zwakkere mark. Die sterkere positie werd ten dele benut voor enkele verlagingen van de officiële tarieven. De Belgische frank bevindt zich inmiddels binnen de 'oude EMS-band' (met bandbreedtes van 2,25 procent). De Franse franc heeft dat nagenoeg gerealiseerd. De koerswinst die deze munt wist te bewerkstelligen hangt onder meer samen met het feit dat de Banque de France erin is geslaagd om de deviezenvoorraad - eerder dit jaar gedecimeerd als gevolg van de massale valuta-interventies - aan te vullen. Bovendien zijn de economische vooruitzichten in Frankrijk, net als in Nederland, gunstiger dan in het ankerland Duitsland. De Deense kroon heeft de onderste positie in het EMS overgedaan aan de peseta. De Spaanse munt noteert op de laagtse koers in vier maanden (ten opzichte van de gulden), hetgeen vooral te wijten is aan de opschorting van de onderhandelingen tussen de sociale partners en de regering omtrent loonmatiging en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Door de verwevenheid van de Portugese en de Spaanse economie is de escudo in het kielzog van de peseta meegesleurd naar de onderste regionen van het EMS.

Mede door de depreciatie van de D-mark is de afstand tussen de sterkste munt en de zwakste munt in het EMS geslonken tot minder dan 4 procent, tegen 10 procent begin september. Daar sinds 2 augustus een afwijking van 15 procent is toegestaan, is van feitelijke spanning in het stelsel thans geen sprake. Onderhuids is de spanning echter niet geweken. De recente ontwikkeling van de peseta duidt erop dat sentimenten rond valuta's snel kunnen wijzigen. Ook bij de Belgische frank is een vraagteken op zijn plaats. De problemen rond de overheidsfinanciën, de werkloosheid en de politiek onzekerheid (federalisering) nopen tot een daadkrachtig beleid, maar niet duidelijk is of de politieke wil of voldoende draagvlak aanzwezig is voor een straf saneringsbeleid. Oplopende onzekerheid heeft negatieve gevolgen voor de frank.

De verzwakkende positie van de mark behoeft een verdere verlaging van de officiële tarieven niet in de weg te staan. Gelet op de ontwikkeling van de Duitse importprijzen is het gevaar voor een versnellende inflatie uit hoofde van een zwakkere mark uiterst gering. Bovendien duidt de ontwikkeling van de Duitse kapitaalmarktrente aan dat het vertrouwen in het anti-inflatiebeleid niet is aangetast. Een nieuwe officiële tarievenverlaging zal pas na de jaarwisseling komen, mede gezien het besluit van de Bundesbank om het zogenaamde Repo-tarief de komende 4 weken ongewijzigd te laten op 6 procent.

Bron: Economisch Bureau ING Bank