Steeds minder schuldgevoelens van Amerikanen jegens bedelaars

WASHINGTON, 10 NOV. De metropassagier die in de binnenstad van Washington uitstapt, moet zich mentaal voorbereiden op het einde van de roltrap naar boven. Wat zal hij doen met het leger daklozen, die daar met hun kartonnen bekers schudden? Moet hij hen negeren of medelijden tonen?

Omdat de daklozen vlak aan de rubber trapleuning staan te bedelen, zijn ze niet te ontwijken. Sommige voetgangers reserveren van te voren wat losse quarters om aan daklozen weg te geven. Anders moeten ze halt houden, de tas neerzetten (met alle risico's), de beurs uitgraven en geld geven. De voetgangers lopen snel voorbij.

Sommige bedelaars kunnen het niet verdragen om als lucht te worden behandeld en ze lopen de voetganger schreeuwend achterna. De rechtgeaarde stads-Amerikaan durft daarom op de stoep niemand aan te kijken om onaangename confrontaties te vermijden. Iedereen spoedt zich voort met de blik op oneindig. De automobilist die een bedelaar bij een rood stoplicht aantreft, klikt meteen het portier op slot en bestudeert de ruitenwissers.

Steeds minder Amerikanen voelen zich schuldig over het weigeren van het geven van aalmoezen. Ze zijn bang geworden voor daklozen, die in aantallen alleen maar groeien. En het geduld is op. Bij feestjes gaat de conversatie vaak over het ergerlijke gedrag van bedelaars. De giften aan daklozencentra zijn bij het Amerikaanse feest van Thanksgiving eind vorige maand flink gedaald. Kerken die hun diensten aan daklozen willen uitbreiden, worden tegengewerkt door omwonenden.

Afgelopen zomer heeft het gemeentebestuur van Washington een noodwet aangenomen tegen het “agressief vragen, bedelen of verzoeken om geld en andere zaken van waarde op enige plaats die open is voor het algemene publiek”. Bedelen mag ook niet in de buurt van bankautomaten. En het ongevraagd wassen van voorruiten is verboden. De politie beschouwt afdwinging van deze wet nog niet als een prioriteit maar het is wel tekenend voor het groeiende ongeduld van de burgerij met daklozen. In alle grote steden worden ze uit de hoofdstraten verdreven.

The National Law Center on Homelessness and Poverty uit Washington somde gisteren in een rapport de maatregelen tegen daklozen in negentien grote stedelijke gebieden op. Kampjes met kartonnen dozen worden opgebroken, zitten of slapen in parken of binnensteden zijn verboden en diensten aan daklozen worden verminderd.

De stad Seattle aan de Amerikaanse westkust doet zo aangenaam Europees aan, omdat het nog als winkelcentrum dient voor de middenklasse. Pas na enig nadenken realiseert de bezoeker waarom het daar zo gezellig is: er zijn geen daklozen. Ze zijn uit de binnenstad verdreven door de politie en door particuliere veiligheidsagenten die voor winkels werken. Ze mogen nergens stil zitten. Voor alle winkels staat een bord 'no loitering' ('niet rondhangen'). Urineren in het openbaar is een misdrijf. Toch houden zich 10.000 daklozen in de stad op. Het centrum van Los Angeles is een antidaklozenvesting. Geen banken maar stangen bij de bushaltes, streng bewaakte gebouwen met onwelkome ingangen en kleine parkjes met veel verbodsborden.

New-Yorkers hebben een nieuwe, Republikeinse burgemeester gekozen, Rudolf Giuliani, die heeft beloofd om de daklozen van de straat te halen. Metrostations en parken worden regelmatig schoongeveegd en mensen die rondhangen worden opgejaagd. Zelfs de progressieve intellectuelen uit de Upper West Side steunen deze keer radicale stappen. Hun wijk wordt geteisterd door Larry Hogue, een aan crack en alcohol verslaafde grote man, die schreeuwt, auto's kapot maakt en plotseling mensen aanvalt. Na een dergelijke vergrijpen gaat Hogue naar de gevangenis maar na korte tijd komt hij weer vrij en de politie kon hem er niet van weerhouden om weer naar zijn favoriete wijk terug te gaan waar het druggebruik en wangedrag opnieuw begint.

De meeste daklozen zien er niet uit als gewone mensen zonder dak boven hun hoofd. Vaak discussiëren ze met de lucht, lurken ze aan flessen rum of Malt Liquor in papieren zakken, hebben ze rode ogen van hun high of pupillen ter grootte van speldeknoppen, omdat ze nieuwe drugs moeten gaan kopen. Een dakloos gezin met twee ouders komt in werkelijkheid weinig voor, ondanks de vele mediaportretten van dakloze ouders en kinderen. Volgens de onderzoekers Alice Baum en Donald Burnes is 40 procent van de daklozen alcoholist en een kwart van hen verslaafd aan drugs. Een derde leidt aan een chronische kwaal. Ongeveer 85 procent van de daklozen zou een of meer van deze problemen hebben. “Deze mensen worden daklozen genoemd maar ze zijn meer dan mensen zonder dak boven het hoofd”, aldus Baum en Burnes.

Sommige steden, zoals Miami, hebben nieuwe daklozencentra met hulpverlening opgericht, hetgeen de kleine criminaliteit in de binnenstad met 40 procent heeft teruggebracht. Berkeley verstrekt voedselbonnen die aan bedelaars kunnen worden verstrekt.

De toename van het aantal daklozen is ook veroorzaakt door de leegloop van de krankzinnigeninrichtingen. Door documentaires en speelfilms als 'One flew over the cuckoo's nest' kwam het publiek er achter hoe slecht de situatie in sommige inrichtingen was. Daarop werd de wetgeving over gedwongen opneming veranderd. De bedoeling was dat de patiënten ambulante zorg zouden krijgen. Punt één van het programma, de bevrijding van de patiënten, is wel uitgevoerd, maar het wat duurdere punt twee, begeleiding, bleef achterwege. Nu wordt er steeds meer gepleit voor gedwongen opname van sommige patiënten. “Als ik op een koude nacht rond deze of enige andere stad wandel en mensen in de portieken op bedden en onder dekens van kranten zie liggen, dan kan ik niet echt concluderen dat ze beter af zijn dan in een inrichting”, schreef de progressieve Washingtonse columnist Richard Cohen deze week.

De bekende talkshow-gastheer Phil Donahue had zich eens het lot van een dakloze, alleenstaande, Washingtonse moeder met veertien kinderen aangetrokken. Tijdens een talkshow beloofde de toenmalige burgemeester van Washington dat hij haar zou huisvesten. De stad Washington heeft goede gesubsidieerde huurwoningen beschikbaar. Een jaar later moest de woning echter onbewoonbaar worden verklaard. Kranen, leidingen en keukenkastjes waren eruit gerukt. Bijna alle meubels waren verdwenen. Het huis was gevuld met vuilnis en menselijke uitwerpselen.

Willis Partington werkt voor het onafhankelijke opvangcentrum voor daklozen van de Community for Creative Non Violence in de binnenstad van Washington. Hij ziet “gebroken gezinnen” als een belangrijke oorzaak van dakloosheid. Er zijn vaak alleenstaande moeders met kinderen. De gezinsellende zet zich ook voort. “Wie uit disfunctionele gezinnen komen, groeien op als disfunctionele mensen”, zegt hij. Armoede speelt volgens hem wel een grote rol in de gezinsproblemen en de dakloosheid maar het geven van een huis is meestal niet de oplossing. Afkicken, behandeling of opname in inrichtingen zijn belangrijker.

De minister van volkshuisvesting, Henry Cisneros, was geschokt toen een oude vrouw 's nachts op een parkbank voor zijn departement van de kou stierf. Hij besloot extra overheidsgeld uit te trekken voor het bestrijden van de dakloosheid. Toch is zijn totale daklozenbudget voor volgend jaar, 825 miljoen dollar, niet zo hoog. Alleen al het daklozenbudget van de stad New York bedraagt 500 miljoen dollar. De vrouw die voor het departement van volkshuisvesting stierf, was een typisch daklozengeval. Ze had familieleden in Washington maar bij hen wilde ze niet blijven.

Dat verklaart ook waarom het aantal daklozen groeit in Amerika dat veel armere perioden heeft doorgemaakt met aanzienlijk minder daklozen. Nu willen de familieleden of vrienden hen niet meer of willen zij de familie of vrienden niet meer. “De werkelijkheid, ondersteund door overvloedig onderzoek, is dat dakloosheid een conditie is van verbreking van banden met de gewone samenleving - van familie, vrienden, buurt, kerk en gemeenschap”, schreven Baum en Burnes afgelopen zondag in the Washington Post. “Arme mensen die familiebanden hebben, tienermoeders met ondersteuningssystemen, krankzinnige individuen die sociale banden en gezinsrelaties kunnen onderhouden, alcoholici die nog verbonden zijn met hun vrienden en banen, zelfs drugsverslaafden die deel blijven uitmaken van hun gemeenschap, deze mensen worden meestal niet dakloos.”.