Roemenie; Déjà vu in Boekarest

Roemenië staat aan het begin van een hete winter: al een maand lang wordt de stabiliteit ondergraven door korte of lange, maar in alle gevallen massale stakingen en door een reeks van steeds omvangrijker protestdemonstraties. Woensdag trokken dertigduizend Roemenen boos door het centrum van Boekarest: arbeiders, maar ook studenten en bejaarden, zwaaiend met banieren waarop premier Nicolae Vacaroiu werd uitgemaakt voor een crypto-communist. Troepen bewaakten de regeringsgebouwen om een eventuele bestorming te verhinderen: een déjà vu, want even leek Boekarest weer terug in de roerige periode van december 1989.

De betoging was dan ook de grootste uiting van ontevredenheid sinds de revolutie van december 1989. Ze bracht gisteren Roemeense kranten tot de voorspelling dat het met de wankele sociale vrede is gedaan. Ion Cristoiu, de hoofdredacteur van het grootste blad van het land, Evenimentul Zilei, schreef gisteren dat niet alleen de stabiliteit van het bewind, maar ook die van het land zelf gevaar loopt en het blad Meridian stelde vast dat de uitingen van protest steeds radicaler worden en dat Roemenië “een explosie” wacht.

De stabiliteit van de regering loopt hoe dan ook gevaar. Op 7 december diende de oppositie voor de derde keer dit jaar een motie van wantrouwen in tegen de regering-Vacaroiu. In tegenstelling tot de vorige maakt deze motie een goede kans later deze maand te worden gesteund door de nationalisten en communisten in het parlement, die weliswaar geen deel uitmaken van de minderheidsregering maar haar tot nu toe steeds de hand boven het hoofd hebben gehouden.

De economische hervormingen zijn vastgelopen. De inflatie van 319 procent op jaarbasis (begin dit jaar was een inflatie van 70 procent voorspeld) holt de inkomens van de bevolking zo snel uit dat, zoals onlangs een onderzoek uitwees, de gemiddelde Roemeen minder dan eenderde verdient van wat hij maandelijks nodig heeft om in leven te blijven. Alles ligt stil: de privatisering, de bankroetwet, de valutawet, de hervorming van de rentetarieven en de hervorming van de begroting. In een vol jaar heeft het parlement niet één wet aangenomen die de hervormingen versnelt. Dit jaar zijn 175 staatsbedrijven geprivatiseerd, eenderde van het beoogde aantal, en onder die 175 bedrijven bevonden zich maar vijf middelgrote en geen enkele grote. Er is geen sprake meer van stappen om grote staatsbedrijven te dwingen concurrerend te werken of af te slanken, laat staan ze te privatiseren. Buitenlandse investeerders blijven weg, afgeschrikt door een chaotische wetgeving, een incoherent hervormingsbeleid en de corruptie van de ambtenarij. Drie jaar na de revolutie wachten nog vijf miljoen Roemenen op de teruggave van hun ooit genationaliseerd land; slechts tien procent van de 5,4 miljoen Roemenen die hun land terugkrijgen hééft dat terug. De regering probeert eerder de centrale controle op de economie te herstellen dan die te verminderen en legt de nieuwe banken en particuliere ondernemers straffe regels op. Banken worden door de regering gedwongen verlieslijdende staatsbedrijven uit de brand te helpen. De industriële produktie blijft dalen, net als de waarde van de Roemeense munt, de leu.

Deze week heeft Roemenië, na onderhandelingen die een jaar hebben geduurd en die enkele maanden geleden volledig waren vastgelopen, alsnog overeenstemming bereikt met het IMF. Als gevolg van het akkoord krijgt Roemenië de beschikking over een krediet van 700 miljoen dollar en wordt, belangrijker nog, de weg vrijgemaakt voor hulpverlening door andere internationale financiële organisaties. Het akkoord verplicht Roemenië per april volgend jaar de wisselkoers van de leu vrij te geven, de inflatie te beteugelen en de privatisering te versnellen.

Het akkoord is goed nieuws voor Vacariou. Maar of het zijn regering redt is de vraag: niet alleen is nog verre van zeker dat de nationalisten en de communisten in het parlement het akkoord zullen steunen, de IMF-kredieten konden wel eens te laat komen om de sociale onrust nog de baas te kunnen blijven

De Roemeense bevolking is het beu. De verpaupering is zichtbaar in de verschijning van daklozen, zwervers en bedelaars op straat. De prijzen zijn sinds de prijsliberalisatie van oktober 1990 met 3300 procent gestegen. Een koelkast kost 700.000 lei (760 dollar), tien keer het gemiddelde maandsalaris; in 1990 kostte die nog 5000 lei, twee keer het gemiddelde maandsalaris. De consumptie is in een jaar met eenderde gedaald. De extreem strenge winter - de koudste in honderd jaar - levert gigantische problemen op, want velen zijn een half tot een heel maandloon kwijt aan verwarming; zelfs als ze die kunnen betalen is nog niet zeker dat ze die ook krijgen: verwarmings- en stroomstoringen zijn aan de orde van de dag. Vacariou heeft laten weten zich verder niet te kunnen bekommeren om dergelijke perikelen omdat hij “al moeite heeft de salarissen te betalen”. Er zijn weer schaarsten aan elementaire produkten als brood en melk. Spaargelden zijn weggesmolten: van het geld waarvoor je vroeger een huis kon kopen kun je je nu niet eens meer laten begraven. 94 procent van de Roemenen beschouwt zich als arm. De jeugd is gedesillusioneerd. In september wees een opiniepeiling onder jongeren uit dat 86 procent het leven “bitter en hard” vindt, dat 88 procent zich “vervreemd van de samenleving” voelt, dat 80 procent vindt dat in Roemenië niemand te vertrouwen is en dat 71 procent geen begrip van de overheid voor de problemen van de gewone burger bespeurt.