Politiechefs gaan zonder Amsterdam samenwerken

AMSTERDAM, 10 DEC. De korpschefs van de regio's Noord-Holland Noord, Gooi- en Vechtstreek, Utrecht, Zaanstreek Waterland en Kennemerland willen een nieuw Interregionaal Rechercheteam (IRT) oprichten.

Na overleg hebben de vijf korpschefs vandaag besloten hun korpsbeheerders en hoofdofficieren van justitie te adviseren “er mee in te stemmen een nieuw gezamenlijk IRT op te richten”. Het vijftal vindt dat “de bestrijding van de georganiseerde misdaad vergt dat doorgegaan wordt met de samenwerking op politieel gebied”.

Eerder deze week maakte de Amsterdamse hoofdofficier, mr. J. Vrakking, hoofdcommissaris van politie E. Nordholt en korpsbeheerder burgemeester E. van Thijn bekend dat zij niet langer verantwoording willen dragen voor het huidige rechercheteam Noord-Holland / Utrecht. Vanmorgen verklaarde Vrakking dat het team is ontbonden wegens 'een kleine operatie van de Criminele inlichtingendienst' (CID) waaraan tien politiemensen deelnamen, onder wie ook niet-leden van het rechercheteam.

De hoofdofficier was als getuige opgeroepen voor het Amsterdamse gerechtshof in de zogeheten XTC-zaak. Bij die CID-operatie zijn opsporingsambtenaren 'onbewust te ver gegaan', aldus de procureur-generaal R.J. Manschot, eerder vanmorgen voor het Hof. Volgens hoofdcommissaris Nordholt, die vandaag ook moest getuigen, speelde de XTC-zaak geen rol in de beslissing het rechercheteam te ontbinden. Deze omvangrijke zaak is een van de belangrijkste wapenfeiten van het IRT. De zaak speelde in 1992, het team kwam pas op 1 juli 1993 onder verantwoordelijkheid van de Amsterdamse politie, aldus Vrakking. De hoofdofficier wilde niet zeggen binnen welk onderzoek de CID-operatie had plaatsgevonden.