Orthodoxen steeds feller gekant tegen kerkenfusie

Er heerst onrust in de Nederlandse Hervormde Kerk, vooral sinds de hervormde synode akkoord ging met de ontwerp-kerkorde voor de 'Verenigde Protestantse Kerk'. Het verzet van orthodoxe kant tegen de fusie van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Lutherse Kerk wordt steeds sterker.

DEN HAAG, 10 DEC. “In de verdraagzame sfeer van hervormd Amsterdam voel ik mij nog altijd getolereerd want hervormden hoe verdeeld ook, houden van elkaar. Maar hoe lang nog?”, vraagt dominee C. Blenk, predikant van de Noorderkerk aan de Prinsengracht, zich af. Hij vreest een breuk in de hervormde gelederen als gevolg van het 'Samen op Weg'-proces dat hervormden, gereformeerden en luthersen in één kerk moet verenigen.

Een breuk is volgens Blenk vooral zo ernstig omdat hij en de Gereformeerde Bond, de streng-orthodoxe vleugel binnen de hervormde kerk, dat instituut in stand wil houden als de 'historische volkskerk' uit de 16de en 17de eeuw, waarmee God volgens gereformeerde bonders een heel bijzondere band heeft. Een fusie wordt in rechtzinnige kring als een levensgrote bedreiging voor de hervormde kerk gezien.

De verdraagzaamheid onder hervormden had volgens Blenk altijd het voordeel dat geen enkele binnenkerkelijke richting (modaliteit) zich inhoudelijk iets door een andere richting liet gezeggen. “Synodebesluiten waar wij het niet mee eens waren voerden wij gewoon niet uit. Dat was usance. Maar nu komt die hervormde manier van met-elkaar-omgaan in gevaar.”

In Blenks kerk komen iedere zondag zo'n 250 gelovigen naar hem luisteren. De dominee noemt zijn gemeente een 'mentale kerk' omdat er niet alleen mensen uit de buurt maar ook van heinde en ver komen die een 'rechtzinnige' preek willen horen en als orthodoxe gelovigen graag onder elkaar willen zijn. Een van de kenmerken van zo'n gereformeerde bondskerk is dat er geen gezangen, maar uitsluitend psalmen worden gezongen. “Helaas is die gezangenkwestie een richtingskenmerk geworden. Veel bonders zouden er best van af willen, maar op dit ogenblik kan dat niet”, zegt Blenk.

Behalve in de Noorderkerk zit het op zondag ook flink vol in de Westerkerk en in de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Blenk: “Maar in de vijftien andere hervormde kerken komen per dienst echt niet meer dan vijftig mensen. Daardoor heeft de helft van de hervormde kerken geen bestaansrecht meer. Deze ontwikkeling doet zich niet alleen in Amsterdam maar in alle grote steden voor. Dat komt omdat mensen de antwoorden op levensvragen niet meer in de kerk zoeken en ook omdat zij, als zij al in de kerk komen, daar stenen voor brood krijgen. Veel predikanten zeggen niet meer waar het wérkelijk om gaat. Er zijn hervormde collega's die ronduit zeggen dat Jezus niet de Messias was. Dan wordt mensen de kern van de christelijke boodschap, dat Jezus de zonde en de dood heeft overwonnen, onthouden.”

Blenks binnenkerkelijke tegenhanger, de vrijzinnige dominee L. van Reijendam-Beek vindt het kerkelijke leven in de hoofdstad “nogal saai”. De samenwerking met de collega's is goed, “maar in de kerk van Blenk mag ik niet preken. Daar worden vrouwelijke predikanten niet toegelaten omdat de Gereformeerde Bond nog altijd tegen de vrouw-in-het-ambt is.” Over de kerkenfusie is Van Reijendam positief. Vooral omdat de vrijzinnige hervormden goed kunnen opschieten met gereformeerden en luthersen en omdat zij in hun meedoen aan de fusiekerk een versterking ziet van de vrijzinnigheid. De ontwerp-kerkorde van de fusiekerk noemt ze daarentegen “benauwd en arrogant. Er zit geen geest, geen lef in. 't Is typisch het produkt van kerkelijke officials die zoveel mogelijk hebben willen regelen en alle risico's wilden uitsluiten.”

De fusie heeft volgens Van Reijendam wel het voordeel dat de kerken daardoor geloofwaardiger tegenover de buitenwereld worden en een wat kleuriger uiterlijk krijgen. Tenminste als er in het vervolg-overleg over de kerkorde wat meer ruimte wordt geboden “voor vrouwen en homo's, voor humanisten, agnosten en atheïsten.”

Rotterdam was en is altijd wat kerkelijker dan Amsterdam, meent dr. A.J. Lamping van de Rotterdamse stadskathedraal, de Laurenskerk. Hij kent de hervormde kerk als zijn broekzak en zegt dat men moet ophouden elkaar aan te praten dat het slecht gaat met de kerk. “Ik weet dat dat niet waar is. Dat leid ik niet alleen af uit de kerstmis als er circa drieduizend mensen komen, maar vooral uit ervaringen gedurende de rest van het jaar. De betrokkenheid en de inzet van mensen, ook van jongeren is heel groot”.

De invloed van de hervormde orthodoxie is in Rotterdam maar gering. “Slechts één op de zes hervormde predikanten is een bonder”, zegt Lamping. “Wij hebben geen last van de bonders want we kennen elkaar al zo lang. Theologisch kun je heel ver van elkaar afstaan, maar het toch goed met elkaar vinden. Andere protestanten, bijvoorbeeld gereformeerden, begrijpen daar niets van. Zij vinden dat hervormden hun onderlinge verschillen moeten uitpraten en oplossen. Maar dat willen wij nu juist niet. Niet alleen omdat we met rust wensen, maar ook omdat we geen hervormde eenheidsworst lusten.”

Lamping wordt fel als hij het over de de theologie van de Gereformeerde Bond heeft. “Ik heb gelukkig nog altijd de volle vrijheid om in een kerkdienst te zeggen dat ik die theologie volstrekt verwerpelijk vind en dat het een grote schande is dat daarvan zo veel is terug te vinden in de kerkorde voor de Verenigde Protestantse Kerk. Geloof me: de verschillen zijn héél groot met de bonders. Het is een bepaald type mens dat heel geïsoleerd van de wereld wil leven. Mensen aan wie, sorry dat ik het zo zeg, ook door gebrek aan intelligentie elke durf tot twijfel ontbreekt. Eigenlijk hoort de Gereformeerde Bond bij de fusiekerk niet thuis en het zou een hele opluchting zijn als we haar nog eens kwijt konden raken.”

Dominee A. Polhuis was jarenlang afgevaardigde van de regio (classis) Purmerend bij de hervormde synode. Nu is hij predikant in de Rotterdamse volksbuurt Crooswijk. “Bij ons in de buurt is geen hervormde kerk meer”, zegt hij. “Die is in 1972 gesloopt. De buurt is een migrantenwijk geworden, af en toe houden we een kerkdienst in het vroegere badhuis. Bonders zie je bij ons in de buurt niet, maar ik ken ze wel. In mijn synode-tijd had ik intensieve contacten met ze. Individueel kon je goed met ze praten, maar als ze als groep gingen opereren was het mis. Door hun onderlinge discipline zijn ze een ramp voor de kerk en moeten ze bestreden worden.”

Hij noemt het 'absurd' dat de kerk op maatschappelijk gebied nergens meer bij is betrokken, maar wel energie steekt in een kerkenfusie. “En nog veel gekker” vindt hij het dat de Gereformeerde Bond dan weer aan een afscheiding begint te denken. “Dat herinnert me aan de afscheiding van de gereformeerden vrijgemaakt, in 1944. Ook nu staat de wereld in brand. Maar de hervormde kerkleiding laat zich door gereformeerde bonders dwingen zich met hun dreigementen bezig te houden.”

“Zolang God zijn kerk, de hervormde, niet verlaat mogen wij dat ook niet doen”, zegt dominee Blenk. “Ook al is die kerk nog zo ziek, we moeten bij haar blijven. Toen de gereformeerden eind vorige eeuw de hervormde kerk verlieten, zijn wij gebleven. De gereformeerden wilden niets meer met ons te maken hebben. Maar nu zij in de jaren '60 onder invloed van theologen als Kuitert en Wiersinga soms ronduit vrijzinnig zijn geworden, nu zijn ze unaniem voor de kerkenfusie. Nu komen ze terug. Niet om ons maar om onze tegenstanders bij te staan. Met gevolg dat wij nog verder in de minderheid worden gedrongen en onder het juk van die gereformeerden moeten doorgaan.”

De emoties over de kerkenfusie zijn volgens de mannen van de Gereformeerde Bond zo hoog opgelopen dat het samengaan zou moeten worden afgeblazen. Volgens Blenk zou het de mooiste dag in zijn leven zijn “wanneer wij en de afgescheidenen van 1834 die voor de Gereformeerde Bond eigenlijk de eerstaangewezen partners zijn, weer tot elkaar zouden kunnen komen.”