“Natte ruggen”

Het spreekt vanzelf dat je een natte rug krijgt als je in de Middellandse Zee gaat zwemmen. Het normaalste is dat je, zwemmend in die zee, van top tot teen nat wordt. Wie zich lekker in de zon op een luchtbed laat drijven, wordt niet een 'natte rug' genoemd. Maar zo heten wel de jongens en mannen die in het geheim uit Afrika naar Spanje komen.

Al van klein kind af hebben ze naar de verhalen geluisterd over het rijke Europa. Het is vlakbij, je kunt het zo zien liggen aan de andere kant van de zee. Daarginds woont iedereen in een echt huis. Kinderen hebben er zelfs een eigen slaapkamer. Er is voor iedereen genoeg te eten; de mensen doen er niets anders dan kopen.

Al is de reis niet ver, hij is wel duur. Veel en veel duurder dan wanneer een Europeaan de overtocht van Spanje naar Marokko maakt. Eerst moet je sparen voor een paspoort, want voor elk papier moet veel geld worden betaald. Daarna moet je eindeloos wachten, samen met een heleboel anderen in een klein pension. Al die tijd moet je toch eten.

Maar dan eindelijk, op een avond, komt het bericht. Die nacht zal er een boot gaan. Stil, niks zeggen. Er zijn overal verklikkers. Er is plaats voor jou. Er gaan achttien mannen mee, het is maar een klein bootje. Je zit bovenop elkaar gepakt. Maar dat is niet erg, het is niet ver. Je moet nu wel al het geld dat je vele jaren gespaard hebt aan de eigenaar van de boot geven. Want altijd en overal zijn er mensen die rijk worden van andermans ellende.

Soms steekt er opeens een harde wind op, want het kan daar spoken. Het bootje gaat als een lege kokosdop omhoog en omlaag. De motor sputtert een beetje, dan slaat de boot om. Wie zwemmen kan, zwemt wat hij kan, maar hij redt het niet in de woeste zee. Wie niet kan zwemmen verdwijnt in de diepte. Het gebeurt geregeld dat er dode lichamen aanspoelen op de stranden van Zuid-Spanje. Vroeg in de morgen worden ze in plastic zakken gedaan en weggebracht. Lang voordat de eerste toerist het strand op loopt om wat te zwemmen.

Andere boten komen wel aan. Het is nog donker als de mannen en jongens over het strand hollen en zich verstoppen in de bergen. Meestal heeft de kustpolitie ze al lang in de gaten. Ze worden opgepakt en gevangen gezet, want geldige papieren hebben ze niet. Binnen een week zijn ze weer terug in Marokko. Daar gaan ze opnieuw werken en sparen en wachten, om toch ooit een keer naar het rijke Europa te kunnen gaan.

Wie geluk heeft, verdrinkt niet en wordt ook niet gepakt. Die gaat een leven beginnen als illegaal arbeider, misschien in de tuinbouw. Altijd is hij op zijn hoede. Hij verdient een hongerloontje, en zijn bed deelt hij met twee anderen - ze slapen om de beurt - in een afgedankte schuur. Sparen kan hij helemaal niet meer.

Dit is maar één voorbeeld van wat er nu en in de komende jaren in de hele wereld gebeurt. Honderdmiljoen mensen verlaten hun geboortegrond en zoeken andere streken op om te overleven. Bijna altijd in het geheim, omdat geen enkel rijk land die vloedgolf van mensen over zijn grenzen wil zien komen.

Misschien is het verschil nog nooit zo groot geweest tussen de ene en de andere manier om een natte rug in de Middellandse Zee te krijgen.