Lubbers voor verplichte mestlevering

BREDA, 10 DEC. Minister-president Lubbers heeft gisteren de weg naar een verplichte levering door boeren van hun overtollige mest aan een coöperatieve mestcentrale opengesteld. Op de jaarvergadering van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond in Breda beloofde Lubbers een wetgeving op dit punt op voorwaarde dat de boeren bereid zijn de zaak gemeenschappelijk aan te pakken.

Met dit standpunt staat hij tegenover minister Bukman (landbouw) die een verplichte levering niet wil omdat Brussel daar bezwaren tegen zou maken. De boeren met overtollige mest daarentegen hebben een dergelijke coöperatieve aanpak altijd gewild uit angst dat ze elkaar anders bij afzet van de mest aan akkerbouwers onderling gaan beconcurreren. Lubbers zei: “Op dit punt is een nadere, preciezere aanpak nodig. Als het uw gemeenschappelijke zaak is, zijn we bereid de zaak met ondersteunende wetgeving verplicht te stellen, maar dan moet u zich wél uitspreken en niet straks zeggen: daar heb je dat gedonder weer uit Den Haag met wetgeving.”

Met zijn vermaard geworden spreekvaardigheid had Lubbers in het hol van de leeuw een diepzinnig verhaal gehouden over de christelijke medeverantwoordelijkheid aan de ene kant en de door hem gepropageerde individuele verantwoordelijkheid van de boer om zelf het mestprobleem op te lossen aan de andere kant.

Voor menig NCB-lid had hij niet genoeg gebogen. “U bent”, zei een zeugenfokker, “de greep op de landbouw kwijt. Het milieu heeft het alleen voor het zeggen gekregen en u heeft daarvoor de kans gegeven. U laat ons creperen. Zo loopt u het gevaar onrust te zaaien en burgerlijke ongehoorzaamheid te oogsten”. Een daverend applaus werd des mans deel. En een ander: “Het CDA en de PvdA hebben de afgelopen vier jaar een voor de boeren slecht beleid gevoerd. Als uw partij zo door blijft gaan, zo hoor je wel om je heen, zou het dan niet het beste zijn om op de CD te stemmen?” En daar werd de premier wel een beetje verdrietig van.

De jaarvergadering van de NCB (26.000 leden) stond in het teken van de kommer en de kwel die de boerenbranche teisteren. “Het jaar 1993 zullen we ons later herinneren als een donkere periode in de landbouwgeschiedenis”, zei NCB-voorzitter ir. A. Latijnhouwers in zijn openingstoespraak.

Volgens Latijnhouwers kampt de bedrijfstak niet alleen met conjuncturele maar ook met structurele problemen. Meer vrijhandel, minder financiële steun van de Europese Gemeenschap voor de landbouwprodukten en meer beperkingen ten aanzien van de produktiemogelijkheden. Dat alles nog eens verergerd door wat hij noemde een “wir-war aan regelgeving, die door haar ingewikkeldheid niet meer controleerbaar of handhaafbaar is. Het gevolg is demotivatie”.

Voor het landbouwbeleid van minister Bukman had hij weinig goede woorden over: “Waar zijn nu de speerpunten van deze minister? Op onderzoek wordt alleen maar bezuinigd, een daadwerkelijke ondersteuning van innovatieve ontwikkelingen missen we. Een andere taak die de overheid niet waarneemt is het bevorderen dat kwaliteit, diervriendelijkheid en milieu-inspanningen ook via de prijs of anderszins worden beloond. Zo dreigt er een terugval naar minder milieuvriendelijke land- en tuinbouw en dat zou zeer jammer zijn.”

Latijnshouwers vroeg Lubbers aan de vooravond van het Kamerdebat over het mest- en ammoniakbeleid derde fase (het debat vindt aanstaande maandag plaats, red.) een realistisch, haalbaar en betaalbaar beleid te bevorderen. Om de goede wil te tonen, kwam een melkveehouder uit de Peel met de intentieverklaring om een mineralenboekhouding bij te houden. Die verklaring werd na afloop door de meeste NCB-leden ondertekend. Daarvan was Lubbers zeer onder de indruk: “U hebt de handschoen opgenomen om het probleem op eigen wijze aan te pakken. Dat is heel bijzonder en fantastisch.”

Volgens Lubbers heeft de landbouw door de onstuimige groei tussen 1960 en 1990 “het succes op de eigen boterham gekregen”. “Uitsluitend milieu, dat kan niet kloppen, je zult je bij het maken van regels moeten verplaatsen in de realiteit van de bedrijfsvoering. Alleen zo kan er een effectief beleid tot stand komen dat een ietsje-pietsje controleerbaar is, maar dat vooral moet worden gedragen door de basis.” Hij erkende dat de mestwetgeving “te detaillistisch” is gebleken. “Laten we elkaar in deze sombere tijden niet meer smart aandoen dan nodig is. Ga daarom ook niet praten over mestwetgeving in het jaar 2000 en daar voorbij” en daarmee gaf hij Kamerleden en de ministers Alders en Bukman een stoot onder de gordel omdat die nu al over dat tijdperk praten.