Langs het mes

Populaire media zijn altijd gehaast. Ze willen het volk voor zijn in nieuws en analyse, in uitzicht op de volgende eeuw en nog hogere profetiëen. Dat gaat wel eens ten koste van de goede smaak en van een kogelvrij fatsoen, maar alla. Brinkman staat dezer dagen ook bij ouden van dagen de tafels af te ruimen als een ordinaire leedrecreant. En spreekt daar dan met de koudste lava in de ogen over mededogen en warmte en over de zegeningen van de derde leeftijd.

Enkele kranten pakten deze week uit met de lijdensweg van Marco van Basten. Paginagroot. Niet in subtiel geformuleerd medeleven maar jagend op elke rondvliegende splinter kraakbeen. De zoon van God op krukken, dat was pas smullen. Die toon. Swingend tussen necrologie en requiem werd het leed van een Hollandse mega-ster opgetekend. Gedateerd nog wel. Stervensbegeleiding á la Paul de Leeuw: de dood is er om afgeroepen te worden en liever vandaag dan morgen. Uit elke zin kwam een lijkwagen gevallen. Veel bloemen en kransen, dat wel. Bij het lezen van dit begrafenisproza kreeg ik zowaar heimwee naar het rose krantje. De beroepsvoyeurs van de Gazetta dello Sport hebben meer fluweel over de pen waar het gaat over de treurige mars van een hinkende mens.

Soms moet het stil blijven rond een vedette. Wanhoop is privé en over dat zieke enkeltje van Marco is alles gezegd wat kan gezegd worden. Kronieken van een aangekondigd afscheid die daar nu bovenop komen, vallen als een bommenregen neer over de oudste droom van deze hoofse jongeling: scoren. De inzet is ontluisteringswoede. En als het dat niet is blijft het nog een vreemde inmenging in intieme aangelegenheden. Mag Van Basten misschien zelf bepalen waar, wanneer en hoe hij zich definitief terugtrekt uit de razernij van de zestien meter? Het lichaam met al zijn geheimen behoort de topsporter toe, niet de journalistieke of de medische stand. Als de wereldspits na Martens, Marti en Villadot ook nog Onze Lieve Vrouw van Lourdes wil raadplegen is dat zijn zaak. Ik ken er die voor minder pijn en vertwijfeling reli-refreintjes staan te zingen.

Natuurlijk is Van Basten nog niet klaar. Op dat ene enkeltje na is het lichaam niet oud geworden. En: topsporters zijn nooit klaar. Mulder, Keizer en Rep houden de spieren ook nog gespannen voor een laatste schaar- en schijnbeweging. In afwachting blijven ze een reserve van zichzelf, al weet de ene zich beter te vermommen dan de ander. Spits ben je voor het leven, daar is geen ontkomen aan. Het Tor-instinct is er altijd, ook als de heren van middelbare leeftijd zijn en nog alleen op een opgevoerd brommertje van de bakker naar de sigarenboer scheuren of in een onbewaakt ogenblik hun dame bespringen.

Daarom: gun Van Basten tot de laatste snik de illusie op herstel, de roes van een come-back. Natuurlijk is het een beetje zielig om de 'wrede kat' te zien dolen op zijn wanhoopsroute naar een wonderdokter in Abchazië en een gebedsgenezer in Bagdad. Het zij zo. Als hij maar KLM vliegt want verdriet is eentalig. Als hij maar in de buurt blijft van Ellen die hem als hostess al duizend keer tussen Linate en Schiphol heeft toegelachen. En die met haar goddelijke handen altijd even de zijne raakt bij het verstrekken van een vuurtje. Balsem van een moedertouch.

Marco van Basten maakt nu mee wat Yvonne van Gennip enkele jaren geleden moest doorstaan toen ze nog met volle dijen op de schaatsen liep in Albertville. Een deukje in het zelfvertrouwen was genoeg om de koningin van Haarlem met de voorhamer uit te wuiven maar een mausoleum in de polder. Ik herinner me de hitserigheid van woord en beeld uit die dagen nog: het kon niet snel genoeg gaan om de olympische kampioene af te schrijven.

Geen groter genot dan de verruïnering van de ander. Het zal wel des mensen zijn maar het blijft bedenkelijk. Het lijkt wel een eeuwig repetitio: in het leven van iedere topsporter komt een moment dat de liefde langs het mes gaat. In de vrije val van de vedette groeien de grijze volksmassa's naar een ongekend hoogtepunt.