Kompels in Ruslands hoge noorden voelen zich vergeten

Zondag worden in Rusland verkiezingen gehouden voor een nieuw parlement. Maar de mijnwerkers in het hoge noorden, die Boris Jeltsin in 1991 nog twee keer te hulp kwamen, zien het nut er niet meer van in.

VORKOETA, 10 DEC. Honderdvijftig kilometer ten noorden van de poolcirkel, daar waar in december de ochtendschemering overgaat in avondschemering zonder dat er een dag tussen zit, ligt de mijnwerkersstad Vorkoeta. Ook hier wordt zondag gekozen voor een nieuw Russisch parlement, maar of er iemand gaat stemmen is de vraag. Want hoewel de mijnwerkers geen dwangarbeiders meer zijn, zoals in de jaren dertig toen de stad werd gebouwd, voelen zij zich wel tot levenslang veroordeeld. En veroordeelden hebben niets te kiezen.

“We hebben al ons spaargeld door de inflatie zien verdwijnen. De laatste drie maanden hebben we ook geen salaris meer ontvangen en straks dreigen we zelfs ons werk te verliezen”, klaagt Nikolaj Strojenko. Hij is onderhoudsmonteur in de Joezjnaja-mijn, de oudste van de dertien mijnen die rondom Vorkoeta in de bevroren toendra liggen. “Aanvankelijk heb ik nog geprobeerd de economische hervormingen te begrijpen. Ik vond dat we geduldig moesten wachten op de beloofde resultaten. Maar zie wat ervan terechtkomt: de mijnen gaan dicht en wij moeten hier achterblijven.” De kompels van Vorkoeta stemmen niet meer, ze staken.

De stakingen zijn vorige week uitgebroken nadat de achterstand bij de uitbetaling van de lonen was opgelopen tot drie maanden. Het ministerie van energie geeft de schuld voor het geldgebrek aan het ministerie van financiën, dat inmiddels voor 400 miljard roebel (330 miljoen dollar) bij de mijnen in het krijt staat. Financiën verwijst door naar de afnemers van de kolen, (voormalige) staatsbedrijven die hun rekeningen niet meer kunnen voldoen. En die leggen op hun beurt de verantwoordelijkheid weer bij de regering, die op 1 juli de kolenprijzen heeft geliberaliseerd.

Betalingsproblemen zijn slechts een voorbode van wat de 300 Russische mijnen en hun bijna 800.000 werknemers nog te wachten staat. Door de dramatische daling in de industriële produktie en door de geleidelijke overschakeling naar goedkoper gas dreigt de vraag naar kolen in het eerste decennium na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie te worden gehalveerd. De mijnen die nog efficiënt genoeg produceren om op de Westerse markt te concurreren, worden sinds 1 augustus geplaagd door de stijgende vrachttarieven van de Russische spoorwegen, die deze sinds vier maanden zelf mogen bepalen. Een samenhangend plan voor herstructurering van de op twee na grootste kolenindustrie ter wereld ontbreekt.

Pag.5: Kompels voelen zich verraden

Sluiting van mijnen dreigt in Vorkoeta de sluiting van de stad zelf te betekenen. De winkels verkopen vooral aan mijnwerkers, de artsen verzorgen vooral mijnwerkers en de schooljuffrouw heeft bijna alleen mijnwerkerskinderen in de klas.

Jarenlang heeft Moskou de kompels extra hoge salarissen beloofd als ze maar naar het hoge noorden wilden gaan. Echt leefbaar is het namelijk niet in Vorkoeta. In Vorkoeta, zo luidt het lokale gezegde, is het twaalf maanden winter en de rest van het jaar zomer. Bloemen zijn er in Vorkoeta alleen van ijs: ze staan op de ramen van de eentonige woonblokken. Op straat zijn de bewoners zo dik ingepakt dat ze nauwelijks nog als mensen herkenbaar zijn. En alle mutsen en handschoenen van de wereld helpen nog niet tegen het gevoel dat de binnenkant van de neus bij elke ademhaling een beetje bevriest. De gemiddelde temperatuur deze week is 25 graden onder nul.

Ook onder de grond is het zwaar. Het lage, rechthoekige en raamloze treintje waarmee de mijnwerkers steil naar beneden de donkere schacht in worden gevoerd, ziet er voor de leek niet anders uit dan als een doodskist met zij-ingang. Dat blijkt het op de langere termijn ook te zijn: de levensverwachting van een mijnwerker in Rusland is slechts 51 jaar. In 1990 vielen er gemiddeld 50 slachtoffers per maand; voor de jaren daarna zijn geen cijfers beschikbaar.

Beneden, 500 tot 1000 meter onder het aardoppervlak, is het afwisselend ijskoud en tropisch warm. Het blijkt er flink te kunnen waaien en in de meeste gangen staat een laag water. De lopende band waarmee kolen door het eindeloze gangenstelsel worden vervoerd, blijkt hier ook bedoeld voor mensen, al vraagt het wel enige doodsverachting om je er met het gezicht naar voren op te werpen. Alleen de ratten zitten er ontspannen bij.

Nikolaj Strojenko tekende in 1983 voor drie jaar. Hij kwam vanuit de Oekraïne naar Vorkoeta omdat hij als onderhoudsmonteur in de mijnen tweeëneenhalf keer zoveel kon verdienen. Sparen voor een auto en een datsja en dan gauw weer terug naar huis, dat was zijn plan. Maar hier in het noorden bleek je elk jaar een paar laarzen te verslijten. Het verplichte familiebezoek aan zijn ouders was ook een kostbare aangelegenheid. En zo ging het sparen langzamer en bleef Strojenko langer. Dat werd van bovenaf ook aangemoedigd: na het derde jaar in Vorkoeta steeg zijn salaris nog verder, tot vijf keer dat in de rest van Rusland.

Na zeven jaar was het Strojenko uiteindelijk gelukt de 5000 roebel voor een Zjigoeli bij elkaar te sparen, maar toen bleek die auto inmiddels 9000 roebel te kosten. Toen hij die vervolgens had, was de prijs gestegen tot 19.000. En toen hij er 19.000 had verdiend kostte het ding 130.000 roebel. Voordat ze in Vorkoeta goed en wel door hadden wat er gebeurde was het spaargeld van Strojenko en de zijnen gereduceerd tot de waarde van een paar flessen wodka.

Verloren spaarcenten worden in Rusland door niemand vergoed. Maar gedurende de voortsnellende inflatie van vorig jaar en de eerste helft van dit jaar zijn de salarissen wel steeds aangepast. Ze kunnen in de mijnen van Vorkoeta inmiddels oplopen tot 500.000 roebel, een kleine 500 dollar, dat is zes à zeven keer het gemiddelde maandloon in Rusland. En dus bleven de kompels werken en dromen, weliswaar niet meer van een spoedige thuiskomst als rijk man, maar toch nog wel van een goed pensioen. Toen de betaling van de salarissen in september een weekje werd uitgesteld, vervolgens een maand en daarna het geld helemaal niet meer leek te komen, vervloog ook die droom.

De nachtmerrie begon. Strojenko heeft zijn televisie moeten verkopen. Collega's die wel een auto hebben, verdienen na hun ploegendienst bij als taxichauffeur. Anderen werken op hun vrije dag als sjouwer bij een transportbedrijf. De gelukkigsten hebben een vrouw die verdient. En de twijfel groeit of al het sappelen nog de moeite waard is. De in 1944 geopende Joezjnaja-mijn is een van de vier schachten in Vorkoeta die op de nominatie staan te worden gesloten. De mijn in Kjarmer Joe, de 'vallei des doods' zoals ze in de taal van de republiek Komi zeggen sinds zoveel dwangarbeiders er onder Stalin het leven hebben gelaten, is al aan het sluiten.

Strojenko vecht nu als kaderlid van de in 1991 opgericht Onafhankelijke Mijnwerkersvakbond voor een eervolle aftocht. Zijn eis is simpel: als de regering de kolen uit het noorden nodig heeft, moet ze de kompels hun loon betalen. Als ze de kolen niet meer nodig heeft, is ze moreel verplicht hun een nieuwe toekomst te bieden in een meer leefbaar deel van Rusland. Wat ze in elk geval niet mag doen, is de mijnen sluiten en de mijnwerkers gewoon maar in de ijskou achterlaten.

Vice-premier Jegor Gajdar is vorige week langsgeweest in Vorkoeta in een poging de onrust zo vlak voor de verkiezingen te bezweren. Maar geld om beloften na te komen heeft de leider van Ruslands 'regeringspartij' niet. Onderhandelingen in Moskou hebben nog niets opgeleverd. Behalve dan dat maandag op het Russische televisiejournaal gewoon werd gezegd dat de situatie in Vorkoeta weer normaal is. De 1200 stakers in de Joezjnaja-mijn keken het met verbijstering aan.

De 200.000 inwoners van Vorkoeta wantrouwen de politici. In maart 1991 steunden zij Boris Jeltsin nog in diens strijd tegen Sovjet-president Gorbatsjov. In augustus van dat jaar stonden zij met een algemene staking achter hem bij zijn verzet tegen de coup. Nu kent de adjunct-hoofdredacteur van de plaatselijke krant 'Vorkoeta Spitsuur' niet eens de namen van de kandidaten in zijn regio. “Het zijn een voormalige mijnwerker, een helikopterpiloot en een man uit Moskou”, dat weet Vatsjeslav Davidov nog wel te melden. De verkiezingen zijn “volstrekt oninteressant” omdat zij “niets zullen uitmaken”: “Politici zijn de oorzaak van onze problemen, niet de oplossing”. Campagnebijeenkomsten zijn er hier boven de poolcirkel niet gehouden. In zijn hoofdartikel voor aanstaande zondag adviseert Davidov zijn lezers: “Vertrouw niemand.”

De plaatselijke bestuurders hebben ook geen goed woord over voor collega's in Moskou. “Politici zijn artsen of ingenieurs die als arts of ingenieur niet hebben kunnen slagen. Hun enige ambitie is betrokken te zijn bij een belangrijk onderwerp. En dan niet om het resultaat, maar alleen om het proces van besluitvorming. Hoe langer dat duurt, hoe belangrijker ze worden”, zo analyseert Aleksandr Segal, geoloog en burgemeester.

Segal is maar begonnen zelf van zijn stad te redden wat er te redden valt. Het geologische staatsbedrijf Polaroeralgeologia dat de supervisie heeft over de mijnbouw in Vorkoeta, heeft een ambitieus plan opgesteld voor de winning van goud, olie en barnsteen en zelfs de bouw van een mineraalwaterfabriek. Het is alleen nog op zoek naar buitenlandse investeerders. Want voor het plan is de aanleg van een nieuwe spoorlijn nodig en eigenlijk ook de bouw van een nieuwe stad, zeventig kilometer verderop. Maar dan nog, erkent Segal, zouden ongeveer 60.000 oudere inwoners van Vorkoeta hun heil elders moeten zoeken. Wie van de nieuwe parlementariërs biedt hen woonruimte aan?