Het schrikwekkende genot; Essay van George Bataille over erotiek vertaald

Georges Bataille: De erotiek. Vert. en nawoord Jan Versteeg. Uitg. Arena, 206 blz. Prijs ƒ 39,50

The Joural of Erotica, kwartaaltijdschrift, 128 blz. los nummer ¢8 11.50, Midsummer Books, PO Box 2822, Londen W6 OWE.

Erotiek is het leukste als het eigenlijk niet mag. Intieme handelingen met de kans om betrapt te worden, een opmerking die net niet meer welvoeglijk is, kleding die een paar centimeter méér laat zien dan de mode voorschrijft, een relatie die taboe is: de aantrekkelijkheid ervan schuilt in het risico. Gevaar is een groot afrodisiacum, maar ook het erotisch avontuur loopt niet altijd goed af. Eindigt het waagstuk in een fiasco, dan spreekt men niet meer over erotiek, maar over het onbegrip tussen de seksen.

Erotiek is overtreding, schreef Georges Bataille in zijn studie L'érotisme uit 1957. De ongeschreven regels van het dagelijks gedrag worden doorbroken en daarmee verdwijnt ook de bescherming van die dagelijkse regels waarin men zich veilig wist: erotiek is een schrikwekkend genot. De eerste helft van het boek, een lang essay waarin Bataille zijn visie systematisch ontvouwt, is nu in een Nederlandse vertaling uitgebracht. De rest, een zevental deelstudies die hij al eerder afzonderlijk had gepubliceerd, volgt waarschijnlijk later nog.

Bataille heeft niet genoeg aan de ondeugendheid waarin het erotisch avontuurtje flirt met het gevaar. Hij zoekt naar de filosofische betekenis ervan. De erotiek is geen incident in het leven, meent hij, maar een altijd aanwezige dreiging waartegen de orde en het fatsoen zich met moeite teweer stellen. Wie door de erotiek gegrepen wordt, is niet voor rede vatbaar. Hij is, voor langere of kortere tijd, bezeten.

Dat woord heeft een religieuze klank en zo bedoelt Bataille het ook. Erotiek heeft volgens hem altijd op intieme voet gestaan met de godsdienst; tempelprostitutie, huwelijksvoorschriften en seksuele taboes getuigen ervan. De geslachtsdaad vertoont opmerkelijke overeenkomsten met het offerritueel, met de vrouw in de rol van slachtoffer en de man in die van hogepriester. Bataille is nog van ruim vóór het feminisme van de derde golf.

Onredelijk

Zijn leven lang werkte hij aan een filosofie waarin de onredelijkheid de plaats kreeg die haar toekwam. Mensen mochten hun leven dan nog zo keurig en weloverwogen inrichten, achter de schermen van die welvoeglijkheid loert -meende hij - een primitieve levenskracht die een uitweg zoekt. Meestal wordt ze in verstandige banen geleid, en neemt ze de vorm aan van arbeid en beschavingsopbouw. Maar soms breekt ze onbeteugeld baan in de vorm van geweld, exces, roes en extase. Het is volgens Bataille een illusie dat het verstand die krachten ooit zal weten te beteugelen. De rede moet met de onredelijkheid leren leven en doet er maar beter aan zich van haar eigen broosheid bewust te zijn.

Daaraan wordt het verstand, aldus Bataille, gestaag herinnerd door religieuze riten, mystieke ervaringen, feesten en erotiek: momenten waarop het individu zichzelf verliest in een maalstroom die sterker is dan hijzelf. Het zijn vormen van grensverkeer waarin de normen en verboden van alledag worden genegeerd, omgedraaid of overtreden. Die normen zijn er om de redelijke orde veilig af te schermen; de overtreding om de betrekkelijkheid daarvan te laten zien.

In De erotiek beargumenteert Bataille zijn theorieën met een mengsel van antropologische en godsdiensthistorische observaties en een fikse dosis speculatie, die hem - zo geeft hij zelf toe - dichter bij de theologie dan bij de wetenschap brengt. Op sommige van zijn beweringen is wel wat af te dingen - dat het verbod op seks buiten het huwelijk tot de belangrijkste bijbelse voorschriften zou behoren is onzin - en het seksisme van zijn geslachtelijke rolverdeling verdient zeker enige bijstelling. Maar de hoofdgedachte van het boek blijft intrigeren: dat de erotiek alleen toegang geeft tot de keerzijde van de rede omdat ze de maatschappelijke waarden op hun kop zet en bestaat dankzij de overschrijding van geldende verboden.

Dat verklaart waarom alleen gewaagde erotiek opwindend is. Er moet een norm worden geschonden, van sociale, ethische of hygiënische aard. Hoe groter het taboe, des te groter het genot: dat weet de pikareske moraal al eeuwen. Het schaamtegevoel moet worden gebruskeerd, het verstand getrotseerd, de netheid bezoedeld, de weerzin doorbroken. Erotiek en goede smaak staan vrijwel altijd op gespannen voet.

Ongewild bewijst Bataille dat zelf in een groot aantal van zijn eigen verhalen en romans. Ze zitten bomvol grensoverschrijdende seks, maar roepen eerder onbehagen dan genieting op. Hun gewilde vulgariteit steekt tegen de literaire pretenties van die boeken pijnlijk onvolwassen af. Voor gewone pornografie is dat dilemma veel minder hinderlijk, omdat vulgariteit daarin nu eenmaal thuishoort. Het heimelijke en smoezelige ervan draagt in belangrijke mate tot de prikkeling bij. Niets is voor pornografie zo dodelijk als algemene acceptatie.

Dat maakt speelruimte voor erotische literatuur en kunst uitermate smal. Fraaie vormgeving en lust staan elkaar voortdurend in de weg, omdat esthetiek vraagt om regels en evenwichtigheid die de lust nu juist doorbreken wil. Voorbeelden van een geslaagde combinatie van die twee zijn zeldzaam.

Het Engelse kwartaaltijdschrift The Journal of Erotica, dat een jaar geleden met enige succes op de markt verscheen, zoekt naar een evenwicht tussen die beide. Het combineert een oogverblindende fotografie met over het algemeen goed geschreven korte verhalen, waarin vooral vrouwelijke auteurs opvallen. De fotografie, grotendeels in zwart-wit, beeldt het genot niet alleen af, maar straalt het ook uit.

Het tijdschrift is schitterend gemaakt en - voor mannen èn vrouwen - aangenaam om naar te kijken. En toch mist men na enige tijd de rauwheid die de lust niet alleen plezierig maar ook brandend maakt. De zeer verantwoorde esthetica lonkt naar het verbodene, maar houdt het gevaar daarvan door de perfecte kadrering, lichtval en compositie op een veilige afstand. De korte verhalen verraden een hunker naar het onwelvoeglijke en het ('politiek') incorrecte. Vooral de vrouwelijke auteurs koketteren graag met taboes als incest, terloopse seks en ongewenste intimiteit. Maar het verloop ervan is altijd zachtaardig en de uitkomst een zucht van welbehagen.

Dat zijn nu eenmaal de wetten van het beschaafd-erotische genre, dat men leest voor het genoegen, niet om door de horror ervan van de kook te raken. De begeerte laat zich graag opzwepen door de overtreding van ongeschreven regels, maar houdt die regels tegelijkertijd graag onder handbereik, voor het geval de bezetenheid oncontroleerbaar wordt.

Het dilemma van de erotische kunst is hetzelfde als dat van de erotiek zelf: ze balanceren beide voortdurend tussen wansmaak en estheticisme, tussen risico en voorspelbaarheid. Goede zeden en verstand zullen die schemerzone keer op keer onder controle proberen te brengen, en even vaak moeten ervaren dat juist de ontduiking daarvan het erotische avontuur zo aantrekkelijk maakt. Daar doet geen fatsoenscommissie en geen gedragsvoorschrift iets aan.