Goud der Scythen uit de Hermitage in de Nieuwe Kerk; Het barokke realisme van rovers

Het Rijk der Scythen, uit de schatkamers van de Hermitage' 15 dec. t/m 10 april 1994. De Nieuwe Kerk, Dam, Amsterdam. Open: dagelijks 10-18u. eerste Kerstdag en nieuwjaarsdag gesloten. Entree ƒ 10,- Catalogus: ƒ 39,50 (geb.) ƒ 25,- (paperback) Inl. 020-638.6909.

AMSTERDAM, 11 NOV. Een hert van een pond zuiver goud en een vilten zwaan gevuld met vederlicht mos: de Scythen laten zich kennen als een volk van uitersten. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam opent woensdag een vier maanden durende tentoonstelling van dit nomadenvolk uit de Oudheid met ruim tweehonderd niet eerder in Nederland getoonde kunstvoorwerpen. De voorwerpen, waaronder enkele topstukken, zoals het in naslagwerken veelvuldig afgebeelde hert, behoren tot de collectie van de Hermitage in Sint Petersburg.

Met de tentoonstelling treedt Amsterdam als achtste toe tot de rij steden die sinds de glasnost een belangrijk deel van de telkens in samenstelling wisselende Scythen-collectie toont. Amsterdam valt de eer te beurt om als eerste buiten Rusland een doodskistdeksel te tonen. De Nieuwe Kerk verwacht minstens honderdduizend bezoekers. Van elk verkocht toegangskaartje van tien gulden ontvangt de Hermitage een dollar.

De kisten uit St Petersburg zijn nog maar nauwelijks aangekomen of het vele goud ligt al op werktafels te blinken onder de grote koperen kandelaar van de Nieuwe Kerk. De ogen van twee meegekomen Russen glijden geduldig van object naar foto, en van foto naar checklist. Een Scytho-Siberisch dameslaarsje uit de vijfde eeuw voor Christus met een zooltje van pyrietparels wordt in orde bevonden. Ook aan een verfijnde gouden sierkam met negentien tanden en een strijdtoneeltje gemaakt naar Scytische smaak in een Griekse werkplaats mankeert niets. Een schitterend gewei van leer en stukjes haar wordt op een paardekopvorm met siertuig neergezet. Een paard met een gewei: toen occult, nu fantastisch. Net als vrijwel alle tentoongestelde voorwerpen werden gewei en siertuig nog deze eeuw opgegraven uit zogenaamde koerganen (grafheuvels), die wel de 'piramiden van de steppe' worden genoemd.

Herodotus, de Griekse geschiedschrijver uit de Oudheid, maakt al melding van de Scythen. Omtrent hun herkomst gaf hij drie verschillende verklaringen. Volgens de Scythen zelf - Herodotus sprak hun taal, een dialect van het Perzisch - stamden zij rechtstreeks af van Zeus, die uit een liaison met een dochter van de rivier de Borysthenes een zekere Targitaos voortbracht, die op zijn beurt drie zonen kreeg. Tijdens hun heerschappij vielen op een dag allerlei gereedschappen van goud uit de hemel: een ploeg, een juk, een bijl en een schaal. Zodra de broers dichterbij kwamen om het goud op te rapen, ging het branden. Alleen bij de jongste broer gebeurde dat niet, reden voor de andere broers om hun heerschappij aan hem over te dragen. Uit de broers kwamen verschillende stammen voort, die gezamenlijk de Skoloten ('Koninklijken') heetten.

Volgens de Grieken, die hen Scythen noemden, was niet Zeus hun verwekker, maar Heracles. Uit zijn verbintenis met een wezen dat half slang, half vrouw was, kwamen ook drie zonen voort, van wie de jongste het uiteindelijk voor het zeggen kreeg. Volgens de derde, zogenaamd 'historische' verklaring die Herodotus over de Scythen gaf, waren het nomadenstammen, die, uit Azië verdreven, het land van de Kimmeriërs bezetten, van waaruit ze Azië weer binnenvielen.

Van de farao's tot de Chinezen, zo ver uitgestrekt was de invloed van de Scythen. Maar anders dan de titel van de tentoonstelling suggereert hebben de Scythen nooit echt een eigen rijk gekend. Hun koerganen bevonden zich tamelijk willekeurig aan de noordzijde van de Zwarte Zee en op de Krim. Daarin lag naast de koning al zijn spullen met Perzisch tapijt en al. Bij zijn begrafenis offerde men mens en dier, sneed men hier en daar een lichaamsdeel af en vierde feest. De Scythen waren beslist geen vegetariërs, hoewel ze de dieren soms buitengewoon liefdevol weergaven. In kleine gouden sculpturen die veel weg hebben van boerderijdrop zitten soms verschillende dieren in elkaar vervlochten. De Scytische kunst is dynamisch en soms barok. De Scythen waren jagers, krijgers en vaak ook rovers die geen behoefte hadden aan geometrie maar aan imponerend en daardoor overtrokken realisme.