Geen afgang van Vie d'Or met scherpere controle

De verzekeringsmaatschappij Vie d'Or dreigt na onregelmatigheden in het moeras te verzinken en dertienduizend koopsompolishouders mee te sleuren. Het is daarom wenselijk dat de controle van de Verzekeringskamer op de verzekeraars intensiever wordt.

De verzekeringsmaatschappij Vie d'Or wankelt na verdenkingen van oplichting, verduistering en valsheid in geschrifte en dreigt dertienduizend houders van koopsompolissen te duperen. Een incident? Ja, maar een incident dat niet mag gebeuren, of Vie d'Or nu wel of niet zal worden gered. De consument moet kunnen vertrouwen op de beheerder van zijn financiën.

Een deel van die beheerders, de banken, probeert met scherpe controle vooraf en vangnetten voor gedupeerden het vertrouwen van cliënten te behouden. De cliënt van de levensverzekeraars moet maar hopen dat bij controle achteraf blijkt dat het allemaal inderdaad goed is gegaan.

Het toezicht op banken en overige kredietinstellingen door De Nederlandsche Bank is van oudsher alerter dan dat van de Verzekeringskamer op de verzekeraars. Dat verschil is altijd verdedigd met het argument dat het zogenoemde systeemrisico van banken veel groter is dan dat van verzekeringsmaatschappijen. Banken beheren en verschaffen niet alleen geld, maar verzorgen ook het betalingsverkeer. Wanneer de banken in een vertrouwenscrisis geraken ontwricht de totale maatschappij. Toezicht op de bancaire sector is er dan ook op gericht mogelijke misstanden al vroeg te signaleren en tegen te gaan.

De Verzekeringskamer is een aanzienlijk bescheidener instelling die jaarlijkse controle achteraf uitoefent op de verzekeraars. De Nederlandsche Bank controleert maandelijks maar, wat belangrijker is, laat accountants het hele jaar door steekproeven nemen. Bankbestuurders tot op het hoogste niveau nemen die steekproeven serieus en willen worden geïnformeerd over de bevindingen van de strakke controleurs van het Amsterdamse Frederiksplein.

De Verzekeringskamer aan de Apeldoornse John F. Kennedylaan heeft in de verzekeringswereld en daar buiten die status niet. Dat leek ook minder nodig. Het aantal incidenten in de verzekeringsbranche is klein: in 1983 waren er vijfduizend gedupeerde polishouders bij de levensverzekeraar De Wereld. Later dat jaar trad de markt zelfregulerend op: de wankelende verzekeraar Amfas werd overgenomen door Nationale-Nederlanden.

Sindsdien is de markt voor verzekeringen sterk veranderd. Liberalisering en deregulering hebben tot gevolg dat verzekeringsmaatschappijen evenals banken spaar- en beleggingsprodukten zijn gaan aanbieden, vaak in een vorm die niet precies als sparen kan worden getypeerd, en zich dan ook grotendeels aan het bancaire toezicht onttrekt. De explosie in aan beleggingen verbonden levensverzekeringen is daar een voorbeeld van, en Vie d'Or is één van de produkten van die explosie.

De vergrijzing van de Nederlandse bevolking heeft tot gevolg dat steeds grotere bedragen voor overlijdensrisico's en aanvullende pensioenen via de levensverzekeraars opzij worden gezet. Vorig jaar werd er voor 133 miljard gulden aan nieuwe levensverzekeringsprodukten afgesloten. Het totaal door alle in Nederland opererende levensverzekeraars verzekerde kapitaal bedroeg vorig jaar 621 miljard gulden. Het balanstotaal van de levensverzekeraars steeg in één jaar met negen procent.

Nu steeds meer mensen grote sommen geld stallen bij verzekeraars, mag worden geconcludeerd dat ook in deze branche een zeker systeemrisico is geslopen. Een vertrouwenscrisis in de verzekeringsbranche heeft niet alleen gevolgen voor de cliënten zelf. Banken en verzekeraars zijn steeds vaker onderling verweven. En hoewel zij formeel voor de toezichthouders gescheiden blijven, zal een déconfiture bij de verzekeraar een aanverwante bank in de praktijk niet ongemoeid laten. In Scandinavië sleepten verzekeraars en banken elkaar onlangs mee in een diepe financiële crisis.

Al enige jaren is er aanleiding om verzekeringsmaatschappijen zoals Vie d'Or met het nodige wantrouwen te bezien. Twee keer moest Vie d'Or, met een verzekeringsportefeuille van ruim vijf miljard gulden, op bevel van de Verzekeringskamer achteraf haar boeken bijstellen. Van een derde keer achteraf bijstellen is het niet gekomen. Een bewindvoerder moet nu, nadat de nieuwe directie wanhopig de publiciteit had gezocht, orde op zaken stellen.

Met controle vooraf plus steekproeven, zoals De Nederlandsche Bank die toepast, had de Verzekeringskamer onregelmatigheden in een vroeg stadium aan het licht kunnen brengen. Dat dit toezichtsysteem door de Verzekeringskamer wordt afgewezen, belooft weinig goeds voor de positie van polishouders wanneer de verzekeringsprodukten nog complexer en onoverzichtelijker worden. En vanuit geheel Europa worden aangeboden.

De Verzekeringskamer beroept zich op de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf. Deze wet wordt volgend jaar aangepast. Dan treedt de derde Europese kaderrichtlijn levensverzekeringen in werking. In de nieuwe wet wordt gekozen voor het 'normatieve' systeem van controle achteraf, zoals de Verzekeringskamer al hanteerde.

Voor de klanten van levensverzekeraars is het echter van groot belang dat zij er blind op kunnen varen dat hun geld in vertrouwde handen is. Dan is de verwijzing naar de Europese normen zwak. Ze zijn slechts een minimum-eis voor het toezicht. De Verzekeringskamer zou vrij zijn om zwaardere eisen te stellen ter bescherming van de polishouders. Ook hier past een vergelijking met De Nederlandsche Bank die aanzienlijk zwaardere vermogenseisen stelt aan banken wanneer zij willen participeren dan in Europees verband.

Gezien het groeiende belang van de levensverzekering in de vergrijzende maatschappij, de grotere Europese verwevenheid van de verzekeringsmarkt en toenemende complexiteit van de aangeboden produkten, is een actieve toezichthouder wenselijk. Het huidige toezichtbeleid van de Verzekeringskamer loopt daarbij te ver achter.