Europese top heeft voorzitter die kan blaffen en bijten

BRUSSEL, 10 DEC. Premier Jean-Luc Dehaene, die vandaag de topconferentie van de Europese Unie in Brussel voorzit, heeft zich ontwikkeld tot de bulldozer van de Belgische politiek. Naarmate hij in de afgelopen anderhalf jaar meer resultaten boekte, is zijn stijl abrupter geworden. “Ik maak zelf wel uit hoe ik m'n werk doe”, is een typische Dehaene-repliek. Of: “Die stakers doen dat voor zichzelf, niet voor de werkenden.” Hij zei het twee weken geleden op gevaarlijk kalme toon, terwijl buiten de woeligste staking sinds 1936 om zich heen greep. Dehaene is zelfverzekerd geworden. De voorzichtige compromissensluiter, die begin 1992 premier werd in wat hij een 'noodkabinet' noemde, heeft leren blaffen en bijten. Toen Jeltsin eergisteren in Brussel arriveerde, wist de Belgische pers het ongenaakbare optreden van de Russische president meteen te plaatsen. “Typisch Dehaene”.

Populair is de kleine, gezette premier niet. Maar effectief wel. De CVP staat slecht in de peilingen; het publiek háát de eindeloze belasting- en bezuinigingsmaatregelen van zijn kabinet. Dehaene voltooit nu de vijfde ombuigingsoperatie sinds zijn aantreden. Vandaag werden de Europese regeringsleiders in Brussel geconfronteerd met een 24-uurs staking en massale demonstraties van de socialistische vakbonden. In klassiek-Belgische vakbondsstijl zullen in rood gehulde kaderleden over de Brusselse boulevards korte 'charges' uitvoeren: schreeuwend achter de talloze bondsvlaggen aansprinten. Een intimiderend, maar machteloos gebaar. De rooms-rode coalitie van Dehaene zit vast in het zadel. De Waalse en Vlaamse socialisten steunen hem, tegen heug en meug. De liberalen aan de macht zou immers 'erger' zijn. En Dehaene zorgt altijd nog voor enige manoeuvreerruimte, zelfs bij het meest 'definitieve' besluit.

“Ge weet dat ik graag moeilijkheden heb”, zei de premier vorige maand niet zonder bravoure, tijdens een terugvlucht uit Moskou. Wellicht is dat z'n geheim. Zowel België als de Europese Unie heeft een chaotische periode achter de rug, waarin Dehaene volkomen in zijn element was. Hij begon aan het Europese voorzitterschap in het veilige besef dat zijn Belgische premierschap niet meer echt kon mislukken. In de eerste helft van dit jaar werd onder zijn leiding de staatshervorming voltooid. Met een moeizaam bijeengesprokkelde tweederde meerderheid werd België net voor de zomer in een federatie veranderd. Eindelijk kregen Vlaanderen, Wallonië en Brussel volwaardige gewestelijke regeringen met eigen, direct-verkozen parlementen. Politiek bracht dat voorlopig rust.

Op het sociaal-economische vlak ging het minder vlot. In maart kon Dehaene alleen een bezuinigingspakket van 110 miljard frank erdoor duwen door bij koning Boudewijn zijn ontslag aan te bieden. Een week lang was het kabinet-Dehaene demissionair. De recessie die dit najaar goed op gang kwam trof de Belgische economie keihard. De werkloosheid liep snel op, evenals het aantal faillissementen. De concurrentiepositie kalfde af: België had de Europese ziekte, maar dan nog wat erger. Het land heeft immers de hoogste staatsschuld in de Europese Unie: bijna 10.000 miljard frank. Meer dan de helft van alle staatsinkomsten moet aan rente worden uitgegeven. De sociale zekerheid kent enorme tekorten die tot ver boven de 100 miljard frank dreigen op te lopen. Zo werd Dehaene voorzitter met een dubbele agenda: in België saneren, in Europa de Unie van Maastricht installeren.

Begin augustus stortte echter al het stelsel van stabiele wisselkoersen in - voortaan mochten Europese munten maar liefst 15 procent in waarde van elkaar verschillen. Het vooruitzicht op een 'eenheidsmarkt', het kroonstuk van Europa 1992, was opeens een fata morgana. Frankrijk verweet Duitsland luidkeels economisch egoïsme, wegens zijn hoge rentetarieven. De sanering in de staal- en luchtvaartindustrie stokten. Her en der namen de lidstaten weer protectionistische maatregelen. In dat klimaat moest Dehaene het verdrag van Maastricht gaan waarmaken. Hij deed dat door zich te concentreren op de kwestie van de nog niet geregelde vestigingsplaatsen van Europese instellingen. Als bijvoorbeeld de Europese Monetaire Unie er ooit zou komen, met één munt en een gelijk economisch beleid, dan moest de Europese centrale bank wel bestaan. Op een ingelaste top wist Dehaene daarover een compromis aanvaard te krijgen: in één moeite door werden de zetels van een handvol andere Euro-instellingen geregeld.

De dood van koning Boudewijn, eind augustus, zorgde in België voor een diep gevoel van nationale onzekerheid. Met een snelle keuze voor Albert als opvolger maakte Dehaene duidelijk geen risico's met het land te nemen. Albert, de broer van de overleden koning, stond voor continuïteit en ervaring. De korte psychologische crisis was doorstaan.

In oktober ging opeens dat andere symbool van de Belgische identiteit aan het wankelen. De Belgische frank dreigde door de valutahandelaren onderuit te worden gehaald - in een paar weken verloor de Belgische munt maar liefst zes procent van haar waarde ten opzichte van de D-mark. Het gaf een impuls aan het overleg dat Dehaene inmiddels met bonden en werkgevers was gestart over een 'sociaal pact': het overheidstekort omlaag en de concurrentiekracht van de bedrijven omhoog. Toen dat uit dreigde te lopen op sanering van de sociale voorzieningen en bevriezing of zelfs verlaging van de lonen lieten de bonden Dehaene echter zitten. Maar in het kabinet was een akkoord wel haalbaar - daar was de boodschap van de valutamarkten verstaan. Wie aan de frank komt, komt immers aan de kiezer. Geen land in Europa waar zoveel gespaard wordt als in België.

Dehaene is vandaag op de Europese Raad de enige regeringsleider die in eigen land al een herstelplan naar Europees model politiek aanvaard heeft. De premier heeft er het vertrouwen van de valutamarkten alvast mee terugverdiend. De frank is weer bijna op zijn oude niveau terug. Het geeft hem vandaag vermoedelijk extra gezag om het debat over de herstelplannen van Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, te leiden.