Eigenzinnig, creatief en volhardend; 3M-prijs uitgereikt aan Louis Andriessen

LEIDEN, 10 DEC. De 3M-muziekprijs 1993 is gisteravond in de Leidse Pieterskerk uitgereikt aan de Amsterdamse componist Louis Andriessen. Hij kreeg een symbolische cheque ter waarde van 100.000 gulden uit handen van Wim Kok, minister van financiën en vice-premier. Andriessen is de zevende 3M-muzieklaureaat. Eerder werd de prijs - de grootste jaarlijkse kunstprijs in ons land - toegekend aan Henk Guittart, Theo Loevendie, Ton Koopman, Jan Zekveld, Bart Schnemann en Reinbert de Leeuw.

Volgens de jury voldoet Louis Andriessen bij uitstek aan de criteria die gelden voor toekenning van de 3M-prijs: eigenzinnigheid, creativiteit en doorzettingsvermogen. In het juryrapport wordt hij gekenschetst als een multidisciplinair kunstenaar, componist en incidenteel uitvoerend musicus, denker en schrijver over muziek en vooral als pedagoog en schepper van een compositieschool. “Op dit moment kan hij door zijn gastdocentschappen en de uitvoering van zijn werken zonder overdrijving de wereldwijd meest bekende Nederlandse componist worden genoemd.”

“Tegendraad en dwars is hij. Nooit accepteerde hij traditionele uitingsvormen, uitvoeringspraktijk en structuur van het muziekleven. Hij creëerde zelf nieuwe. Begrippen als 'opera en muziektheater' of 'de orkesten en de kleine ensembles' zijn vooral aan Louis Andriessen te danken, 25 jaar geleden bestonden deze begrippen nog nog niet,” aldus de jury die bestond uit Willem van Manen, Jan Zekveld, Peter Smids, Marien van Staalen en Edo de Waart onder leiding van de niet stemgerechtigde voorzitter Frans de Ruiter.

Louis Andriessen, aan wiens werk in oktober in Den Haag nog een festival werd gewijd, was twee uur voor de uitreiking uit zijn huis in Amsterdam 'ontvoerd' en hoorde pas in de auto dat hij de 3M-prijs zou krijgen. Hij wil de 100.000 gulden besteden aan een fonds, dat financiële bijdragen levert aan ingewikkelde projecten van jonge componisten, waarmee subsidiënten niet goed raad weten.

Andriessen prees verder “de voortreffelijke toespraak” die minister Kok tevoren had gehouden over de noodzaak van overheidsbemoeienis met kunst en cultuur. Volgens Kok is het mooi dat, zoals de Amerikaanse onderneming 3M, het bedrijfsleven bijdraagt aan de financiering van de franje van het kunstleven. Maar ook nu de overheid zich in een aantal opzichten terughoudender opstelt dan vroeger, blijft volgens Kok de eindverantwoordelijkheid voor het aanbod en de toegankelijkheid van kunstmanifestaties bij de overheid. Kunst en cultuur zijn volgens Kok ook in tijden van armoede in de wereld en burgeroorlog in Bosnië geen luxe, maar noodzakelijkheden om mensen zich een oordeel over de wereld te laten vormen. “In een samenleving die hecht aan democratie moet de politiek een aanmoedigingsbeleid voor kunstenaars voeren.”