Clinton gaat met president Syrië praten

DAMASCUS, 10 DEC. De Amerikaanse president Bill Clinton zal in januari in Genève een ontmoeting hebben met zijn Syrische ambtgenoot Hafez al-Assad, in een poging de impasse in het Syrisch-Israelische vredesoverleg te doorbreken.

In elk geval is Syrië er al mee akkoord gegaan uiterlijk in februari de onderhandelingen met Israel na een boycot van drie maanden te hervatten. Ook de Syrische bondgenoot Libanon en Jordanië keren terug naar de besprekingen in Washington. Dat heeft de Amerikaanse minister van defensie, Warren Christopher, gisteren in de Syrische hoofdstad Damascus meegedeeld.

Christopher heeft de afgelopen week tussen Israel en zijn Arabische buren op en neer gereisd om het vredesoverleg, dat na de bekendmaking van een akkoord tussen Israel en de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) in september in het slop was geraakt, weer op gang te brengen. Syrië had eerder deze week al enkele tekenen van goede wil gegeven, door uitreisvisa te beloven aan 800 joden en medewerking aan te bieden in de speurtocht naar vermiste Israelische militairen.

“Met de hervatting van de onderhandelingen in januari geloof ik dat ook op het Syrische en het Libanese spoor werkelijke vooruitgang kan worden geboekt”, zei Christopher gisteren in Damascus. De onderhandelingen zitten vast op de Syrische eis van een volledige Israelische terugtrekking uit de Golan, terwijl de Israeliërs een volledige vrede eisen. Maar daarbij voelde Syrië zich bijzonder gepikeerd over de plotselinge Palestijns-Israelische toenadering, waarvan Damascus niet op de hoogte was gesteld, en was Israel sindsdien minder geneigd prioriteit te geven aan de onderhandelingen met Syrië.

Met de top Clinton-Assad willen de Amerikanen nu het belang onderstrepen dat zij hechten aan deelneming van Syrië, een militaire en politieke macht in het gebied, aan een regionale normalisering. De vorige Amerikaans-Syrische top dateert van 1990, toen president George Bush eveneens in Genève een ontmoeting met Assad had in de aanloop naar de oorlog in het Golfgebied. (Reuter, AFP)