Circuitdirecteur maakt furore zonder GP

ZANDVOORT, 10 DEC. Collega's sturen elkaar in de decembermaand graag een kleine attentie. Enrico Ferrari, direttore van het circuit in Monza, was dit jaar vroeg met zijn relatiegeschenk: een asbak. Op het kleinood is fotografisch een fragment uit de Grand Prix van Monza van het afgelopen jaar vastgelegd. Hans Ernst werpt er in zijn kantoor een vluchtige blik op. Een glimlach verschijnt rond zijn lippen. De asbak is de zesde die hij sinds zijn aantreden in november 1988 als directeur van het circuit in Zandvoort uit Monza heeft ontvangen. “Ik kan onderhand kwartetten met die dingen.”

Ferrari was ruim twee weken geleden een van de 44 leden van de Association Internationale des Circuits Permanents (AICP) die Ernst unaniem - per 3 juni volgend jaar - als hun nieuwe voorzitter aanwezen. Opmerkelijk, want Zandvoort heeft niet eens een Grand Prix in de Formule 1. De AICP is een internationale organisatie van circuit-directeuren. Alleen het 45ste lid sprak zich niet uit. Dat was Ernst zelf.

De carrière van de 46-jarige Ernst als bestuurder is razendsnel gegaan. Bijna net zo snel als hij nog geen vijf jaar geleden met redelijk succes zijn rondjes op verschillende circuits in de Toerwagens en Sport 2000-klasse reed.

De functie was vacant gekomen na het onverwachte vertrek van Peter Holm. Ernst zat op dat moment al als penningmeester in de stichting die het circuit exploiteert. Een opvolger voor Holm kon niet zo snel worden gevonden. Verwonderlijk was dat nauwelijks: de renbaan was in 1987 officieel failliet gegaan. In 1985 was de laatste Grand Prix voor Formule 1-wagens gehouden en het zag er niet naar uit dat Bernie Ecclestone, de grote baas van de meest aansprekende wedstrijdklasse, Zandvoort snel weer op de kalender zou zetten. Dat werd sowieso onmogelijk toen het circuit, dat oorspronkelijk ruim vier kilometer lang was, wegens de bouw van een bungalowpark met circa twee kilometer werd ingekort.

“Maar ja, na het vertrek van Holm moest toch iemand de boel weer gaan trekken”, zegt Ernst, die van beroep opticiën is en circa tien brillenzaken heeft. “Ik vond dat ik iets terug moest doen voor de ruim twintig jaar dat ik hier met het grootste plezier heb gereden. Al die jaren reed ik na een wedstrijd of training de poort uit en zei: 'Bedankt en tot de volgende keer maar weer'. Door die functie te accepteren dacht ik iets te kunnen terugdoen voor het circuit.”

In zijn eerste jaar als directeur werd Ernst door collega's uit het buitenland regelmatig de vraag gesteld of Zandvoort eigenlijk nog wel bestond. Het was immers algemeen bekend dat het circuit op sterven na dood was. Tegenwoordig wordt hem gevraagd wanneer Zandvoort weer een Grand Prix krijgt. Want dat er sinds zijn aantreden veel ten goede is veranderd, is eveneens niemand ontgaan.

Gezeten in zijn Mercedes volgt Ernst met enkel zijn wijsvinger aan het stuur de ideale lijn van het circuit in Zandvoort. Na de Gran Doradobocht met een slakkegangetje genomen te hebben, geeft hij plank gas. De kilometerteller loopt in enkel seconden naar 160. Hij doet het eigenlijk nooit meer, een rondje maken over het parcours waar hij op 22-jarige leeftijd debuteerde. Hij heeft er gewoon geen tijd meer voor.

Sinds zijn aantreden maakt hij werkweken wan dik vijftig uur. Niet zonder succes, want Zandvoort maakt weer winst. Jaarlijks een bedrag van tussen de vijf ton en 1 miljoen gulden. Er is druk geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen, onder andere een technisch centrum. Verder verwacht Ernst dat het ministerie van WVC het circuit binnenkort de zogenoemde A-status zal toekennen waardoor het in aanmerking komt voor subsidie. Dan kan ook een begin gemaakt worden met het weer verlengen van de baan tot 4.250 meter.

Heeft zijn succes in eigen land geleid tot de benoeming als voorzitter van de AICP? Hij durft het niet te zeggen. “Als vice-voorzitter was ik natuurlijk al nauw bij alle bestuurlijke zaken betrokken. Verder zijn dit soort benoemingen natuurlijk altijd een kwestie van politiek. De Fransen willen geen Engelsman als voorzitter. Omgekeerd geldt hetzelfde. En niemand wil een Duitser op de hoogste plek. Dan kom je als Nederlander natuurlijk al gauw in beeld.”

Dat alles neemt niet weg dat Zandvoort sinds het aantreden van Ernst initiatieven op een aantal gebieden heeft genomen die inmiddels door circuits elders in de wereld zijn overgenomen. Maatregelen die de overlast voor het milieu tot een minimum moeten beperken, bijvoorbeeld. Of de introductie van een randevenement als de American Day. Tijdens het eerste jaar kwamen daar ruim honderdduizend mensen op af. De helft meer dan Ernst had verwacht. “In heel Zandvoort waren om twaalf uur 's middags al geen kroketten of frikadellen meer te krijgen.” Op circuits in Duitsland wordt een dergelijke dag nu ook georganiseerd.

Sinds zijn benoeming tot voorzitter van de AICP heeft Ernst van Formule 1 fanaten uit eigen land dagelijks dezelfde vraag voorgelegd gekregen. Zo van 'met jou als grote baas krijgen we binnenkort dus weer een Grand Prix in Zandvoort.' Ernst bestrijdt die gedachte ten stelligste. Zoals het een goed voorzitter betaamt zegt hij diplomatiek: “Ik ben voorzitter van alle circuits en als zodanig behartig ik de belangen van alle circuits.”

Maar de kans is er natuurlijk niet kleiner opgeworden? “Zodra het circuit is verlengd, wat een absolute noodzaak is, denk ik dat wij wel weer in the picture komen. Er worden momenteel immers ook Grand Prix' gehouden op circuits die niet eens zijn aangesloten bij de AICP.”

Mocht het zo ver komen, dan kan Ernst meneer Ferrari misschien ook eens iets anders sturen dan de gebruikelijke fles wijn die hij rond deze tijd van het jaar zijn collega altijd doet toekomen. Misschien een asbak waarop een fragment uit een op zijn circuit verreden Grand Prix is afgebeeld?