Blanchflower leerde 't voetbal van zijn moeder

ROTTERDAM, 10 DEC. Danny Blanchflower, gisteren op 67-jarige leeftijd overleden, werd als voetballer een romanticus genoemd. Als 'Cinderella aan de bal' omschreef men hem ten tijde van het wereldkampioenschap van 1958 in Zweden waar hij als aanvoerder van het Noordierse elftal zijn ploeg naar de kwartfinale leidde.

Het was niet het grootste succes uit de carrière van Blanchflower, een rechtshalf. In '61 was hij de vedette van het 'gouden' Tottenham Hotspur dat er als eerste club in deze eeuw in slaagde de dubbel, het landskampioenschap en de beker, te winnen. Twee jaar later wonnen de Spurs door 5-1 zege in de finale tegen Atletico Madrid de Europa Cup voor landskampioenen. Blanchflower speelde tien jaar voor Tottenham Hotspur. Hij werd in 1954 door de Londense club van Aston Villa overgenomen. Daarvoor kwam hij ook nog voor Barnsley uit.

In '58 en '61 werd hij tot Brits voetballer van het jaar uitgeroepen. Blanchflower, 56 interlands, wordt beschouwd als één van de beste Noordierse voetballers aller tijden. Zijn jongere broer Jackie was ook prof. Hij speelde voor Manchester United.

Als manager had Danny Blanchflower nooit het succes dat hij als speler kende. Hij was onder meer drie jaar bondscoach van Noord-Ierland. Ook trainde hij Chelsea. Blanchflower had er moeite mee dat het financiële aspect in het voetbal steeds belangrijker werd. “Laten we Danny herinneren als een fantastische verteller buiten het veld en een elegante en intelligente speler en groot leider binnen het veld”, sprak gisteren Billy Bingham, bondscoach van Noord-Ierland, ex-teamgenoot en buurtgenoot in Belfast van Blanchflower.

Blanchflower kon niet alleen mooi voetballen, hij kon er ook mooi over praten. “Het gaat in dit spel allemaal om roem”, zei hij over het voetbal. “Mooie dingen laten zien en de tegenstander verslaan en er voor zorgen dat de mensen niet sterven van verveling.” Toen hij op 38-jarige leeftijd zijn afscheid aankondigde gebruikte hij in een krantecolumn een passage uit een boek van Scott Fitzgerald.

Zijn moeder zou hem het voetballen geleerd. Zij was in de jaren twintig aanvalster van een damesteam. “Ze dachten altijd dat ze mijn oudere zus was als we samen aan het voetballen waren”, zei hij ooit in een interview.

Blanchflower leed al jaren aan de ziekte van Alzheimer.