Anti-dumping blijkt heikele kwestie bij overleg in Genève

GENEVE, 10 DEC. De eis van de Verenigde Staten om volgens de eigen wetgeving anti-dumpingheffingen op importgoederen te kunnen blijven uitleggen, heeft andere obstakels voor een wereldhandelsakkoord enigszins naar de achtergrond gedrongen.

Directeur-generaal Sutherland van de GATT sprak gisteren van “een van de moeilijkste kwesties”. De Amerikaanse regering staat onder zware druk van het Congres. Veel Congresleden zijn niet bereid een deel van de nationale soevereiniteit over het handelsbeleid prijs te geven.

Amerikaanse onderhandelaars kwamen eind vorige week met niet minder dan elf amendementen op de tekst over anti-dumping in het ontwerp-akkoord. Volgens de ontwerptekst, die al sinds december 1991 op tafel ligt, wordt anti-dumping aan veel strengere regels gebonden. Washington wil juist een versoepeling. Van dumping is sprake als een produkt op de buitenlandse markt onder de prijs op de thuismarkt wordt verkocht. Het importerende land mag dan onder bepaalde voorwaarden een importtarief op het produkt heffen, omdat anders de binnenlandse industrie op oneerlijke wijze kan worden weggeconcurreerd.

Een anti-dumpingheffing moet na vijf jaar automatisch worden gestopt, tenzij een regering kan aantonen dat nog steeds schade door dumping wordt geleden. Washington wil geen tijdslimiet. In de VS zijn gevallen bekend van anti-dumpingheffingen die al meer dan twintig jaar van kracht zijn.

In de ontwerp-tekst is verder bepaald dat een anti-dumpingheffing moet worden ingetrokken als de dumpingmarge minder dan twee procent is, wat wil zeggen dat de prijs van het importgoed minder dan twee procent afwijkt van de normale prijs. De Amerikanen willen die marge teruggebracht zien tot een half procent. Een gevoelig punt is ook dat de VS vakbonden het recht wil geven klachten over dumping in te dienen. Verder willen de Amerikanen de mogelijkheden voor een GATT-panel beperken om anti-dumpingmaatregelen te toetsen om te voorkomen dat onwelgevallige jurisprudentie ontstaat.

Tussen de Europese Unie en de VS is in Genève ook een kleine zenuwenoorlog uitgebroken over liberalisering van de zeescheepvaart. Volgens EU-diplomaten heeft Washington beloften over een aanbod op dit terrein gebroken. Het aanbod van de VS dat nu op tafel ligt wordt veel te mager geacht. De VS wil alleen ladingsreserveringssystemen voor buitenlandse concurrentie openstellen. Dit omvat slechts drie procent van de activiteiten in de zeescheepvaart. Verder zegt de VS toe de bestaande restricties, die 75 procent van de sector reserveert voor schepen onder Amerikaanse vlag, niet verder te verscherpen.

De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Kantor sprak gisteren tegen dat de VS hun aanbod tijdens het overleg van begin deze week in Brussel hebben veranderd of ingetrokken. Volgens een Europese onderhandelaar echter hadden de Amerikanen toegezegd dat zij in Genève met een 'uitgebreider bod' zouden komen. Dat is niet gebeurd.

Europese diplomaten zien de Amerikaanse reactie als een tactische zet om de EU onder druk te zetten op het gebied van audio-visuele produkten. De VS eisen nog steeds dat Amerikaanse producenten en acteurs meedelen in de opbrengst van belasting op filmkaartjes, videohuur en de verkoop van lege videobanden, omdat hierop veelal Amerikaanse films staan of worden opgenomen. Gisteren werd bekend dat president Clinton hierover telefonisch met voorzitter Delors van de Europese Commissie heeft overlegd. “Maar de Amerikanen krijgen geen voet aan de grond,” aldus een Europese onderhandelaar in Genève.