Weinig, maar niet niets

HEEL VEEL TIJD had de Tweede Kamer nodig om te zeggen dat men heel weinig wilde. Het gisteravond beëindigde debat over de staatkundige en bestuurlijke vernieuwing is verlopen zoals kon worden verwacht. De hoeveelheid geproduceerde rapporten is aanzienlijk, maar het uiteindelijke resultaat van vier jaar discussie kan gemakkelijk op één velletje papier worden samengevat. De berg heeft een muis gebaard was dan ook de veelgehoorde conclusie in de Tweede Kamer, maar zelfs die vaststelling is niet origineel. Eerdere vernieuwingsdebatten eindigden op dezelfde wijze en met dezelfde beeldspraak.

De oogst is mager, maar niet nul. Zeker op het terrein van bestuurlijke vernieuwing is enig resultaat geboekt. Een abstract gebied, maar daarom niet onbelangrijk. Terecht zei CDA-fractieleider Brinkman deze week tijdens het debat dat de uitvoering van het beleid ten minste zo belangrijk was als de totstandkoming ervan. Er is niet zozeer een kloof tussen kiezer en gekozene, maar tussen burger en overheid. De burger verlangt waar voor zijn geld. Als hij daarin wordt teleurgesteld, kan zich dat vervolgens uiten in een kloof tussen kiezer en gekozene. Vandaar dat het vier jaar geleden een juiste beslissing is geweest van de Tweede Kamer om het zelfonderzoek ruim op te vatten en behalve de mogelijkheden van staatkundige vernieuwing ook de bestuurlijke kanten erbij te betrekken.

Er wordt driftig gekapt in het woud van adviesorganen. Goed voor snellere besluitvorming maar ook hard nodig om het primaat van de politiek te herstellen. Voor de even ingrijpende als ambitieuze reorganisatie van de rijksoverheid waardoor een duidelijke scheiding wordt aangebracht tussen uitvoering en beleid, bestaat brede politieke steun. Te hopen valt dat die ruime meerderheid zal worden aangewend om ambtelijke obstructie tegen verandering te doorbreken.

HET DEBAT OVER de mogelijkheden om de kiezer meer bij de politiek te betrekken was voornamelijk een bevestiging van de verhoudingen zoals die al decennia gelden. De beweging die aanvankelijk bij het CDA leek te zitten in sommige opvattingen, blijkt vooral een schijnbeweging te zijn geweest. Geen experimenten bij burgemeestersbenoemingen, zegt het CDA, terwijl het nog niet definitief afwijzen van het referendum door Brinkman vooral politiek bepaald lijkt. Mocht D66 straks na de verkiezingen een rol van betekenis gaan spelen in de kabinetsformatie, dan is het altijd handig om het door de Democraten zo gekoesterde referendum achter de hand te hebben.

Over die kabinetsformatie heeft de Tweede Kamer trouwens ook veel goede bedoelingen uitgesproken. Het regeerakkoord mag niet te lang worden en de Tweede Kamer moet in een vroegtijdig stadium van de besprekingen op de hoogte worden gehouden. Als ergens de praktijk telkens weer sterker blijkt dan de leer, is het wel hier. Gelukkig was die erkenning er ook bij de vertegenwoordigers van partijen die het eerst in aanmerking komen om te regeren. Als het gaat om het bereiken van resultaat worden de intenties, uitgesproken in een theoretisch debat, gauw vergeten. Vanzelfsprekend is dualisme een lofwaardig streven van een parlement. Maar als een partij in de Kamer tijdens onderhandelingen over een regeerakkoord het eigen minderheidsstandpunt in een meerderheidsstandpunt weet om te zetten, zal zij dat doen.

OVER TWEE zaken heeft de Tweede Kamer zich de afgelopen dagen zeer concreet uitgelaten. Zo is de Kamer bijna unaniem van mening dat het kandidaten voor de Tweede Kamer gemakkelijker moet worden gemaakt met voorkeurstemmen in het parlement te komen door de drempel te verlagen naar tienduizend stemmen. Tevens bestaat er zeer brede overeenstemming over het feit dat wethouders ook van buiten de gemeenteraad moeten kunnen komen. Het eerste betekent een geringe versterking van de directe invloed van de kiezer, het tweede een versterking van het lokale bestuur. Jammer alleen dat het trage wetgevingsproces met zich meebrengt dat beide zaken niet meer voor de komende verkiezingen kunnen worden geregeld, waardoor ze in de praktijk niet direct toepasbaar zijn. Tenzij de Kamer kiest voor een spoedprocedure. Het zou een mooi gebaar zijn.