Vrouwenwerk

“Tjee, heb je het gehoord? Jacques Wallage wordt geen minister meer.”

“Ah, wat sneu. Het leek me juist zo'n goeie jongen. Maar waarom eigenlijk? Heeft hij iets verkeerds gedaan?”

“Nee, hij vindt dat er meer vrouwen in een nieuw kabinet moeten. Toch mooi hè, dat hij zichzelf wegcijfert voor een vrouw.”

Zeker, of bedoelde de staatssecretaris van emancipatiezaken misschien toch net iets anders toen hij gisteren pleitte voor een flinke uitbreiding van het aantal vrouwelijke bewindslieden in een volgend kabinet.

Meer vrouwen staat niet automatisch gelijk aan minder mannen. Pleitte Wim Kok ooit niet voor een vijfentwintig-procents norm? En sprak Joop den Uyl zich op een verdwaald moment ook niet uit voor meer vrouwen in een kabinet? Gek toch, dat het er desondanks steeds niet van kwam.

Zoetgevooisde tonen van heren politici in de richting van de dames klinken toevallig steeds als er niet gekozen moet worden. Maar bij formaties, als de verdeling van de macht wordt geregeld, zijn er altijd net weer zoveel bekwame mannelijke kandidaten dat de verdeling voor vrouwen ongunstig uitvalt.

Het siert Jacques Wallage dat hij de vrouw haar getalsmatige plaats gunt in een nieuw kabinet. Maar had hij er niet tegelijk bij moeten zeggen zelf zijn plaats gaarne af te staan aan een vrouw? Hij zou er vast een standbeeld voor krijgen.