Vrijlating ETA-leden door België wekt woede van Spanje op

MADRID, 9 DEC. In Spanje is met ergernis en woede gereageerd op de onmiddellijke invrijheidsstelling in België van twee Baskische gedetineerden die worden verdacht van ETA-activiteiten en om wier uitlevering is gevraagd. De Spaanse politieke partijen, van links tot rechts, nemen de kwestie hoog op, zeker na de recente moordaanslagen die door de ETA zijn uitgevoerd.

De regering deed de droge officiële mededeling dat Spanje alles in het werk zal stellen de twee alsnog uitgeleverd te krijgen, terwijl de leider van de Spaanse oppositie José Mariá Aznar zich publiekelijk heeft afgevraagd of het voorzitterschap van de Europese Unie bij de Belgen wel in goede handen is.

Wat stelt de Europese samenwerking op het gebied van justitie voor als mogelijke medewerkers van Spanjes staatsvijand nummer één, de terroristische onafhankelijkheidsbeweging ETA, zich achter de status van politiek vluchteling kunnen verschuilen, zo luidt het algemene ongenoegen. Daarbij komt nog dat de Belgische rechters de kwaliteit van de Spaanse rechtsstaat in twijfel hebben getrokken. Bij de vrijlating werd immers meegewogen dat Spanje de uitlevering heeft verzocht op grond van getuigenissen die onder dwang zouden zijn afgelegd, waarbij zelfs het woord foltering is gevallen.

De kwestie speelt uitgerekend op het moment dat de ETA zich meer dan ooit in een politiek en maatschappelijk isolement heeft geplaatst. De moordaanslag op een Baskische politieofficier, twee weken geleden, heeft zowel in Spanje als in het Baskenland geleid tot een storm van verontwaardiging en de roep om een harde aanpak van de ETA. Dit lijkt de regering geen andere keuze te laten dan het uitvoeren van de eerdere dreigementen om de Europese samenwerking op het gebied van het asielrecht te blokkeren.