Verwijderen van zware metalen met bipolaire elektrode

Het verwijderen van zware metalen uit verontreinigd water was tot voor kort onbetaalbaar of milieubelastend. De vriendelijkste en goedkoopste manier, elektrolyse, bood ook al geen oplossing. Door in een cel een elektrische spanning aan te leggen slaan de metalen neer, vaak als hydroxyden. Deze metaalverbindingen met OH-ionen kunnen makkelijk uit het water worden gefilterd.

De potentiaalwaarden voor anode en kathode zijn bij normale elektrolyse te gering om chemische reacties tot stand te brengen. De inmiddels gepensioneerde hoogleraar Arseen Van Peteghem van de vakgroep metallurgie en materiaalkunde van de Universiteit van Gent en ingenieur Luc Larmuseau denken nu de oplossing te hebben gevonden: een bipolaire elektrode (Gent Universiteit, november). Deze metalen geleider wordt tussen de anode en de kathode opgesteld.

De nieuwe methode leent zich voor het verwijderen van tweewaardige metalen als zink, cadmium, koper, nikkel, kwik, mangaan en kobalt. Het gaat niet met natrium, kalium of lithium, omdat de hydroxyden van deze eenwaardige metalen oplosbaar zijn. Men kan met de methode ook chloor, waterstof en zuurstof winnen.

Een belangrijk voordeel van de methode is dat het water niet hoeft te worden behandeld met chemicaliën en men heel weinig stroom nodig heeft. Omdat bipolaire elektroden tot nu toe uitsluitend werden gebruikt voor koperelektrolyse, is de uitvinding geoctrooieerd. Tot dusverre is de werking van de bipolaire elektrode alleen in het laboratorium aangetoond.