Sombere reacties op Noordzeeconferentie

KOPENHAGEN, 9 DEC. De tussentijdse ministersconferentie, afgelopen dinsdag en woensdag in Kopenhagen, over de vervuiling van de Noordzee heeft uiteenlopende reacties opgeroepen. De deelnemende bewindslieden en ambtenaren zijn geneigd van een nuttige en in sommige opzichten zelfs succesvolle bijeenkomst te spreken, maar de internationale milieubeweging, die de besprekingen van nabij kon volgen, toonde zich na afloop tamelijk tot zeer somber over de resultaten. Feit is dat er weinig meer is bereikt dan een bevestiging van de afspraken die al bij vorige gelegenheden, in 1987 en 1990, zijn gemaakt.

Het was vooral Groot-Brittannië dat ook nu weer krachtig op de rem trapte door bij praktisch elk voorstel ter verbetering van het Noordzeewater een voorbehoud te maken dan wel - per voetnoot - van medewerking af te zien. “Engeland: de vieze man van Europa”, meldde een spandoek aan boord van de Solo, het actieschip van Greenpeace”, dat vlakbij het congrescentrum - een fraai verbouwd pakhuis - lag afgemeerd. Een woordvoerder van de organisatie beschuldigde het land zelfs van “ecologisch vandalisme”.

Ook minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat), die met haar collega Bukman (landbouw) aan het beraad deelnam, had ernstige kritiek op het Verenigd Koninkrijk, al verpakte ze die in mildere bewoordingen. “De Britten”, zei ze, “hebben een forse achterstand op milieugebied en hun gevoeligheid voor milieu-onderwerpen is niet groot. Ze willen alles wetenschappelijk onderzoeken alvorens met maatregelen in te stemmen en hebben moeite om andere Europese landen, waaronder Duitsland en Nederland, bij te benen. Het is steeds weer trekken en duwen om ze erbij te houden, maar we blijven ons best doen. Beter voetnoten in de slotverklaring dan dat ze uit de boot vallen.”

Een van de punten waarop Engeland zich (met Frankrijk) isoleerde van de rest, betrof de strijd tegen 'vermesting' van de Noordzee door fosfaten en stikstof, die uit drijfmest naar open water spoelen. Een halvering van de stikstofvracht in 1995 is onhaalbaar gebleken. In plaats daarvan moet, op Nederlands voorstel, de zogenoemde 'evenwichtsbemesting' omstreeks het jaar 2000 een oplossing bieden. Dat betekent dat er tegen die tijd (of enkele jaren later) niet meer mest op het land mag worden uitgereden dan de gewassen van nature kunnen opnemen. Daarbij wordt een zeker surplus aanvaard voorzover het geen schade toebrengt aan het milieu.

Een meerderheid van de Noordzeestaten kon zich achter dit voorstel scharen, reden waarom Bukman van “buitengewone tevredenheid” getuigde. Maar tegelijk moest hij tot zijn spijt vaststellen dat Engeland en Frankrijk al bij voorbaat niet meedoen. Engeland ontkent eenvoudig dat meststoffen uit de landbouw nadelig zijn voor het mariene ecosysteem. In werkelijkheid veroorzaken stikstof en fosfaten een overdadige algenbloei, die weer tot zuurstoftekorten leidt.

Enkele onderdelen van de slotverklaring van Kopenhagen vonden ook bij de milieubeweging, in het bijzonder de organisatie Seas at Risk, een gunstig onthaal. Bijvoorbeeld de aangekondigde actie tegen polyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), die als zeer giftig te boek staan en uit allerlei bronnen komen. “Een eerste stap die we gaarne verwelkomen”, zo heette het een persverklaring. Ook viel tevredenheid te bespeuren over een verzoek aan de Internationale Maritieme Organisatie om het gebruik van tributyl drastisch te verminderen. Deze stof wordt toegepast als middel om algengeroei op de scheepshuid tegen te gaan, maar heeft op het zeewater een funeste invloed.

Overheersend was echter de kritiek, vooral weer gericht tegen Engeland en toegespitst op de nucleaire opwerkingsfabriek Sellafield, die via de Ierse Zee ook de Noordzee met radioactief materiaal bezoedelt. Volgens Greenpeace zullen de afvallozingen zelfs met 900 procent toenemen als binnenkort, zoals de bedoeling is, een uitbreiding van Sellafield in gebruik wordt genomen.

De noodkreet van Greenpeace kreeg in de officiële vergadering veel bijval, wat uitmondde in een oproep aan de Britse staatssecretaris van milieu, de Earl of Howe, om die uitbreiding - onder de naam THORP - nog eens ernstig in overweging te nemen. “Hij reageerde constructief”, aldus Maij-Weggen na afloop, “en zou onze zorgen overbrengen aan de bevoegde collega's in Londen.”

De Deense voorzitter, minister Svend Auken, verwoordde het op een afsluitende persbijeenkomst weer wat anders. Volgens hem heeft Engeland zelfs beloofd “te luisteren naar wat er in Kopenhagen is gezegd”. Auken vond Sellafield een uitgelezen onderwerp voor de volgende Noordzeeconferentie in 1995, want nu stond het formeel niet op de agenda. En wat de zojuist verstreken vergadering betrof: “Die was succesvol”, meende de Deense milieuminister. Maar hij moest op een vraag van een journalist onmiddellijk gas terugnemen: “Nee, niet succesvol in de zin dat alles naar tevredenheid is verlopen.”