Recherche

Op weg naar de redactie vanuit België. M'n autotelefoon rinkelt. Nietsvermoedend neem ik op. Een onbekende stem zegt: “Met Recherchebureau Fif 33, met Mouthaan spreekt u.” Een kleine zwenking aan mijn stuur laat merken dat ik even schrik bij het woord 'recherche'. Parkeerbonnen en snelheidsovertredingen schieten door mijn hoofd.

“Kan ik op korte termijn met u spreken over een persoonlijke zaak”, kraakt de stem uit mijn speakertje. Waar het over gaat wil hij over deze telefoon niet zeggen. “Belt u mij maar op mijn werk”, zeg ik. En inderdaad, kort na mijn aankomst meldt de 'Rechercheur' zich weer. Hij wil graag snel een afspraak en een half uur later staat hij aan de balie bij de Dagbladunie.

Een collega, gepokt en gemazeld in politionele zaken, adviseert mij àltijd met zijn tweeën naar dit soort afspraken te gaan. Nieuwsgierig stellen wij ons voor aan 'Private Eye'. Het is niet zijn gewoonte om met de te onderzoeken persoon van te voren te spreken, maar in dit geval heeft hij een uitzondering gemaakt.

Een gevoel van spanning maakt zich van mij meester. Het gaat om een kwestie van uiterste discretie, zo verzekert hij. Snel steekt hij van wal. “Klopt het dat er van u onlangs een foto in de Privé heeft gestaan?” is zijn eerste vraag. Aangezien ik dat blad niet wekelijks lees, moet ik het antwoord schuldig blijven.

Mouthaan vervolgt: “Een dame meent u op een foto in de Privé te hebben herkend als de man die veertien jaar geleden werkzaam was als barkeeper op Mallorca en daar de verwekker zou zijn geweest van haar kind.” Mouthaan vertelt het met een ernst alsof het voortbestaan van zijn bureau er van af hangt. Mijn collega rolt inmiddels van de bank van het lachen, en maakt zich snel uit de voeten.

Na enige momenten van introspectie moet ik de speurder teleurstellen. Ik heb in mijn hele leven nog nooit gebarkeept en zeker niet op Mallorca. We nemen vriendelijk afscheid van elkaar en de rechercheur verzekert mij dat hij de opdracht niet zal aanvaarden.

Maar nu begint het toch te knagen: wie is die vrouw, in wier leven ik kennelijk onbedoeld ineens ben binnengedrongen? En laat Mouthaan het hier echt bij? Als ik terugkeer op de redactie kijken diverse collega's mij gnuivend aan. Het nieuws blijkt mij al vooruitgesneld te zijn.