PvdA in congres zoekt rust en zelfvertrouwen

Morgen congresseert de Partij van de Arbeid. De cynicus zal het beschouwen als het afscheid van een terminale patiënt. Optimisten hopen dat het congres de wederopstanding van de partij zal markeren. Felix Rottenberg rekent op spektakel.

De Partij van de Arbeid in congres bijeen. Vanaf morgen, in Amsterdam. Eindelijk weer een teken van leven van het actieve partijkader. De cynicus zal het beschouwen als de bijeenkomst waar nabestaanden afscheid kunnen nemen van de in een terminale fase verkerende patiënt. Het is per slot van rekening het laatste congres voor de zo gevreesde verkiezingen. De optimisten klampen zich vast aan Lazarus en geloven dat met het congres het moment van de wederopstanding van de PvdA aanbreekt. Wat zal het worden? Een spektakel, als het aan PvdA-voorzitter Rottenberg ligt. Een gebeurtenis die voldoet aan het voor hem allesbepalende begrip 'interessant'. Geen openbare veiling waarbij de afdeling Bonkevaart met zijn amendementen opbiedt tegen Amsterdam Bos en Lommer. Aan die verstikkende partijcultuur moest immers een einde worden gemaakt. Belangwekkende sprekers en goede debatten zijn beloofd. Het Congres zal vooral moeten uitstralen. Opdat de Nederlandse kiezer weet dat de PvdA er nog altijd is.

De congresafgevaardigden zullen Rottenberg in dat streven niet voor de voeten lopen. Iedereen binnen de PvdA is er van overtuigd dat de huidige deplorabele toestand waarin de partij verkeert, geen aanleiding geeft voor een fundamenteel debat tussen fundi's en realo's. Rust en zelfvertrouwen zijn op dit moment de enige twee luchtkamers die de PvdA nog drijvende kunnen houden. Iets dat nu toe wonderwel is gelukt.

Het paradoxale is dat deze status quo een verdienste is van voorzitter Rottenberg, terwijl de stormpjes die er nog in de PvdA woedden te wijten zijn aan dezelfde Rottenberg. Het heeft alles te maken met de gigantische verschuiving van de macht binnen de partij die zich in zeer korte tijd heeft voltrokken. De beruchte basis bestaat alleen nog maar op papier, de feitelijke macht voor zover het de partij betreft berust bij Rottenberg. Natuurlijk is er ook nog vice-voorzitter Vreeman, maar de rest van het partijbestuur speelt nauwelijks nog een rol van betekenis. Zomin als de gewestelijke voorzitters, vroeger toch een niet te onderschatten factor binnen de PvdA, nog iets in te brengen hebben. Sinds de partijraad is afgeschaft, en de kandidaatstelling gecentraliseerd, is het gedaan met hun invloed. Enigszins gechargeerd gesteld: de partij is Rottenberg. Dus als er nog onrust ontstaat, kan die ook alleen maar door Rottenberg worden veroorzaakt.

Niet dat de PvdA-voorzitter de macht gegrepen heeft. Het was een bewuste keuze van het laatste PvdA-congres in maart van het vorig jaar toen de voorstellen van de partijcommissie onder leiding van de (toen nog) Eindhovense burgemeester Van Kemenade grotendeels werden overgenomen. Hoofddoel van die commissie was een einde maken aan het introverte karakter van de PvdA, door de besluitvorming te centraliseren. Een streven dat overigens al dateerde van voor de electorale neergang van de partij.

Wat de komende twee dagen zal moeten blijken is in hoeverre het vernieuwde congres zich zal gedragen naar de veranderende verhoudingen. Want formeel is dit nog altijd het hoogste orgaan binnen de PvdA. Het congres kan zowel het ontwerp verkiezingsprogramma als de ontwerp-kandidadidatenlijsten voor de Tweede Kamer en het Europese Parlement binnenste buiten keren. Omdat alle regionale tussenschakels zijn verdwenen is het congres minder voorspelbaar. Maar de prijs voor deloyaal gedrag zullen de meeste afgevaardigden onder de huidige omstandigheden te hoog vinden. Verhalen over verdeeldheid is het laatste dat de PvdA kan gebruiken.

Het wordt zodoende naar alle waarschijnlijkheid een in overwegende mate 'braaf' congres. De meeste heisa wordt zaterdag verwacht rond de samenstelling van de kandidatenlijst voor het Europese Parlement. Met nog maar één zittende Europarlementarier op een verkiesbare plaats is de slachting daar het grootst geweest. Het aantal PvdA-Tweede Kamerleden dat na 3 mei volgend jaar naar en andere baan zal moeten uitzien is ook niet onaanzienlijk maar de compassie van de rest van de partij met deze categorie volksvertegenwoordigers is aanzienlijk minder groot. De betrekkelijk geruisloze sanering van de Tweede Kamerfractie die Rottenberg heeft kunnen doorvoeren, is een persoonlijk succes voor hem. Alom werd verwacht dat deze grote schoonmaakoperatie tot sfeerverziekende taferelen zou leiden. De media konden echter niet anders concluderen dan dat de commotie was uitgebleven.

Een goede ontvangst kreeg ook het verkiezingsprogramma Wat mensen bindt dat het congres de komende dagen officieel zal vaststellen. Ook hier is weer duidelijk de hand van de voorzitter in te herkennen. Het is vooral anders en dat verklaart dan ook de positieve reacties. Premier Lubbers zei bijvoorbeeld dat het las als een boek. Voor een partijprogramma is dat een compliment, maar vond hij het ook een goed boek? In elk geval is de stemming in de partij zodanig dat een congresafgevaardigde met zeer goede argumenten moet komen, wil hij of zij nog wezenlijke veranderingen in het stuk aanbrengen.

Inderdaad, het programma is op het eerste gezicht verfrissend van opzet. Dat wil zeggen: het eerste deel. Niet eerder heeft een politieke partij in Nederland in een verkiezingsprogramma een zo kritische zelfanalyse geschreven. De lezer wordt gemeld dat de PvdA in het vorige verkiezingsprogramma van 1989 weliswaar het streven naar strenge rechtvaardigheid globaal heeft onderschreven, maar dat toen de praktische consequenties van die lijn onvoldoende zijn onderkend.

Er moet de komende jaren nog even verder worden gelopen op dat smalle pad van de rechtvaardigheid, aldus het programma maar aanvaardt de PvdA daarvan nu dan wel de praktische consequenties? Het programmatische tweede deel is vooral conserverend. De discussie over de verzorgingsstaat moet verder worden gevoerd erkent ook de PvdA, maar tegelijkertijd worden de huidige regelingen als ondergrens beschouwd. De werkloosheid loopt op, de economische groei stagneert, staatssecretaris Wallage van sociale zaken meldde vorige week een tegenvaller van ruim 300 miljoen gulden bij de WW. Maar in het definitieve verkiezingsprogramma van de PvdA staat straks als het aan het partijbestuur ligt: “De PvdA vindt algemene wijzigingen in de hoogte en duur van de werknemersverzekeringen de komende periode niet gewenst.” Nieuwe inzichten? De kater van het loslaten van de ene onhoudbaar gebleken belofte is nog niet verwerkt, of de PvdA doet al weer een nieuwe belofte.

De prominente plaats van (ex) vakbondsmensen op de kandidatenlijst versterkt de suggestie dat er wat de PvdA betreft een einde is gekomen aan de boze jaren. Karin Adelmund, in haar FNV-jaren altijd uiterst alert dat zij niet als excuus-Truus binnen het mannenbolwerk zou worden gebruikt, fungeert nu met haar vijfde plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer als bliksemafleider voor de ingrepen in de sociale zekerheid. “De PvdA zal sociaal zijn of niet zijn”, schrijft de felle tegenstandster van de WAO-maatregelen in haar motivatie om zich kandidaat te stellen. Arme Wim Kok. Hoe heeft hij het de afgelopen jaren zo verkeerd kunnen begrijpen.

De PvdA in congres bijeen. De fouten van de voorbije jaren worden ruiterlijk erkend. Het vreet zoveel energie dat de echte keuzes voor morgen wederom niet worden gemaakt.