Ook vijfde reparatie aan Hubble lukt

Tijdens de vijfde en laatste ruimtewandeling vanochtend hebben de astronauten van de space shuttle Endeavour een doos met elektronica voor een spectrograaf en voor de twee nieuwe zonnepanelen van de Hubble-telescoop geïnstalleerd. De panelen zouden zich na een commando vanaf de aarde automatisch moeten uitvouwen. Door een storing moesten de astronauten dit met de hand doen en duurde de ruimtewandeling langer dan gepland.

Volgens een woordvoerder van de NASA was het echter vrijwel zeker dat ook deze klus voor honderd procent werd geklaard. In dat geval zouden alle reparatiewerkzaamheden aan de Hubble-telescoop zijn geslaagd. Morgen zou de telescoop kunnen overschakelen op zijn eigen energievoorziening en weer in de ruimte worden gezet.

Eerder deze ochtend had de space shuttle een baancorrectie uitgevoerd. De baan van de telescoop was in de afgelopen drie jaar door de (uiterst geringe) weerstand van de atmosfeer iets elliptischer geworden. De hoogte boven de aarde varieerde van 575 tot 600 km. Door het laagste punt vijftien kilometer te verhogen, is de baan nu weer vrijwel cirkelvormig.

Vóórdat de ruimtetelescoop werd gelanceerd, verwachtte men dat de baanhoogte door luchtweerstand sterker zou afnemen. De lancering (april 1990) vond namelijk plaats in een periode van maximale activiteit van de zon. Tijdens zo'n periode zendt de zon veel meer elektrisch geladen deeltjes uit. Die veroorzaken een geringe opwarming dan wel uitzetting van de atmosfeer.

Satellieten in vrij lage banen ondervinden hierdoor wat meer weerstand (hoewel de atmosfeer op die hoogten wel een vacuüm mag worden genoemd). Aanvankelijk verwachtte men dat de baanhoogte van de Hubble-telescoop tot 1994 een kleine 100 km zou afnemen, maar het werden er slechts 25.