Onverwoestbaar country-optimisme

Concert: Global Village door de a capella groep TAMAM o.l.v. Peggy Larson met Alan Purves (percussie). Muziek: Alan Laurillard, Sean Bergin, Willem van Manen, Michael Moore en Peggy Larson. Theaterregie: Bambi Uden. Gehoord: 8/12 Frascati, Amsterdam. Herhaling: t/m 11/12 Frascati, daarna elders in het land.

Een goede persiflage is beter dan het origineel. Dat bleek gisteren weer eens in Theater Frascati waar de zanggroep TAMAM een flitsend licht wierp op het fenomeen country & western. De tweestemmigheid van Winanda van Vliet en Jentine de Boer klinkt zoals het hoort in die stijl: messcherp en nasaal. Peggy Larson neemt de typische country 'snik' voor haar rekening, Marjan Linnenbank en Alan Purves blazen pastoraal op goedkope fluitjes en de drie mannenstemmen zorgen voor geruststellend commentaar. Wat er elders in de wereld ook mis moge gaan, van misdaadbestrijding tot GATT-overleg, in de 'country' van het beste land op aarde dat god kon bedenken, blijft alles bij het oude en dus het goede.

Dat The Well, zo heette het lofdicht, zo weelderig bruiste, heeft zonder twijfel te maken met de achtergrond van de makers: zowel componist Michael Moore als koorleidster Peggy Larson komen uit Amerika en kennen hun 'country' als de moederborst. Dat je omgekeerd maar beter niet kunt zingen over dingen waar je minder voeling mee hebt, blijkt uit Global Village ook. Het langste stuk van de avond, One Footstep on the Earth, van Peggy Larson zelf, naar haar zeggen gebaseerd op gedichten van Noordamerikaanse indianen, is een kakelbont snoer van exotische items, uit liefde geleend van een ethnisch museum of gelicht in een platenzaak uit de groeibak wereldmuziek. Wat de zuiverheid van de samenzang betreft bleek TAMAM geen concurrentie voor Ladysmith Black Mambazo (Zuid Afrika) te vormen; voor microfoontechniek zou van Zap Mama (België) nog iets kunnen worden geleerd.

Overtuigender kwam de groep voor de dag in Welcome to the Global Village, een grillig en soms koddig stuk van saxofonist Alan Laurillard, een in Groningen woonachtige ex-Canadees. Marjan Linnenbank speelt hierin met verve de rol van een nachtkoningin met een slok teveel op en ook de rest van de groep lijkt er in te geloven, vooral in het slotdeel Transformation, dat fel en uit volle borst wordt voorgedragen.

Is het toeval dat dit stuk begint met een stations-mededeling voor wachtmeester Jansen? Waarschijnlijk niet. Want van het dubbelzinnige begrip Global Village lijkt het tweede deel het meest bij TAMAM te passen. Het niet kapot te krijgen optimisme van een gat in Texas, de sfeer op een bescheiden Gronings stationnetje met slechts elk oudjaar de dorpsgek op tilt. Vertrouwde zaken, er is niets tegen. Tegen het incidenteel couscous eten in plaats van patat of popcorn, of het financieel adopteren van een kind overzee is uiteraard ook geen bezwaar. Maar een goedwillende dorpeling met 'gevoel' voor de wereld is wel iemand anders dan een kosmopoliet.