Nog zes dagen onderhandelen over 213 miljard

Nog zes dagen en dan moeten de onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel voltooid zijn. Bij de GATT in Genève heerst “waanzinnige activiteit”. De inzet: verhoging van het wereldinkomen met 213 miljard dollar per jaar.

Aan een tafeltje in het cafetaria van het GATT-hoofdkwartier stelt de Zuid-Amerikaan aan de Canadees voor op 'punt zes' wat toe te geven in ruil voor een concessie op 'punt 31'. De Canadees suggereert 'punt vijf' in de beschouwing te betrekken, want hij weet dat “de Amerikanen moeilijkheden kunnen maken”. Hij zegt “drie opties” te hebben en heeft het vervolgens over zijn “bottom line”. Beide delegatieleden spreken ook over de Draft Final Act, in hun eigen jargon aangeduid als 'DFA', het ontwerp-slotverdrag. Waar de Canadees en de Zuid-Amerikaan het precies over hebben blijft wat in het vage, maar duidelijk is dat hier bij een kop koffie en een broodje wordt onderhandeld over de wereldhandelsovereenkomst. Directeur-generaal Peter Sutherland van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) constateert aan het eind van de middag zonder overdrijving dat er “een waanzinnige activiteit” heerst.

In Genève is het woord nu aan de technici en de diplomaten om de laatste voorstellen en varianten tot een eensluidende tekst te smeden. Vanuit de verschillende hoofdsteden wordt nadrukkelijk politieke sturing gegeven aan het veelomvattende onderhandelingsproces. Sommige landen hebben de handels- of landbouwminister naar Genève gestuurd om hun speciale belangen te verdedigen.

De onderhandelaars hebben nog precies zes dagen om voor de uiterste datum van 15 december volledige overeenstemming te bereiken. Zij hoeven echter niet vanaf nul te beginnen. Sinds de zogenoemde 'Uruguay-ronde' in 1986 in Punta del Este (Uruguay) begon, is veel werk verzet. “Over 90 procent van de onderwerpen zijn alle landen het al geruime tijd eens,” onderstreept een ervaren diplomaat. In 1991 presenteerde de toenmalige GATT-topman Arthur Dunkel een concept-overeenkomst van 450 pagina's. Door het Europese verzet tegen de landbouwparagraaf raakten de wereldhandelsbesprekingen daarna in een impasse. Deze werd pas afgelopen dinsdag in Brussel doorbroken met het nieuwe landbouwakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Van de 115 bij de GATT aangesloten landen hadden er tot deze maand 83 uitgewerkte voorstellen aangeboden waarin de toegang tot hun markten werd verruimd. De Europese Unie en de VS hebben deze week een forse verlaging van een hele reeks importtarieven aangeboden, nadat zij ook over dit onderwerp in Brussel onderling overeenstemming hadden bereikt. Andere landen komen nu in hoog tempo over de brug met nieuwe of aangepaste aanbiedingen. In het pokerspel om de wereldhandel in goederen en diensten die inmiddels een omvang heeft van bijna 5.000 miljard dollar per jaar, moet iedereen zijn laatste kaarten op tafel leggen.

De aanbiedingen voor de meest uiteenlopende produkten zijn niet beperkt tot de industriële sector. De meest ambitieuze handelsronde sinds de totstandkoming van de GATT in 1947 strekt zich ook uit tot de landbouw- en textielsector. “Ik heb al een stapel papier van meer dan een meter,” aldus een Europese onderhandelaar. En daar kan de komende dagen nog het nodige bijkomen, want veel voorstellen zijn afhankelijk gemaakt van eventuele concessies die andere landen alsnog zouden willen doen. De dikke dossiers in Genève behoeven geen verbazing te wekken, want de wereldhandel is zeer omvangrijk en complex. Volgens een recente studie van de Wereldbank en de OESO vergroot liberalisering van alleen al de handelsstromen in industriële goederen en landbouwprodukten het totale inkomen van de wereld vanaf het jaar 2002 elk jaar met 213 miljard dollar, bijna evenveel als het huidige nationaal inkomen van Nederland.

Pag.20: Europa en Verenigde Staten willen Japan concessies afdwingen

GATT-topman Sutherland toonde zich onlangs tevreden over de tariefsverlagingen die zijn aangeboden. Ze vallen gemiddeld hoger uit dan de nagestreefde minimum-verlaging met 33 procent voor niet-landbouwprodukten. De gemiddelde importtarieven voor industriegoederen liggen volgens gegevens van de GATT op bijna 5 procent. Straks kan dat dus tot ruim 3 procent zijn teruggebracht. In de landbouwsector lijkt het streefcijfer van 36 procent vermindering van de importtarieven ook te worden gehaald. Het effect is daar groter, omdat de landbouw de meest beschermde sector is. Ontwikkelingslanden mogen volgens de ontwerp-slotakte met 24 procent tariefsverlaging volstaan. Van belang is dat veel ontwikkelingslanden gevolg geven aan de oproep hun importtarieven aan een maximum te binden, waardoor deze niet meer plotseling enorm kunnen worden verhoogd. Sutherland is ook te spreken over de bereidheid van de meeste landen hun non-tarifaire beschermingsmaatregelen (zoals quota) om te zetten in tarieven en deze dan vervolgens fasegewijs te verlagen.

De komende dagen voeren talrijke landen nog bilaterale gesprekken om bij elkaar de mogelijkheden voor verdere concessies af te tasten. Dat onderhandelingsspel kan nog wel enige dagen doorgaan, want iedereen zal proberen het onderste uit de kan te halen. Na 15 december is elk land gebonden aan de toezeggingen die dan zijn gedaan.

De onderhandelaars weten dat vele belangengroepen in eigen land hun bewegingen nauwlettend volgen. Het tromgeroffel neemt dan ook toe naarmate 15 december dichterbij komt. Deze week kwamen de Japanners met harde uitspraken naar buiten. Terwijl de Europeanen en de Amerikanen de afgelopen jaren hun conflicten uitvochten, kon Tokio zich altijd in een geriefelijk stilzwijgen hullen. De EU en de VS willen met hun in Brussel overeengekomen pakket tariefsverlagingen van gemiddeld 50 procent voor een groot aantal goederen vooral de Japanners tot soepelheid dwingen op het gebied van voedselprodukten, lederwaren en financiële dienstverlening. Het verbaasde de meeste diplomaten in Genève dan ook niet dat Tokio terugsloeg.

Volgens de Japanse toponderhandelaar Koro Bessho betekent de handdruk van Brussel en Washington nog niet dat alle zaken nu zijn gedaan. Hij hekelde vooral de voorstellen van de Verenigde Staten inzake anti-dumpingmaatregelen. De Amerikaanse regering, die onder druk staat van het Congres, wil ruimere mogelijkheden om importheffingen op te leggen aan landen die goederen op de Amerikaanse markt dumpen, dan de paragraaf hierover in de ontwerp-overeenkomst nu biedt. Volgens Koro Bessho kan er een 'breuk' ontstaan als de Amerikanen voet bij stuk houden. Vooral de Aziatische landen maken zich zorgen dat de vruchten die zij in ruime mate kunnen plukken van een vergrote toegang tot de markt, weer verloren gaan door anti-dumpingheffingen, bijvoorbeeld op het gebied van de elektronica. De felle Japanse kritiek heeft volgens diplomaten in Genève ook te maken met het feit dat Japan na het Europees-Amerikaanse landbouwakkoord welhaast gedwongen is zijn rijstmarkt voor importen te openen. De felle protesten hiertegen in eigen land nopen Tokio zich op andere terreinen hard op te stellen.

Een andere Japanse onderhandelaar, Koji Tsuruoka, hekelde het nieuwe Amerikaanse voorstel inzake de financiële dienstverlening, dat vorige week is ingediend. De VS willen de binnenlandse markt voor financiële diensten alleen volledig opstellen voor landen die zelf ook voldoende concessies in deze sector doen. Japan zou hiervan direct de gevolgen ondervinden, omdat het voor openstelling van de eigen financiële markt nog geen vergaande voorstellen heeft gedaan. Ook andere landen hebben hierop kritiek. De Amerikaanse benadering is in strijd met het GATT-principe van de 'meest begunstigde natie'. Dit houdt in dat handelsvoordelen die aan één land worden gegeven ook aan de andere landen toekomen. Het Amerikaanse voornemen om buitenlandse financiële instellingen aan een zwaarder belastingregime te onderwerpen, wordt door diplomaten in Genève niet al te serieus meer genomen. “Dat idee is geopperd om het Congres te laten zien, dat er toch iets is geprobeerd,” aldus een van hen. In kringen van de Amerikaanse delegatie verluidde gisteren al dat een 'compromis' in de maak is.

Op het terrein van de landbouw zal nog wel wat worden touwgetrokken. De agrarische exporteurs van de Cairnsgroep (o.a. Australië, Nieuw Zeeland en een aantal ontwikkelingslanden) willen grotere toegang tot de markten van de Europese landen en de Verenigde Staten voor hun landbouwprodukten. Volgens de Australische minister van handel, Peter Cook, kunnen de landen op deze wijze worden gecompenseerd voor de gevolgen van het Europees-Amerikaanse landbouwakkoord dat dinsdagochtend in Brussel werd gesloten. Dit akkoord staat een grotere gesubsidieerde export toe dan in oktober vorig jaar in het zogenoemde Blair House-akkoord is afgesproken, waardoor Australië en andere landen een deel van de wereldmarkt kwijtraken. Het viel echter op dat Cooke zeer gematigd was in zijn kritiek.

Hetzelfde gold gisteren voor de landen met een belangrijke textielindustrie. Zij vinden dat de VS niet ver genoeg gaan met de afbraak van de importtarieven. Vooral India, dat voor een derde van zijn export afhankelijk is van textiel, maakt zich al lang sterk voor een snelle afbraak van de importquota die in het Multi Vezel Akkoord (MVA) zijn vastgelegd. Maar van de Indiase eis dat het MVA niet in tien jaar, maar in acht of vijf jaar moet worden 'uitgefaseerd', is niets meer over. Voor ingewijden in het pokerspel van de wereldhandel is de verklaring daarvoor tamelijk eenvoudig. De Indiërs hebben groot belang bij de tekst die is overeengekomen in het ontwerp-akkoord van 1991 over de bescherming van patenten. Volgens die tekst krijgen farmaceutische industrieën in ontwikkelingslanden, die vaak gepatenteerde medicijnen namaken, tien jaar de tijd zich aan de nieuwe regels aan te passen. “Als India aan het een gaat morrelen, komt meteen het ander in het geding,” aldus een Europese onderhandelaar.

Ondanks de complexiteit van de onderhandelingen, groeit in Genève het vertrouwen dat men eruit komt. Er wordt zelfs gespeculeerd dat zondagavond een eindtekst gereed zou kunnen zijn. Al is het ook voor diplomaten nog onduidelijk hoe bijvoorbeeld het conflict tussen Europa en de VS over audiovisuele produkten zal worden opgelost. En al legde de Zuidkoreaanse minister van landbouw, Huh Shin Haeng, nog een probleem op tafel door GATT-topman Sutherland mee te delen geen rijstimport te accepteren. “We kunnen het niet”, zei hij simpelweg. Maar de ontwikkelingen in het GATT-pokerspel gaan erg snel: de Zuidkoreaanse president Kim Young-sam maakte vanochtend bekend dat zijn land wèl rijst gaat importeren.

Diplomaten onderstrepen voortdurend een belangrijke waarheid in het Geneefse pokerspel, en wel dat er pas een wereldhandelsakkoord is, wanneer iedereen het over alles eens is. De Uruguay-ronde is wel eens vergeleken met de vroegere SALT-onderhandelingen tussen de VS en de Sovjet-Unie over raketten. Qua belang voor de wereldorde lijken beide wel enige overeenkomst te vertonen. Maar de GATT is eigenlijk SALT 1 en 2 tegelijk. En dan niet met twee landen, maar met meer dan honderd.