Niets begeerlijkers dan DE SCHOEN

Liefde en voeten, schoenen en erotiek zijn hecht met elkaar verbonden. Gustave Flaubert was verzot op de pantoffels van zijn minnares. Hij liefkoosde ze en snoof er met welbehagen de lucht van op; “ze geuren naar jou zodat mijn hart zwelt.” Over de fascinatie voor de schoen.

Marlene Dietrich had er een passie voor. Jayne Mansfield bezat er zo'n tweehonderd, Joan Crawford had er zeker driehonderd. Bij Josephine, de vrouw van Napoleon, stonden er vijfhonderd in haar kast, waarvan sommige zo fragiel dat ze geen grammetje konden dragen. De 'koele' Greta Garbo was er volledig aan verslingerd en kocht eens bij één winkelbezoek zeventig paar tegelijk. En van Gloria Swanson is bekend dat ze, toen ze bij het inchecken voor een transatlantische vlucht werd gewezen op de bagagelimiet van 65 pond, uitriep: “Hell, I carry sixty-six pounds of shoe alone!” Schoenen dus.

Niet alleen filmdiva's, maar ook vrouwen van politici en rijke industriëlen hadden er astronomische bedragen voor over om de juiste schoen bij de juiste jurk op het juiste tijdstip te dragen. Eva Perron, en vooral Imelda Marcos zijn er berucht om geworden. De 'prinsessen'-schoenen van de miljonair Rita de Acosta Lydig, aan het begin van deze eeuw een van de uitverkoren klanten van de legendarische schoenontwerper Yanturni, waren gemaakt van middeleeuws fluweel, goud en zilver. Rita Lydig betaalde, zoals gebruikelijk bij Yanturni, duizenden dollars voorschot en wachtte zo'n drie jaar op levering. Toen de schoenen eenmaal klaar waren, moesten er schoenspanners komen van het fijnste hout en de beste kwaliteit. Lydig kocht er antieke violen voor op, waarvan de klankkast door Yanturni werd verzaagd en omgevormd. De schoenendozen bestelde ze in Petersburg: tussen Russisch leer en roomkleurig fluweel, beschermd tegen kou en nattigheid, reisden haar lievelingen de wereld over.

Het klinkt misschien buitensporig, maar dat wordt het al minder als je bedenkt dat men vandaag de dag gemiddeld twintig paar schoenen bezit. Daar zijn dus ook heren in meegerekend die maar twee paar opsouperen, het aantal dat toereikend is om adequaat geschoeid - een paar voor de zomer, een voor de winter - het jaar rond te lopen. Maar wie heeft het over adequatie bij schoenen, vooral bij damesschoenen? Hele cohorten vrouwen die zich in deze en voorgaande eeuwen in te nauwe, te kleine en onhandig hoog gehakte schoenen hebben gewurmd, bewijzen dat het daar bij schoeisel niet op de eerste plaats om draait.

Schoenen hebben een aantrekkingskracht die die van de handschoen, de shawl, de hoed, of willekeurig welk ander kledingaccessoire ver overtreft. Het is onwaarschijnlijk dat Ava Gardner, die eens een bestelling van duizend paar schoenen deed (driehonderd voor zichzelf, zevenhonderd voor haar vrienden), eenzelfde aantal - laten we zeggen - handschoenen zou bestellen. Van schoenenverzamelaars bestaan er velen, van schoenenmusea ook. Denk maar aan het Bally museum in Zwitserland, het Leer- en Schoenmuseum in het Duitse Offenbach en zijn Nederlandse equivalent in Waalwijk. Maar een museum voor handschoenen of een verzamelaar van shawls ben ik nog nooit tegengekomen.

Wat is het toch dat vrouwen en ook mannen met schoenen hebben? Is het niet om te kopen, dan wel om ze te passen of alleen maar te kijken. Geen aangenamere tijdsbesteding dan op zondagmiddag schoenenkijken bij Stephane Kélian, Bally of Jourdan aan de Avenue Louise in Brussel of rond de Meir in Antwerpen. Of nog eenvoudiger: je schoenen uit de kast halen, over het leer, liefst satijnzacht kalfs-, slangen- of salamanderleer, te aaien en eraan te ruiken.

De bekendste uitspraak over de schoen is een variant op die van de boekenkast: Toon mij uw schoen en ik zeg u wie u bent. In het toneelstuk Timebends portretteert Arthur Miller zijn moeder in de tijd dat hij opgroeit en zij ouder wordt. Steeds begint hij met een beschrijving van haar schoenen: als jonge moeder draagt ze puntlaarsjes tot aan haar kuiten, “one of them twitching restlessly”. Daarna gaat zijn moeder de hoogte in. Ze kiest voor 'krachtige' pumps met glimmende Rijnstenen gespen als ze de shows op Broadway bezoekt. Weer een later beeld toont de diepte: in haar kleine huis in Brooklyn schuifelt zijn moeder op karpetslippers rond.

Een schoen vertelt dus iets over de persoonlijkheid van de drager. Is een paar eenmaal in je bezit, dan is dat exclusief en een leven lang, mits je ze niet weggooit. Bloezen en truien kun je tweedehands kopen, ruilen of uitlenen aan vrienden. Zo niet schoenen. Schoenen gaan naar je voet staan en ruiken. Daar kan geen schoenmaker tegen oplappen, geen stomerij tegen op reinigen.

Omgekeerd ontlenen ook schoenen hun 'persoonlijkeid' aan de bezitter. In een museum wordt een tentoongestelde schoen vele malen interessanter zodra je weet aan wie hij heeft toebehoord. Een flinterdun leren muiltje met een hoge, uit gouden kogels opgebouwde hak van André Perugia, de 'God van de schoenenwereld', kan zogezegd zijn vitrine 'uitswingen' als je leert dat Josephine Baker het heeft gedragen. De kogels klakken, wiebelen en knetteren en voor je geestesoog verschijnt de danseres weer in de film 'Zou Zou'.

Bij minnaars komt het dikwijls voor dat ze smachtend elkaars schoenen bekijken bij afwezigheid van de ander. De schoen wordt substituut van de gemiste geliefde. Flaubert schreef daar mooie brieven over toen hij als nog onbekende schrijver tot over zijn oren verliefd was op de oudere, al gevestigde schrijfster Louise Colet. Vanuit het villadorpje Croisset bij Rouen bekent hij zijn muze in Parijs: “Wat een goed idee was dat van mij om je pantoffels mee te nemen! Als je eens wist hoe ik ernaar keek! (-) Oh! Die zullen mij nooit verlaten! Ik geloof dat ik evenveel van ze houd als van jou. Degene die ze gemaakt heeft kon niet vermoeden hoe mijn handen bij het aanraken van zijn maaksel zouden beven, ik snuif er de lucht van op, ze ruiken naar verveine en geuren naar jou zodat mijn hart zwelt.”

Ook Goethe - van wie trouwens bekend is dat hij damesschoenen verzamelde - had graag de schoenen van zijn geadoreerde dicht bij zich. Op 64-jarige leeftijd schrijft hij Christine Vulpius: “Zend me alsjeblieft zo snel mogelijk je laatste paar schoenen, die je hebt gedragen op het bal, zodat ik

iets van je heb om aan mijn hart te drukken.''

Waren Flaubert en Goethe schoen-fetisjisten omdat ze de schoenen van hun geliefden koesterden? Niet noodzakelijk, nee. Liefde en voeten, schoenen en erotiek zijn hecht met elkaar verbonden, zonder dat er nu onmiddelijk sprake is van een obsessie. Van alle vormen van erotische symboliek, zegt de seksuoloog Havelock Ellis, is de idealisering van de voet en de schoen de meest voorkomende. De erotische aantrekkingskracht van voeten en damesschoeisel heeft een lange geschiedenis die je terugvindt in sprookjes, oude volksgebruiken en religie.

Het perfect passende glazen muiltje dat de prins na lang zoeken aan de voet van Assepoester schuift, staat gelijk aan het vinden van de ideale huwelijkspartner. De nu bijna overal verdwenen gewoonte om een oude schoen aan de bumper van een auto van een pasgetrouwd stel te binden, was bedoeld als symbool van vruchtbaarheid en geluk. Nog veel verder terug, in het oude Egypte, vereerde men

de voetafdruk van de godin Iris

om zijn heilzame werking

op onvruchtbare

vrouwen. Sensueel detail is ook dat sommige hetairen in Griekenland op hun voetzool de boodschap 'Volg me' in spiegelschrift lieten schrijven. Schoenen, al is het maar een glimpje, verlokken de man en leiden zijn blik. 'Venez-y-voirs' heetten de pumps met peep-gaten in de hielen die de grandes horizontales in het 18de-eeuwse Frankrijk droegen.

Juist vanwege deze seksuele aantrekkingskracht werd het in veel culturen en perioden aanstootgevend gevonden om je voeten of schoenen te tonen. Ontblootte je je voet, dan ontblootte je jezelf. De schoen die het gewraakte lichaamsdeel bedekte, maakte de zaak er eigenlijk alleen maar erger op. Want juist in de bedekking, in de schoonheid die wordt gesuggereerd, schuilt de erotiek. Dus stelde de kerk wetten en regels op die het zicht moesten benemen op zelfs maar het kleinste stukje enkel of de meest bescheiden schoenzool.

Koningin Isabella van Castilië, die samen met haar man Ferdinand van Aragon in 1492 Granada terugveroverde op de Islamieten en daarmee de reconquista afsloot, ging in haar geloofsijver zo ver dat ze weigerde het

heilig oliesel op haar

blote voeten te

ontvangen. Ze stond erop haar zijden kousen aan te houden. Ook de mannen moesten het ontgelden. De poulaines, de snavelschoenen voor ijdeltuiten met punten die soms wel zestig centimeter meetten, waren in de veertiende en vijftiende eeuw zeer geliefd aan de hoven van de Europese vorsten. De kerk - en geef haar eens ongelijk - zag in de punt van de poulaine een fallisch symbool en kortwiekte de schoen. Ook beeldend kunstenaars hadden het moeilijk. Over de Spaanse schilders Murillo, Velazquez en Goya gaat het verhaal dat ze nauwlettend door de inquisitie in de gaten werden gehouden of ze niet de voeten van hun Madonna's schilderden. Nog geen teennagel mocht onder het kleed van de moeder van God vandaan kruipen.

Maar ook de wereldlijke machthebbers lieten zich niet onbetuigd in de strijd tegen de onzedelijkheid. In de vijftiende eeuw vaardigde het Britse parlement een decreet uit, waarin vrouwen die een man hadden weten te huwen met behulp van 'hooggehakte schoenen' of andere kunstgrepen, wegens hekserij werden vervolgd. In 1709 werden in Engeland schoenmakers bestraft die in hun etalages 'onfatsoenlijke' schoenen uitstalden. Eén schoenmaker in het bijzonder moest het ontgelden. In een openbare aankondiging uit die tijd staat te lezen: “De Censuur heeft opgemerkt dat er fijngemaakte damesschoenen en slippers te kijk staan in een grote schoenmakerswinkel bij de St. James van Pall-Mall, die ongecontroleerde gedachten en begeertes opwekken bij de jeugd in deze buurt. De winkelier wordt opgedragen deze doornen in het oog te verwijderen, dan wel zich de volgende dag bij het gerechtshof te vervoegen en uitleg te geven over deze uitstalling maar zich vooral voor te bereiden op vragen met betrekking tot de slippers van groene kant en blauwe hakken.”

Het was de Engelse censuur vooral om de hakken te doen. Van alle onderdelen van de schoen - de neus, het 'decolleté' en de vloeiende lijn langs de zijkant - is de hak door zedenmeesters het meest gevreesd en door vrouwen en mannen het meest geliefd. Schoenen met hakken, vooral hoge hakken, versterken alle signalen die er maar zijn uit te zenden: of het nu om seks, om de uitdrukking van macht of van afhankelijkheid gaat.

Hoe hoger de hak is, hoe slanker en langer het been lijkt, hoe meer contour de schoen krijgt en hoe gewelfder de voetboog wordt. Op hakken loop je anders dan op platte schoenen: je bekken kantelt, de spieren in je kuit komen strak te staan, je tred wordt wiegender en je passen verkorten.

Het is misschien die dubbelzinnigheid in spike heels (hakken van meer dan zestien centimeter vallen buiten beschouwing: hun wandelwaarde is nihil, hun bedwaarde hemelhoog) die zoveel vrouwen en ontwerpers naar de gehakte schoen doen grijpen. Zowel de twintigste-eeuwse coryfeeën - de kleurrijke hakken van Ferragamo, de areodynamische stiletto's van Perugia, en de prachtig bewerkte 'chocs' en 'komma's' van Roger Vivier - als de 'jonge' ontwerpers - Jan Jansen, Nathalie Aubin, Johnny Moke, Emma Hope en Lola Pagola - hebben zich pijn noch moeite getroost om high heels te maken waarop je én comfortabel in evenwicht loopt én er prachtig mee uitziet. Een van de jongste Nederlandse ontwerpers van het moment, Hester Vlamings, omschreef eens haar fascinatie voor hakken: “Hoge hakken zijn stoer en agressief, maar ook vrouwelijk en afhankelijk. Hoge hakken zien er kwetsbaar uit, maar als ze goed zijn uitgebalanceerd sta je stevig met je voeten op de grond. Hakken kunnen mooi van vorm zijn - mooi om naar te kijken - en prettig om aan te raken. En eigenlijk moet je er niet op lopen, want al na tien meter zet het verval in.”

Op de tentoonstelling 'Die Verlassenen Schuhe', tot en met 30 jan in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn, draait het om schoenen als voorwerpen, als objecten van esthetiek, hartstocht en sociale differentiatie. Er zijn verleidelijke, curieuze en prachtige schoenen te zien van beroemde ontwerpers als Vivier, Perugia (de odes aan Braque, Leger en Picasso), Ferragamo, Tokio Kumagai en Beth Levine. Ook de geschiedenis van de schoen komt aan bod: van de middeleeuwse Poulaine, de 16de-eeuwse Chopine, tot barok bewerkte muiltjes en sobere Victoriaanse rijglaarzen. Uit Nederland zijn schoenen tentoongesteld van ontwerpers als Jan Jansen (die dit jaar zijn dertigjarig jubileum viert), Mia Trompenaars, Ingeborg Jansen, Julia Veres, Renate Volleberg, Hester Vlamings en Ingrid Mammey.

Een aparte zaal is gewijd aan kunstenaars die gevraagd werden hun atelierschoenen op te sturen. Afgetrapt, met verf besmeurd, maar ook goed onderhouden hangen de schoenen in vitrines. Jimmie Durham stuurde de commanche-mocassins op die hij tijdens een performance droeg. R. Hamilton zond zijn veter-espadrilles in, samen met een briefje waarop hij bevestigt dat de schoen van hem is. Ook Teun Hocks toont met zijn inzending hoe anoniem en inwisselbaar een schoen wordt die is losgeweekt van zijn eigenaar. Bij zijn bruine werkmansschoenen heeft Hocks een foto afgebeeld van zichzelf, wijdbeens zittend in zijn atelier en zich 'warmend' aan een schilderij van een knappend haardvuurtje. De schoenen aan zijn voeten heeft Hocks omcirkeld met blauwe stift: “100 % gegarandeerd linker atelierschoen / 100 % gegarandeerd rechter atelierschoen”. Het is een van de weinige relativerende commentaren op deze verder zeer serieuze schoenententoonstelling.

Colmantstrasse 14-16. Catalogus DM 49,50. Van 13 maart t/m 15 juni is de tentoonstelling in het Deutsches Leder- und Schuhmuseum in Offenbach am Main te zien. Inl 09-4922872941.

In het Schoen- en Leermuseum in Waalwijk zijn in de permanente opstelling zo'n duizend paar schoenen te zien. Ook zijn een schoenenfabriek uit 1930, een leerlooierij uit 1870 en een schoenmakerswerkplaats hier nagebouwd. Nog tot en met 31 december is in het museum een tentoonstelling van lederen sculpturen en tableaus te zien. Elzenweg 25. Di t/m vr 10-17u, za en zo 12-16u. Het museum is op eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag gesloten. Inl 04160-32738.