Navigator Van Triest vindt op weg naar Freemantle meeste wind; 'Intrum' wint tweede etappe Whitbreadrace

ROTTERDAM, 9 DEC. De Intrum Justitia, met aan boord de Nederlandse navigator Marcel van Triest, heeft de tweede etappe gewonnen van de Whitbread Zeilrace om de wereld. Het jacht, dat onder Europese vlag vaart, bereikte vanochtend om half zeven de haven van Fremantle. De Whitbread-60 versloeg in de tocht van Uruguay naar Australië in de stormachtige zuidelijke oceanen de langere maxi-jachten. De Intrum voltooide de 7558 zeemijlen (bijna 14.000 kilometer) in 25 dagen, 14 uur, 39 minuten en 6 seconden en brak daarmee het etapperecord met anderhalve dag.

De zesde Whitbread-zeilrace, die iedere vier jaar wordt gehouden, begon 25 september in Southampton. De derde etappe van Fremantle naar Nieuw-Zeeland start op 9 januari. Via Uruguay en Florida worden de veertien deelnemende jachten volgend jaar juni terugverwacht in Engeland. Voor de winnaars - een 60-project kost ongeveer tien miljoen gulden, een maxi-project het dubbele - zijn geen geldprijzen beschikbaar. Ze moeten het doen met de Heineken-trofee en de eer.

“Alles is uitstekend verlopen. We hebben geen enkel probleem gehad. In de windstilte aan het einde van de etappe werden we even ingelopen door de Tokio, maar we zijn naar het zuiden afgezakt en namen toen weer afstand”, verklaarde de Britse schipper Lawrie Smith na aankomst in de West-Australische havenstad, waar enige honderden toeschouwers de winnaar verwelkomden. Smith begon de Whitbread als schipper van het Spaanse maxi-jacht Fortuna, dat al na een dag de strijd moest staken. Tijdens de stop in Uruguay werd hij vlak voor de start gecontracteerd door Intrum als vervanger van de aan zijn knie geblesseerde Zweed Nilsson. “Ik had geen moeite om me aan te passen aan de bemanning”, vond Smith. “Ik kende al zeven van de elf zeilers. Binnen een paar dagen had ik in de gaten hoe het er aan boord aan toe ging en konden we voluit gaan. Het leven op een Whitbread-60 is uiterst oncomfortabel, maar buitengewoon opwindend.”

De tweede etappe was de langste en zwaarste van de race. De winnaar van de eerste etappe, de maxi New Zealand Endeavour, raakte in de zware stormen - met windsnelheden tot zeventig knopen en golven van vijftien meter - de halve bazaanmast kwijt. Twee zeilers sloegen in de eerste week overboord, maar konden gered worden. De Britse Dolphin & Youth moest met schade aan het roer tijdelijk beschutting zoeken op het kleine eilandje Kerguelen en wordt pas over een week in Australië verwacht. De Amerikaanse Winston (met de Nederlander Bouwe Bekking) brak een stuurwiel. De Italiaanse Brooksfield, met wachtleider Peter Tans, was zestien uur zoek, waarbij gevreesd werd dat de kiel was gebroken en het schip was gekapseisd. Een van de twee andere deelnemers, die naar het vermiste jacht op zoek gingen, vond de Brooksfield zonder zeilen, varend op de noodmotor. Het jacht had in het zware weer 3000 liter water binnen gekregen, waarna de communicatieapparatuur niet meer werkte en er geen communicatie met de buitenwereld meer mogelijk was.

De achttien meter lange Intrum profiteerde met de immense spinnakers optimaal van de vele depressies in de zuidelijke oceanen. Navigator Van Triest, die aan de hand van weerkaarten en computervoorspellingen de koers bepaald, wist zoveel wind te vinden, dat de Intrum niet alleen het snelheidsrecord (voor monohulls) per etmaal brak (een afstand van 425 mijl), maar ook het etappe-record met anderhalve dag verbeterde. De Intrum kreeg, afgezien van een gekneusde pols van een van de zielers, geen tegenslagen te verwerken. De boot passeerde op korte afstand een ijsberg en verspeelde slechts een storm-spinnaker.

“Ik heb nog nooit zo snel gezeild”, zei het Franse bemanningslid Pierre Mas. “We hebben natuurlijk risico's genomen, maar ik ben op geen enkel moment bang geweest. De echte problemen zijn de koude en de vochtigheid. Op het dek voelt het aan alsof er voortdurend een brandweerspuit in je gezicht blaast. Onze enige teleurstelling was dat we niet verder afstand hebben kunnen nemen van de Tokio.”

De Tokio, onder leiding van de Nieuw-Zeelander Chris Dickson, arriveerde als tweede W'60 in Fremantle met een achterstand van twee uur op de Intrum. Yamaha eindigde als derde. De eerste maxi, zeven meter langer dan de sixties, werd de Merit Cup, die in de laatste dagen de gehandicapte New Zealand Endeavour voorbij voer.