Minusvariant

De eisen die het kabinet aan de leraren in het voortgezet onderwijs wil stellen baren mij zorgen. Afgaande op wat te lezen valt in Vitaal Leraarschap, de beleidsreactie van het kabinet op het rapport van de Commissie van Es, en de discussie in de Tweede Kamer op 15 november, wordt het niveau van de leraren voortgezet onderwijs op verschillende manieren bedreigd.

Om te beginnen wil het kabinet als enige vakinhoudelijke eis aan leraren voortgezet onderwijs stellen, dat ze een of andere opleiding in het hoger onderwijs hebben gevolgd. De scholen moeten zelf maar vaststellen of een aspirant-leraar op een bepaald vakgebied voldoende niveau heeft bereikt om het corresponderende schoolvak te onderwijzen.

Dat lijkt me geen goede zaak. Hoe zouden de scholen dat niveau moeten vaststellen? Bovendien, het lijkt erop alsof het verschil tussen het eerstegraads en het tweedegraads vakniveau wel kan verdwijnen. Dat zou ik ernstig betreuren.

Verder bestaat het plan om de praktische beroepsvoorbereiding van leraren te intensiveren waarbij de leraar-in-spe het laatste jaar van de opleiding op een school werkzaam is, terwijl deze door de school en door het opleidingsinstituut intensief wordt begeleid. Deze constructie vind ik prima, maar ik kan me niet vinden in een beperking van de totale opleiding tot vier jaar. In het HBO zou hierdoor een half jaar vakinhoudelijke voorbereiding verloren gaan en voor de universitaire opleiding is het nog ernstiger: de lerarenopleiding hier zou zelfs geheel binnen de doctoraalfase komen waarmee een volledig jaar op de vakinhoudelijke voorbereiding wordt gekort.

Twee belangrijke beoogde effecten van de voorstellen van het rapport van Es zijn het opvijzelen van de status van het leraarschap en het bevorderen van de mobiliteit in het onderwijs. Zeker voor de universitaire lerarenopleiding zal bij doorvoering van de genoemde plannen echter eerder het omgekeerde het geval zijn. Het valt te verwachten dat de lerarenopleiding als de minusvariant van een academische opleiding gezien zal gaan worden en dat is funest voor de status.

Als schoolleider doe ik een beroep op de politiek om het voorgenomen beleid op de hier besproken punten bij te stellen.