Grote diversiteit op Open Atelierdagen van Rijksakademie

Open Ateliers '93. Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Sarphatistr. 112 Amsterdam. Vr. 10 t/m zo. 12 dec., 12-19u.

AMSTERDAM, 9 DEC. Confidenties die niet voor jouw oren bedoeld zijn, daar wil je steeds meer van horen. In het gebouw van Rijksakademie in Amsterdam speelt Pim Komen vier afgeluisterde telefoongesprekken af, voorzien van op het oog willekeurige beelden. De gesprekken zijn intrigerend: een louche zakenman bespreekt in dialect zijn dubieuze transacties, twee mannen praten over een in de steek gelaten vrouw met een 'mulatto'-kind.

Komen is een van de zestig kunstenaars die vanaf morgen hun vorderingen tonen op de jaarlijkse Open Atelierdagen op de Rijksakademie, de Spaanse Rijschool onder de Nederlandse kunstopleidingen. Omdat het studiejaar aan de Rijksakademie van januari tot en met december loopt, heeft de publieke verantwoording (het instituut ressorteert onder het ministerie van WVC en wordt dus geheel uit gemeenschapsgeld betaald) in de winter plaats. De drie hoofdrichtingen zijn beeldhouwen, foto-/grafische media en schilderen/tekenen, maar het is ook mogelijk zich te verdiepen in architectuur, theater, 'communicatie-media', muziek, dans, literatuur en film.

Studenten aan de Rijksakademie (die meestal eerst een gewone kunstacademie gevolgd hebben waarna ze een paar jaar zelfstandig werkten) worden gedurende één tot twee jaar in de watten gelegd. Behalve ruimbemeten en goed verwarmde ateliers staat hun begeleiding ter beschikking door gerenommeerde kunstenaars van uiteenlopende signatuur als Dennis Adams, Armando, Marlene Dumas en Peter Struycken, door 'theoretici' (critici en kunsthistorici) en 'een keur aan technische faciliteiten', aldus de brochure van het instituut zelf. Buitenlanders kunnen bovendien een stipendium aanvragen: bedrijven als ABN AMRO, Aegon, VSB en de omroep Veronica stellen jaarlijks geld ter beschikking om zo'n student tegemoet te komen in de verblijfkosten.

De leukste presentatie dit jaar is die van de Amerikaanse Georgina Starr die projecten arrangeert rond een persoon op basis van 'horen zeggen'. Ditmaal is het de schrijver Gerard Stigter die zij nooit gezien of gesproken heeft en die zij in enkele maanden tijd probeerde te 'doorgronden'. Ze stuurde hem briefkaarten met korte vragen zoals 'beschrijf je gezicht' (antwoord: 'it's rather big [top] and oval [chin]') en ging met zijn handschrift naar een grafoloog. In elk stadium van haar beeldvorming maakte Starr een tekening van haar object van onderzoek. Die op dia gezette tekeningen worden nu samen gepresenteerd met een op video opgenomen interview met de kunstenares die haar visie op de onbekende tegenspeler uiteenzet.

De factor Onbekend speelt ook de hoofdrol in de beeldende benadering van Bea de Visser. Zij schilderde een in de jaren vijftig gemaakt zwart-wit fotoportretje na van een onbekende vrouw, maar voegde daar aan toe nog 24 andere aanzichten van hetzelfde gelaat. We zien de vrouw nu dus vanuit alle mogelijke hoeken en perspectieven. Vervolgens reeg de kunstenaar deze in een computer (re)animatiefilmpje aaneen, waarmee geprobeerd wordt de suggestie te wekken dat de vrouw zelf haar hoofd draait en ons steeds andere kanten van haar gezicht toont. Door de schokkerige overgangen komt het schilderij niet echt tot leven, maar het idee is vindingrijk en verrassend.

Sommige studenten hebben al enig succes geboekt in de wereld buiten de academiemuren, zoals schilder Hans Broek. Van hem zijn er maar twee doeken te zien omdat zijn overige werk momenteel wordt tentoongesteld bij galerie Art & Project in Slootdorp. Michel Schouten toont haar van siliconenrubber gemaakte sculpturen bij Bureau Amsterdam en zette in haar atelier alleen een vrije bewerking van een klassieke torso.

Verder laten de Open Atelierdagen op de Rijksakademie een grote diversiteit aan stijlen en werkwijzen te zien, variërend van een vloer vol flakkerende kerstkaarsjes, een brok aarde ingezaaid met gras (Marlène Staals) en replica's van Amsterdammertjes (Berthy van der Elsen), tot een knalgele reproduktie van een harp uit het Haags Gemeentemuseum, surrealistische foto's van dieren (Ellen Kooien) en homo-erotische correspondentie (Bjarne Melgaard).

Hoewel deze studenten al een academie-opleiding achter de rug hebben, hebben velen er nog weinig kaas van gegeten, hoe ze een kleine presentatie van hun werk moeten verzorgen. Jammer is ook dat achtergrond-informatie over ideëen en vroeger werk ontbreekt, al zijn sommige studenten wel in het atelier aanwezig om eventuele vragen te beantwoorden. In de lange gangen heerst een lakonieke sfeer die herinnert aan die van studentenhuizen, vooral door mededelingen op de deur zoals: 'Attention! Paintings are not dry'.