Filmfestival opent veelbelovend met Pools kleinood

AMSTERDAM, 9 DEC. Als de kwaliteit van de films die gisteren vertoond werden op de openingsavond van het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) representatief is voor het hoofdprogramma, dan gaat het festival een bijzonder goed jaar tegemoet.

De Poolse regisseur Marcel Lozinski levert met 89mm od Europy (89 mm van Europa) een ambachtelijk zeer verzorgd werkstuk af, dat in kort bestek veel duidelijk maakt. Aan de grens tussen Polen en de voormalige Sovjet-Unie, nabij Brest-Litovsk, moeten de onderstellen van internationale treinen aangepast worden aan de bredere rails aan gene zijde. De spoorbreedte verschilt niet meer dan 8,9 centimeter, maar een legertje beambten is toch een flinke tijd in de weer met hamers en andere gereedschappen om de verbinding tussen Oost en West mogelijk te maken. Het gedoe wordt in de zwart-wit beelden, die ironisch commentaar leveren op de oude socialistisch-realistische verheerlijking van de arbeid, met verbazing gadegeslagen door de internationale reizigers. De film is een impressionistisch kleinood, dat niet meer te vertellen heeft dan dat er nog heel wat te verbeteren valt aan de Europese eenwording.

De enthousiaste ontvangst van de langere documentaire Bjelovi (The Byelovs) van de Russische regisseur Victor Kossakovski geeft aan dat deze film, net als eerder dit jaar op het festival van Sint Petersburg een serieuze kandidaat is voor een hoofdprijs. Kossakovski observeert simpelweg de tragikomische absurditeit van het dagelijks leven van twee Siberische plattelandbewoners, een oudere broer en zus, die luisteren naar de naam Bjelov (De Wit). Er wordt gesuggereerd dat ze daar terecht gekomen zijn na een verbanning wegens alcoholisme. De wodka vloeit nog steeds, zodat meneer De Wit op zeker moment ook in beeld ronkend van z'n stoel valt.

Kossakovski lijkt ons te willen vertellen dat in dit bizarre universum zelfs de dieren zich behoorlijk neurotisch gedragen: een hond die zijn baasje het snot uit de neus likt, een kip die een meter in de lucht springt - zelfs de egels en mieren doen een beetje vreemd. Het leven van mevrouw De Wit verliep tragisch, zo vertelt ze aan de camera: op aandrang van haar moeder versaagde ze op jonge leeftijd haar ware liefde, en moest daarom (zegt ze) later twee echtgenoten naar het graf dragen.

De mooiste scène in deze wonderlijke, intrigerende en beeldschone film zit aan het slot. De vrouw luistert naar een bandopname van eerder opgenomen gesprekken, lacht hysterisch en begint dan te huilen. Ze loopt naar de keuken als het haar te kwaad wordt en begint dan plotseling een volksliedje te zingen, terwijl ze ritmisch rondstapt. De camera danst op zeker moment met haar mee en neemt en passant haar broer mee, die op de vloer zijn roes ligt uit te slapen. Wat Kossakovski met Bjelovi precies duidelijk wil maken, ontgaat me, maar het is een film die je niet licht vergeet.

Dat geldt ook voor de Israelische produktie Michtavim le Felitzia (Letters to Felice) van Igal Bursztyn, een curieuze combinatie van beeld (impressies van een gezellige zomeravond in een café-restaurant in een volkswijk van Tel Aviv) en geluid (in het Hebreeuws voorgelezen passages uit de brieven van Franz Kafka aan zijn verloofde Felice Bauer). Het zionisme, de droom van het geluk in een joodse staat, komt in die brieven vaak ter sprake. Voor onze ogen zien we het resultaat: geblondeerde vrouwen flirten met afwezig starende mannen, een oriëntaalse zanger kweelt zijn liefdesliederen, er wordt gekeken, gepronkt en verlangd.

De associaties liggen niet voor de hand, maar wie het er in wil zien, ontdekt de confrontatie tussen ideaal en praktijk van de staat Israel, met als gemeenschappelijke noemer het streven naar geluk. Op de een of andere manier ontroerde Bursztyns film me, vooral omdat het een levende film is, die niet zo zeer iets probeert te bewijzen alswel een stukje werkelijkheid observeert en lijkt te willen uitroepen: kijk, dit zijn wij, en de enige utopie waar we nog in geloven willen is de liefde, een banaal en verheven ideaal.