Een campagne met hindernissen

EDOEARD LIMONOV, communist, wil op 12 december in het nieuwe Russische parlement worden gekozen en voert daarvoor campagne. Een campagne met hindernissen.

MOSKOU, 9 DEC. Op een avond tijdens de verkiezingscampagne ging de telefoon. Edoeard Limonov aan de lijn, controversieel schrijver van succesvolle romans, vrijwillig soldaat aan Servische zijde in de oorlog in ex-Joegoslavië en nu kandidaat voor het nieuwe Russische parlement. Had er iemand zin mee te gaan op campagne? De politicus zou namelijk de volgende dag arbeiders in de regio Tver toespreken, maar hij had helaas geen auto. En ook geen partij, die dergelijke logistieke problemen hoort op te lossen. Limonov heeft niemand: hij voert de verkiezingsstrijd praktisch alleen.

Hij is de enige niet. Bij de Russische parlementsverkiezingen op 12 december zal de helft van de 450 zetels in de Staatsdoema worden verdeeld tussen de dertien toegestane partijen met hun nationale kandidatenlijsten. Maar over de andere helft wordt gestemd per district, en daar hopen onafhankelijke kandidaten een kans te maken. Zo is de radicale nationalist Sergej Baboerin kandidaat in zijn geboortestad Omsk, nadat zijn partij onvoldoende handtekeningen had verzameld om overal te mogen meedoen. Zakenman-miljonair Artem Tarasov is kandidaat in Moskou, televisie-gebedsgenezer Anatoli Kasnojrovski in Jaroslavl en de lijst van individuele deelnemers is nog tientallen onbekende namen langer.

Edoeard Limonov is een verbannen en vermaard schrijver die sinds 1974 in het Westen heeft gewoond. Maar dit jaar is hij teruggekeerd om als leider van het zelfgestichte Nationaal Bolsjewistisch Front het Russische Rijk te redden en te herenigen. Hoe dat precies in z'n werk moet gaan is niet duidelijk, maar zijn extreme standpunten hebben hem naar eigen zeggen al veel lezers gekost. Het hoort bij het leven als held zoals Limonov dat probeert te leiden.

De kandidaat heeft als kiesdistrict Tver gekozen, een regio 200 kilometer ten noordwesten van Moskou, omdat hij daar vrienden heeft. Charkov, waar hij is opgegroeid, ligt sinds 1991 nu eenmaal in het buitenland, de Oekraïne. Een van de vrienden in Tver, een majoor van een militaire academie, beschikt over een auto en fungeert nu als campagneleider. Helaas is plotseling een oude wond aan zijn knie weer gaan opspelen, en daarom is het goed ook jongens als Taras Rapko te kennen. Rapko is aankomend jurist, groot bewonderaar van Limonov, en met zijn negentien jaar dolenthousiast. 'Limon (citroen) Eddy' noemt hij zijn held liefkozend als zij elkaar ontmoeten op hun hoofdkwartier: dat is de woonkamer van de majoor zodra diens moeder naar de keuken is gestuurd.

Aan de muur hangt dan al, naast een tapijt en een gitaar, de plattegrond van de regio waarop met viltstift is aangegeven waar Limonov de komende dagen het volk zal toespreken. Als eerste in Staritsa, een plaatsje zeventig kilometer naar het westen. Na de bespreking wordt de kaart van de muur gehaald om mee te nemen, want kandidaat noch campagneleiding is er ooit geweest.

Het oogt nogal amateuristisch, geeft Limonov toe als de auto door het oneindige laagland glijdt, maar zijn 'team' moet dan ook alles zelf doen. 54.000 roebel heeft de overheid elke kandidaat aan 'salaris' toegezegd, klaagt hij, dat is net genoeg voor één avond uit eten in Moskou voor één persoon. Van vrienden en bewonderaars moet de schrijver het dus hebben, zoals van die man die voor niks affiches heeft gedrukt. Jammer genoeg is achter de naam van de kandidaat geen uitroepteken verschenen, zoals was afgesproken, maar een nogal mysterieus ogende dubbele punt.

Bij de machinefabriek in Staritsa blijkt de aankondiging die Rapko enkele dagen geleden heeft doorgebeld, helaas niet tot de portier te zijn doorgedrongen. Paspoorten wil zij zien. Wat nu, gebaart de jonge medewerker die in de ijskou de onderhandelingen voert naar de auto. De schrijver draait het raampje naar beneden en geeft korzelig zijn aanwijzing: “Vind een ander en zeg dat de kandidaat-afgevaardigde er is om de arbeiders toe te spreken.”

Limonov is op het eerste gezicht een onopvallende vijftigjarige met een bril, maar onder zijn sullige overjas draagt hij een zwart leren jack, zwarte broek, zwarte hoge schoenen en een legeroverhemd. Als hij uiteindelijk de fabriekshal binnenkomt kijken de werkers nieuwsgierig van hun machines op. En dat is maar goed ook, want niemand is van plan hen voor de gast bijeen te roepen. De hal is zo groot als een voetbalveld en in dit jaargetijde bijna even koud, maar Limonov krijgt geen introductie, geen spreekgestoelte, zelfs geen kopje koffie.

De kandidaat blijkt niet alleen zonder koffie te kunnen, maar ook zonder papier. Hij begint eerst gewoon te praten, dan vormen zijn zinnen een toespraak en op het hoogtepunt wordt de toespraak een tirade. Tégen alle andere partijen, die bestaan uit mensen uit het apparaat. Tégen de economische experimenten, die leiden tot verpaupering van het volk. Tégen het gepraat over de toekomst, die slechts bestaat uit patsers in BMW's.

Na een kwartier wordt Limonov schor.

Maar nù moet de regering zijn verantwoordelijkheid nemen, gaat hij voort, uw loon moet worden betaald. Nù moet de staat zijn monopolie op de verkoop van grondstoffen herstellen: voormalige apparatsjiks mogen geen nieuwe rijken worden. Nù moet de schandalige inflatie op de spaargelden worden vergoed: het werkvolk mag niet leiden onder Gajdars Harvard-economie.

Na een halfuur verliest Limonov zijn stem.

Gelegenheid tot vragen dan maar. Die zijn er. Vooral over hemzelf. Wordt de schrijver als politicus net zo grof (ja) en gewelddadig (nee) als de hoofdpersonen van zijn boeken? Wat deed hij begin oktober in het Witte Huis? (het verdedigen.) Waarom is hij kandidaat? (omdat hij aan terrorisme nog niet toe is.) Vragen zijn voor Limonov vooral een gelegenheid om even op adem te komen en dan antwoorden af te vuren.

Hij vertelt over de reportages die hij schreef vanuit het belegerde parlementsgebouw voor de nu verboden krant Den. Over hoe hij op de morgen van 4 oktober net op tijd aan de tanks ontsnapte en een week lang onderdook. Hoe de verkiezingscommissie hem eerst niet als kandidaat wilde inschrijven omdat zijn door het Russische consulaat in Parijs afgegeven paspoort niet zou kloppen. Hoe de commissie vervolgens de door zijn medewerkers verzamelde handtekeningen ongeldig wilde verklaren omdat zijn echte naam Savenko is en niet Limonov. Hoe dat hem niet kon stoppen, hoe niets hem kan stoppen.

Als Limonov na een uur moet vertrekken omdat verderop nog de elektrotechnische fabriek wacht, krijgt hij een warm applausje, een verzoek om een handtekening en zelfs een zoen. Uithijgend komt hij langzaam terug op aarde. Maar een ritje van tien minuten blijkt al genoeg te zijn om hem voor het tweede gehoor van die middag weer helemaal op te laden.

Later, als de werkers van de fabrieken naar huis zijn en het in Staritsa allang pikkedonker is, meldt kandidaat Limonov zich bij het gebouw van de plaatselijke sovjet. De sovjet is in oktober bij presidentieel decreet ontbonden, maar voorzitter Aleksandr Kozlov zit ook op dit uur nog achter zijn bureau. Kozlov zelf is kandidaat voor de Federatieraad, de eerste kamer van het toekomstige parlement. Dus daarom durft Limonov het hem wel voor te leggen: “Kameraad Kozlov, wij hebben morgen een auto nodig.” En die avond eigenlijk ook nog een slaapplaats, want ook die blijkt nog niet te zijn geregeld. Terwijl Kozlov gaat bellen neemt Limonov vol vertrouwen afscheid. Hij steekt zijn duimen op, als een volleerd politicus. Vanmorgen bleek hij zijn stafkaart op de achterbank te hebben laten liggen.