Debat over staatkundige vernieuwing afgesloten

De Tweede Kamer sloot gisteren de debatten af over staatkundige vernieuwing. Hieronder een samenvatting van de belangrijkste resultaten.

Relatie kiezer-parlement

Het moet gemakkelijker worden voor burgers om in de Tweede Kamer verkozen te worden. De wettelijk vastgelegde 'drempel' die iemand over moet om met voorkeursstemmen gekozen te worden, wordt verlaagd,van vijftig procent van de kiesdeler (aantal stemmen dat nodig is voor een zetel) naar 25 procent. De Tweede Kamer heeft geen voorkeur voor een kiesstelsel waarin, behalve voor een landelijke ook voor regionale kandidaat kan worden gestemd.

Op dit moment bestaat geen meerderheid voor invoering van een referendum. Het aantal voorstanders in de CDA-fractie, naast de VVD traditioneel tegenstander van zo'n voorstel, voor een volksraadpleging groeit echter. De kans bestaat dat tijdens de kabinetsformatie van volgend jaar, waarin D66 een belangrijke rol zal spelen, alsnog wordt besloten tot invoering van één of andere vorm van volksraadpleging.

Gekozen minister-president, gekozen burgemeester

Voor een direct door het volk gekozen minister-president zijn alleen D66 en Groen Links. Ook het kiezen van de burgemeester door de gemeenteraad kan niet op een meerderheid rekenen.

De meeste fracties zijn ervoor om de positie van beide benoemde gezagsdragers te versterken. Beide moeten gelegenheid krijgen om bijvoorbeeld zelf onderwerpen op de agenda van respectievelijk ministerraad en college van burgemeester en wethouders te zetten.

De positie van de gemeenteraad bij de benoeming van de burgemeester moet worden versterkt. Hoe dat precies dient te gebeuren, is nog onduidelijk. Het CDA heeft grote kritiek op de huidige procedure waarbij de minister van binnenlandse zaken zich in veruit de meeste gevallen laat leiden door een voordracht door een vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad. In deze commissie zouden de kleine partijen zijn oververtegenwoordigd.

De Tweede Kamer steunt het voorstel om wethouders, behalve uit de gemeenteraad, ook van daarbuiten aan te trekken. Dit om de kwaliteit van de bestuurders te vergroten. Bovendien kan dit bijdragen aan een afstandelijker verhouding tussen gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders.

Relatie Tweede-Eerste Kamer

De Eerste Kamer krijgt wellicht het recht om omstreden wetontwerpen terug te sturen naar de Tweede Kamer. Netelige staatrechtelijke kwesties zoals de vraag wie het laatste woord krijgt, de Tweede of de Eerste Kamer, en hoeveel stemmen in de Eerste Kamer nodig zijn voor zo'n terugzending, maken echter dat dit voorstel voorlopig nog niet zal worden gerealiseerd.

Relatie parlement-kabinet

De meeste partijen willen een afstandelijker verhouding tussen Tweede Kamer en kabinet. Daarbij wordt, voorafgaand aan de parlementaire behandeling van een controversieel wetsvoorstel, minder overleg gevoercd tussen leden van het kabinet en van regeringsfracties. Het regeerakkoord moet korter en globaler worden, de kabinetsformatie sneller.

Ook dient de Tweede Kamer een actievere rol te gaan spelen in de formatie van een kabinet. De kabinetsformateur wordt eerder en intensiever ter verantwoording geroepen. Een en ander is echter alleen als voornemen uitgesproken, maar leidt niet tot nieuwe wetgeving. Voor een gekozen kabinetsformateur bestaat geen meerderheid.

Decentralisatie

Departementen worden kleiner en concentereren zich meer op de ontwikkeling van beleid. Uitvoering wordt, waar mogelijk, naar aparte, verzelfstandigde onderdelen overgebracht. De ministeriële verantwoordelijkheid voor die verzelfstandigde onderdelen (bijvoorbeeld de Vreemdelingendienst en de Informatiseringsbank) blijft van kracht.

De projectminister, de minister die op specifieke onderdelen ook op het terrein van andere departementen coördineert, bijvorbeeld op het gebied van decentralisatie, krijgt het voordeel van de twijfel. Na het mislukken van eerder project-ministerschappen in de jaren tachtig houdt een deel van de Tweede Kamer stevige reserves.

Adviesraden

Het huidige aantal van 276 adviesraden wordt flink kleiner, al zal het nog een tijd duren voordat dit is gerealiseerd. Elk beleidsterrein (volksgezondheid, welzijn, landbouw etc.) kent in beginsel nog maar één adviesraad. De wettelijke verplichting voor de regering om advies te vragen komt te vervallen. De Sociaal-Economische Raad wordt alleen nog over hoofdzaken geraadpleegd.