De schepping in plastic nagebootst

Misschien veranderen Theo Jansens 'strandbeesten' in de toekomst het aanzicht van de Nederlandse kust. De beesten, gemaakt van pvc-buis, leven en bewegen door de wind. Ze scheppen zand omhoog en kieperen dat al voortschuifelend op een gegeven moment weer terug op de grond.

In Zeebelt is van 9 t/m 11 dec een tentoonstelling ingericht over de verschillende generaties strandbeesten. Jansens 'verkennertje' loopt rond door de foyer. Op video zijn actiebeelden vanaf het strand in Oostvoorne te zien. Op zondag 12 dec houdt Theo Jansen om 15u en 20u30 twee lezingen over zijn Animaris. Theater Zeebelt, Willemsstraat 7, Den Haag. Inl 070-3656546. Vr t/m zo 12-17u.

Leven van de wind, en je dagen vullen met het scheppen van zand. Wie droomt er niet van op zijn tijd? Voor de strandbeesten van Theo Jansen zal deze droom hopelijk binnenkort in vervulling gaan: “De proefnemingen op het strand bij Oostvoorne stemmen me optimistisch over de kans op een zelf-opererend beest, dat je een jaar kunt laten staan zonder ernaar om te kijken.”

De strandbeesten worden gemaakt uit een kilometer electriciteitsbuis ('Die koop ik voor een kwartje de meter bij de Gamma, dus reken maar uit'), bijeengehouden door bindertjes (tie-raps) en pvc-lijm. Waaiers van plastic of vogelveren zorgen voor de voortbeweging. Ze vangen de wind op en brengen de energie over naar de achtenveertig pootjes onderaan het beest. Het scheppen van zand gaat min of meer vanzelf. Inclusief berekeningen en tussentijdse testen werkt Theo Jansen ongeveer een jaar aan een strandbeest.

Een jaar werk, maar dan heb je ook wat, zoals de bezoekers van Theater Zeebelt in Den Haag dit weekeinde met eigen ogen kunnen constateren. Zeebelt is als 'broedplaats van theatervernieuwing' de opvolger van de legendarische Studio Scarabee, waar in de jaren zestig kunstenaars als Lucebert en de Zangeres Zonder Naam samen een opera maakten over en tegen de oorlog in Vietnam: Poppetgom.

Zeebelt is dezer dagen het domein van de Animaris Currens Ventosa, zoals Theo Jansen zijn schepping met behulp van een bevriende classicus heeft genoemd. De Animaris zal, als de ontwikkelingen doorzetten, er in de toekomst voor zorgen dat ons duinlandschap de strijd tegen de alsmaar stijgende zeespiegel kan blijven volhouden.

Lezers van de Volkskrant kennen Theo Jansen van zijn stukjes in de wetenschapsbijlage. In de rubriek 'Reflectie' behandelt hij op ironisch filosofische manier vraagstukken van wis- en natuurkundige aard: hoe weet een strak gespannen vliegertouwtje (zonder opleiding!) dat een rechte lijn de kortste verbinding is tussen twee punten. Waarom is de kromming van een kettingboog bijna gelijk aan de parabool van een waterstraal? En vanwaar de voorkeur van rivieren, neem de Tiber, de Seine, de Thames of de Amstel, om zich altijd een weg te banen door het centrum van een grote stad?

“Als ik zo'n vraag opwerp in de krant komen er gegarandeerd tien brieven van mensen die me uitleggen dat het andersom zit. Met berekeningen ben ik daarom altijd heel nauwkeurig, anders gaat het beantwoorden van de post te veel tijd kosten”, zegt Theo Jansen in zijn atelier in Delft, de stad die tien jaar geleden in rep en roer was door de verschijning van een UFO, door Jansen gemaakt van landbouwplastiek en van een flitsapparaatje voorzien.

Theo Jansen brak zijn studie Technische Natuurkunde af om te gaan schilderen. Nadat hij de Schildermachine had uitgevonden, die lichtsignalen met behulp van een 'optisch oog' omzet in verf, ging de kunstenaar definitief een conceptuele kant op: “Ik denk graag na, en ik hou van onderzoeken en experimenteren. Het strandbeest heeft zich in drie jaar ontwikkeld uit computerwormpjes die muteerden door tegen elkaar te botsen. Ik heb ze van pootjes voorzien, eerst vier, maar inmiddels blijkt dat 48 pootjes het ideale aantal is. Zodra ik de ideale vorm en verhoudingen op de computer heb gevonden, bouw ik het model na. Altijd met pvc-buis van 5/8 duim, en 3/4 voor de ophanging.”

In het uitproberen gaat veel tijd zitten, want eigenlijk is Jansen niet zo handig. Zo kostte het hem ruim een jaar voor hij er achter kwam dat de buis verwarmd moest worden om hem te kunnen buigen. “Ik doe dat met een verfafbrander, dan wordt het materiaal slap als een tuinslang.” Jansen - de laatste maanden geholpen door studenten van de TH - maakt alles zelf: de mallen voor de verschillende buighoeken, en ook een apparaat waarmee hij de buisjes verzaagt tot handzame ringetjes. “Eigenlijk was aluminium beter geweest voor de strandbeesten, want dat is van zichzelf al buigzaam en licht. Maar dat ga ik nu niet meer veranderen, mijn nabootsing van de Schepping moet nu maar in pvc zijn vorm vinden. ”

Inmiddels is Jansen aan de derde generatie toe. “Strandbeesten voorzien van verkennertjes, die als een loods waarschuwen voor gevaarlijk terrein of aanrollende golven en de looprichting van de Animaris direct veranderen. Het lopen zelf gaat al bijna zonder hobbelen. Waarom een strandbeest niet mag hobbelen? Dat zou uit energetisch oogpunt erg onverstandig zijn, de windenergie moet worden omgezet in zandverplaatsing en niet in gehobbel.”